De langhuisboerderij is afgeleid van de Hallenhuisgroep.

Langgevelboerderij: wonen en werken in één lange ruimte

Op de zandgronden van Noord-Brabant en in Noord-Limburg komen langgevelboerderijen voor. Bij dit boerderijtype waren de woonruimte en de werkplaats in elkaars verlengde en onder één dak gebouwd. Zoals de naam doet vermoeden, bestaat de langgevelboerderij uit een lange gevel die voor de boerderij is gelegen.

Langgevelboerderijen kregen ook wel de bijnaam 'Frankische boerderij'. Noord-Brabant viel tussen 500 en 700 onder de heerschappij van De Franken. De bijnaam klopt echter niet. De langgevelboerderij ontstond waarschijnlijk pas duizend jaar later.

Ontstaan uit het hallenhuis

De langgevelboerderij kwam voort uit de hallenhuisboerderij, een overkoepelende naam voor middeleeuwse boerderijen waarbij de deel, het woon- en werkgedeelte in elkaars verlengde liggen. Het hallenhuis was meestal een rechthoekig gebouw en was te herkennen aan de vrijstaande gebintconstructie. Het woongedeelte, dat slechts de helft van de voorgevel betrof, lag in het verlengde van de werkplaats en de stallen. In de zeventiende eeuw werd het aantal woonvertrekken steeds vaker uitgebreid en vanaf de zestiende eeuw was er behoefte aan meer opslagplaats. Het hallenhuis ontwikkelde zich tot een modernere boerderij. In het westen van Noord-Brabant kwamen deze afgeleide varianten bekend te staan als de Vlaamse Schuur, terwijl ze in het oosten van de provincie bekend werden als de langgevelboerderij.

Inrichting van de langgevelboerderij

De werkplaats was de schuur, die achter het woonhuis lag. De schuur was onderverdeeld in een schuurherd, waar het graan werd gedorst, en de tas, de opslagplaats voor het graan. De deuren van de langgevelboerderij, die gevestigd waren in één van de lange gevels, verschilden van elkaar. Zo was de schuurdeur vaak hoger dan de staldeur, die ernaast lag. Dit maakte het voor de boer makkelijker om een volgeladen oogstwagen naar binnen te rijden.

Erf van de langgevelboerderij

Niet alles was onder één dak verdeeld. Zo bevonden de varkensstallen en kippenhokken zich meestal in een apart gebouwtje naast de boerderij en ook het toilet stond gebruikelijk elders op het erf. Op het erf bevond zich ook de karreschop, een vrijstaande schuur waar grote werktuigen werden opgeslagen. Het terrein was meestal ook voorzien van een klein bakhuis, waarin brood werd gebakken.

Afgeleide varianten langgevelboerderij

Tot het einde van de twintigste eeuw werden er nog langgevelboerderijen gebouwd. Veel daarvan zijn in de Kempen, in het zuidoosten van Noord-Brabant, terug te vinden. Vanuit de langgevelboerderij ontstonden veel streekgebonden varianten, zoals de T-boerderij, waarbij het woonhuis is verbouwd in de vorm van een liggende T. Deze variant is vooral in de Betuwe en in Rivierenland te vinden.

 

Afbeelding:

Bronnen:

 

 

 

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!