De vlag van Bosnië-Herzegovina

Politieke geschiedenis van Bosnië-Herzegovina

Zondag 12 oktober gingen de inwoners van Bosnië-Herzegovina naar de stembus. Kiezers hebben weinig vertrouwen in de politiek die zich nog steeds druk maakt om de verdeling van het land na de burgeroorlog van de jaren ’90. Burgers willen liever dat er eerst een einde komt aan de corruptie en dat de economie uit het slop getrokken wordt. De politieke geschiedenis van Bosnië-Herzegovina is er een van onrust en conflicten.

Bron van rijkdom en conflict

Het gebied waarin Bosnië-Herzegovina ligt, lag altijd op een scheidslijn tussen verschillende werelden. Aan de ene kant lagen Europese mogendheden, die zich naar het oosten richtten, aan de andere kant de islamitische wereld, die zich via de Balkan op het westen richtte. Doordat de Balkan altijd in het overgangsgebied tussen die werelden heeft gelegen, zijn er veel etnische groepen door elkaar gekomen. Die etnische diversiteit is enerzijds een bron van rijkdom, maar ook een bron van conflict.

Ontluikend nationalisme

Aan het einde van de negentiende eeuw hoorde Bosnië formeel bij het grote Ottomaanse rijk. Maar dat rijk was in verval waardoor nationalisten steeds meer ruimte kregen. Er braken opstanden uit die de Ottomanen niet in de hand hielden. Het keizerrijk van Oostenrijk-Hongarije maakte handig gebruik van de situatie door delen van de Balkan, waaronder Bosnië en Herzegovina, te veroveren. Oostenrijk-Hongarije kreeg het echter ook niet voor elkaar om alle verschillende nationalistische bewegingen in toom te houden. Er was inmiddels een onafhankelijk Servië ontstaan, dat zich probeerde uit te breiden ten koste van het Ottomaanse Rijk en Oostenrijk-Hongarije. Het was een jongen uit hun midden die de Oostenrijks-Hongaarse kroonprins Franz Ferdinand vermoordde, wat tot de Eerste Wereldoorlog leidde. Die oorlog werd niet uitgevochten op Bosnisch grondgebied, maar kostte wel veel Bosniërs het leven. Zij sneuvelden als soldaat in dienst van andere mogendheden, of kwamen om door repressie onder Oostenrijk-Hongarije, dat het Servisch nationalisme de kop in probeerde te drukken.

Interbellum

Na de Eerste Wereldoorlog werd het koninkrijk Joegoslavië gesticht, onder leiding van een dictatoriale koning. Een staat die voortkwam uit de ideeën over een zuid-Slavisch rijk die al voor de oorlog bestonden. Ook dit rijk was een multi-etnische staat, waar Slovenen, Serviërs en Kroaten samen bleven wonen. Alle etnische scheidslijnen werden in dit rijk in eerste instantie verwijderd, maar met nieuwe herindelingen vielen de grenzen van de verschillende oblasts (provincies) weer grotendeels langs de etnische scheidslijnen, met uitzondering van een Kroatische provincie, die ook een deel van Bosnië-Herzegovina besloeg.

Tweede Wereldoorlog

Het tekenen van de tripartite-overeenkomst tussen Nazi-Duitsland, Italië en Japan, kon niet voorkomen dat Duitse troepen in 1941 het koninkrijk Joegoslavië bezetten. Joegoslavië werd door de nazi’s ondergebracht in de Onafhankelijke Staat Kroatië, een marionettenstaat van de nazi’s. De vervolgingen tijdens de Tweede Wereldoorlog zetten de politieke en etnische verhoudingen verder op scherp. Naast joden en zigeuners werden ook Serviërs vervolgd door de Kroatische regering. In totaal kwamen zo rond de 600.000 mensen om in de Kroatische concentratiekampen. Verzet was er ook, door communistische partizanen en door Servisch-nationalistische Chetniks. De twee verzetsgroepen bevochten ook elkaar. Uiteindelijk kregen de communisten onder leiding van generaal Tito de overhand. Hun thuisbasis was Bosnië-Herzegovina en op die manier werd Bosnië een van de republieken die door de communisten werden verenigd in een socialistische federatie.

Socialistisch Joegoslavië

De socialisten van Tito stichtten na de oorlog een socialistische federatie. Deze federatie was weer multi-etnisch van aard en dit keer werden ook de moslims als een volk erkend. Tito wist van Bosnië, dat vrij arm de oorlog uit kwam, weer een welvarend land te maken dankzij de vele grondstoffen die het land rijk was. Toch was ook het welvarende en tolerante Bosnië van Tito niet ongevoelig voor nationalisme tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Moslims maakten een steeds groter deel uit van de Bosnische bevolking, vooral omdat Kroaten en Serviërs er weg trokken. Met de dood van Tito in 1980 begon er ook een eind te komen aan de stabiliteit en welvaart van het land. Onvrede groeide en nationalistische groeperingen kregen weer meer invloed. Aan het eind van de jaren ’80 ontstonden zo verschillende politieke partijen en in 1990 waren er verkiezingen. De partijen waren georganiseerd langs de etnische scheidslijnen, maar geen van de partijen kon een meerderheid krijgen. Er werd een driepartijen-regering georganiseerd, naar de drie belangrijkste groepen in het land. Die regering kreeg echter weinig van de grond, want de spanningen tussen de groepen namen toe door de ontwikkelingen in de andere Joegoslavische deelrepublieken.

Burgeroorlog

Joegoslavië was uit elkaar aan het vallen en de verschillende deelrepublieken leken te volgen. In Kroatië was al oorlog uitgebroken en dat land kreeg samen met Slovenië de onafhankelijkheid erkend in 1991. Bosnië volgde in 1992. Maar de inrichting van het land bleef een punt waarover de machthebbers het niet eens konden worden. Servische paramilitaire groepen begonnen autonome enclaves te stichten, waar moslims uit verdreven werden. Het Servische leger viel Bosnië binnen met de steun van paramilitaire groepen en Bosnisch-Servische troepen en wist ongeveer twee derde van het land onder Servisch bestuur te brengen. Het land leek uit elkaar te vallen langs de etnische lijnen, hoewel moslims en Kroaten in 1994 een blok wisten te vormen tegen de Bosnisch Servische troepen. Terwijl het conflict voortwoedde bleef internationale steun beperkt tot het verlenen van humanitaire hulp en het inrichten van veilige enclaves door een VN vredesmacht. Toen één van die veilige enclaves, Srebrenica, door Bosnisch-Servische troepen onder de voet werd gelopen, nam de internationale militaire steun toe. Op verzoek van de VN begon de NAVO te bombarderen, waardoor de Bosnisch-Servische troepen werden gedwongen aan tafel te gaan voor onderhandelingen die uiteindelijk tot de Daytonakkoorden en het einde van de burgeroorlog zouden leiden.

Na Dayton

In de Daytonakkoorden werd afgesproken dat Bosnië-Herzegovina zou worden opgedeeld in twee autonome delen: een Bosnisch-Servische republiek en de federatie Bosnië-Herzegovina, waar vooral Kroaten en moslims wonen. Aan het hoofd van het geheel staat een regering die wisselend wordt voorgezeten door een voorzitter van een van de drie belangrijkste bevolkingsgroepen. Hoewel oorlog tot nu toe is uitgebleven, is de spanning tussen de federatie en de republiek groot. De politiek verloopt nog steeds moeizaam en velen streven nog steeds naar een eigen staat.

Meer weten

Landen: 

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.