
De horrorwinter van 1951: hoe de Alpen getroffen werden door 1500 lawines
De Alpen zijn misschien wel een van de populairste skigebieden van Europa. De mooie bergen in combinatie met de sneeuw zorgen hier voor een perfect ‘Winter Wonderland’. Maar niets was minder waar in 1951. Door de enorme sneeuwval kregen dorpen in de Alpen binnen een paar dagen duizend lawines over zich heen. Dit had verschrikkelijke gevolgen voor de omgeving.
De opbouw van de ramp begon deze noodlottige winter al in november. Toen viel er in de bergen namelijk ontzettend veel sneeuw. Halverwege de maand lag er in delen van Zwitserland al het dubbele van wat normaal in heel november aan sneeuw ligt. Deze dikke sneeuwlaag bleef tot aan het einde van het jaar intact, maar daar begonnen de problemen pas.
Temperatuurverschillen in de bergen
De warme lucht van de Atlantische Oceaan botste half januari 1951 boven de Alpen op koude lucht uit het poolgebied. De warme en koude lucht ontmoetten elkaar in een front dat zich uitstrekt van IJsland tot aan de Alpen. Door het temperatuurverschil tussen de twee fronten ontstond er extreem veel neerslag; miljarden tonnen sneeuw vielen boven de Alpen uit de lucht. In amper twee dagen viel er meer dan twee meter sneeuw. Tienduizenden mensen in delen van Zwitserland raakten ingesneeuwd. In Oostenrijk was de situatie al helemaal dramatisch: hele gebieden raakten van de buitenwereld afgesloten.
De dagen daarna raasden meer dan duizend lawines door Oostenrijk, Zwitserland, Italië en Duitsland. Hele berghellingen stortten naar beneden en sleurden alles mee wat op hun pad lag: bomen, huizen, stallen en mensen. Wegen verdwenen en spoorwegen werden verwoest. De communicatie viel uit, waardoor niemand elkaar meer kon bereiken. Waar eerst dorpen hadden gestaan, was er alleen nog maar een uitgestrekte kale vlakte over. Maar hiermee was de ramp nog niet voorbij.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
Keiharde sneeuwplaten
Het absolute dieptepunt kwam op 20 januari. Die dag stortten op meerdere plekken tegelijkertijd enorme lawines naar beneden. In het Zwitserse dorpje Vals brak een sneeuwmassa los van honderden meters breed. Hierdoor werden veel mensen uit het dorp binnen een paar seconden bedolven. Veel slachtoffers stierven niet aan verwondingen, maar aan verstikking. Ook in een ander Zwitsers dorpje was de schade niet te overzien. Andermatt werd op deze rampzalige dag in zes minuten door zes verschillende lawines getroffen. Alleen daar al kwamen dertien mensen om het leven. In Oostenrijk, Italië en Duitsland voltrokken zich vergelijkbare rampen. In totaal kwamen in slechts twee weken tijd meer dan duizend lawines naar beneden.
Reddingsoperaties waren nauwelijks mogelijk. Soldaten, vrijwilligers en dorpsbewoners groeven met schoppen en soms zelfs met blote handen in de sneeuw in een poging om slachtoffers uit te graven. Ook werden er lawinehonden ingezet om naar overlevenden te zoeken. Doordat de sneeuw geen poeder, maar een keiharde samengeperste massa was, waren deze reddingspogingen helaas tevergeefs. Daarbij dreigden nieuwe lawines elk moment los te komen, waardoor het werk levensgevaarlijk was.
Gevolgen en maatregelen
Toen aan het einde van de winter de balans kon worden opgemaakt, bleek Oostenrijk het zwaarst getroffen. Daar verloren 135 mensen hun leven, 200 gebouwen raakten beschadigd en duizenden kubieke meters aan bos waren verwoest. In heel de Alpen waren minstens 265 slachtoffers omgekomen in de lawines. Duizenden mensen waren dakloos en de materiële schade was enorm. Bossen waren compleet weggeslagen, landbouwgrond verdween onder meters sneeuw en hele dalen veranderden in puin-landschappen.
De winter van 1951 ging de geschiedenis in als de horrorwinter. De gebeurtenis draagt zelfs het wereldrecord van de meest verwoestende lawine-ramp in de geschiedenis. Na de ramp werden er in de Alpen veel maatregelen genomen om een catastrofe zoals deze nooit meer te laten voorkomen. Overheden investeerden meer in wetenschappelijk onderzoek naar sneeuw en lawines, dat leidde tot betere voorspellingen en de invoering van officiële lawine waarschuwingssystemen. Hierdoor worden bewoners voortaan gewaarschuwd bij verhoogd risico van lawines. Ook evacuaties werden vaker verplicht gesteld, iets wat vóór 1951 nauwelijks gebeurde. In risicogebieden kwamen strengere bouwregels. Dorpen, wegen en spoorlijnen werden beschermd met lawinegalerijen, dammen en bosschermen. Het reddingswerk werd professioneler georganiseerd met gespecialiseerde teams en lawinehonden. De ramp was daarom een keerpunt: waar een lawine ooit werd gezien als een verwoestend natuurfenomeen, ontstond het idee dat er daadwerkelijk iets tegen te doen was.
Bronnen:
Historianet: Ramp in de Alpen: 265 mensen gestikt in de sneeuw
Weer.nl: Lawines zaaiden in horrorwinter 1951 dood en verderf in Alpen







