Geschiedenis van toerisme

Toerisme door de eeuwen heen

Nederlanders gaan dit jaar minder op vakantie. Een kwart van de Nederlanders gaat er deze zomer niet op uit. Dat blijkt uit cijfers van het NIBUD. Hoewel op vakantie gaan heel nieuw lijkt, is op vakantie gaan al een oud fenomeen.

Reizen, dat doen mensen nu en dat hebben ze altijd al gedaan. Meer bijzonder is het feit dat mensen reizen om specifieke plekken te bezoeken: ter ontspanning, om een monument te bekijken, een andere cultuur te ontmoeten of een taal te leren. Kortom, het toerisme. Voorbeelden hiervan gaan terug tot de Oudheid. Welvarende Romeinen vertrokken naar luxe badplaatsen om daar in alle rust enkele weken of maanden te verblijven. Een populair plaatsje hiervoor was bijvoorbeeld Baiae, gelegen in de Baai van Napels.

Eeuwenoud fenomeen

In Babylon, de stad die rond 2200 voor Christus gebouwd is, bestond reeds een historisch museum. Dit museum trok lieden van ver buiten de stad. In het Egyptische Rijk reisden mensen af naar de piramides en naar fraaie steden langs de Nijl om de schatten van Egypte te bekijken. Reizigers trokken ook naar Athene, om bijvoorbeeld het Parthenon te aanschouwen. Een bekende reiziger uit de Arabische wereld was Ibn-Battuta (1304-1369). Hij maakte letterlijk wereldreizen, van de Maldiven naar China en van Malabar naar Ceylon.

Modern toerisme

Kortgezegd, de mens was altijd al toerist. Er is echter wel een verschil aan te merken tussen het moderne toerisme en het toerisme van vroeger. Ten eerste was reizen ongelofelijk gevaarlijk: schepen zonken vaak, rovers lagen overal op de loer, wegen waren slecht en niet onderhouden, bevoorrading was een groot probleem en men was erg afhankelijk van de grillen van de natuur.

Ten tweede was reizen alleen weggelegd voor de rijken. Het was simpelweg onbetaalbaar voor de meesten om zich ver van huis te begeven. In de achttiende en negentiende eeuw werd de basis gelegd voor het moderne toerisme. Niet langer ging alleen nog de elite op reis. Het vervoer werd goedkoper en sneller, als gevolg van nieuwe technieken en industriële toepassingen. Modern toerisme is dan ook onlosmakelijk verbonden aan de Industriële Revolutie.

In eerste instantie waren het vooral de fabriekseigenaren die een vakantie konden veroorloven. Vervolgens bezat de middenklasse genoeg vermogen om ook op reis te gaan. Het allereerste officiële reisbureau opende in 1758 haar deuren in Engeland, genaamd Cox & Kings. De zich almaar uitbreidende welvaart zou uiteindelijk, in de twintigste eeuw, aan ‘gewone’ mensen de mogelijkheid geven om te reizen.

Nieuwe vervoersmiddelen

Auto, trein en vliegtuig veranderden het reizen voorgoed. Men hoefde niet meer middels paarden, gammele boten, slecht onderhouden wegen en dorstbestendige kamelen lange afstanden te overbruggen. De dalende prijzen voor deze vervoersmiddelen, alsmede hun toenemende capaciteit en veiligheid, maakte dat vrijwel iedereen elk jaar op vakantie ging. Hier hoort wel een kanttekening bij. Waren het vroeger alleen de rijken die rond reisden, tegenwoordig zijn het voornamelijk de inwoners van rijke landen die reizen. In regio’s met zware armoede, met name in Afrika, vertrekt men meestal alleen uit het thuisland om te vluchten. Sommige dictatoriale regimes, zoals Noord-Korea, verbieden hun inwoners te reizen.
 

Afbeelding: 

Fotocollectie Anefo via www.nationaalarchief.nl

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.