Bommen op Rotterdam 14 mei 1940

Bombardement op 14 mei 1940

Nog steeds zijn alle vragen rond het vernietigende Duitse bombardement op Rotterdam van dinsdag 14 mei 1940 niet beantwoord. Vast staat dat op hoog Duits niveau een dergelijk zwaar bombardement wordt beschouwd als middel om de Nederlandse overgave te bespoedigen. Dat is ook wat gebeurde, ondanks de voorkeur van de Duitse commandant in Rotterdam, Schmidt, voor een gericht licht bombardement en onderhandelingen met de Nederlandse legerleiding om Rotterdam tot overgave te dwingen.

Een verwoestende lading op Rotterdam

Het bombardement op Rotterdam van 14 mei wordt uitgevoerd door ca. 90 Heinkel-bommenwerpers van het eskader Kampfgeschwader 54 ‘Totenkopf’ (KG 54), dat onder leiding van Geschwaderkommodore Oberst Walter Lackner staat. Tussen 13.27 uur en circa 13.40 uur vindt het grote oppervlaktebombardement op Rotterdam-Centrum, Kralingen en Rotterdam-Noord plaats. De afgeworpen lading verwoest meer dan 30.000 woningen en panden. In totaal komen als gevolg van dit bombardement 800 tot 900 mensen om.

De stad verandert in puin

Direct na het bombardement breken overal in en rond het centrum van Rotterdam branden uit. Een harde wind wakkert het vuur aan en de brandweer kan in deze situatie weinig uitrichten. Veel materieel is verloren en veel waterbronnen zijn onbereikbaar. Tienduizenden burgers vluchten weg uit de inferno die het stadscentrum nu is. Bijna tachtigduizend Rotterdammers raken hun huis en hun spullen kwijt. In Kralingen en bij de Coolsingel breidt de vuurzee zich verder uit over de stad. Wanneer ’s avonds en ’s nachts de wind draait en in kracht toeneemt, vallen andere stadsdelen ten prooi aan de vlammen. Pas op 16 mei zijn de grootste branden geblust. De verliezen zijn immens. Een gebied van ruim 250 hectare is geheel of gedeeltelijk verwoest; het wordt al snel ‘de puin’ genoemd.

Rotterdammers op de knieen

Na het bombardement volgt de capitulatie van de stad door kolonel Scharroo. Duitse eisen worden ingewilligd, waaronder de onmiddellijke verspreiding van een proclamatie door de bij de overgave aanwezige burgemeester Oud. Deze moet verklaren dat hij persoonlijk met zijn leven borg staat voor rust in de stad, dat de gevechten met de Duitsers zijn gestaakt en verder verzet geen zin meer heeft. De bevolking wordt opgeroepen voor zover mogelijk ‘aan zijn gewone werk [te] gaan’. De eveneens geëiste verklaring dat de Duitsers als vrienden zijn gekomen, neemt Oud niet op. Wel wordt er gemeld dat de Duitsers op bevel van hun commandant zich tegenover de Rotterdammers ‘welwillend’ moeten gedragen. De proclamatie wordt op een handpers gedrukt omdat de stroom is uitgevallen.

Gebouwen onherstelbaar verwoest

Door de bombardementen en beschietingen tussen 10 en 14 mei 1940 werd in Rotterdam een oppervlakte van 258 hectare, waarvan 158 hectare aan bebouwd gebied en 100 hectare aan straten en andere open ruimte, verwoest. De verwoestingen van panden waren grotendeels het gevolg van het grote bombardement van 14 mei en de daardoor ontstane grootschalige branden. Ook de talloze beschietingen hebben schade aangericht. In het getroffen gebied waren van 252 straten alle gebouwen verwoest en van 141 straten was de bebouwing gedeeltelijk verwoest.

Menselijk leed

Er gingen in totaal 25.479 woningen verloren waarin 77.607 bewoners gehuisvest waren. Daarnaast waren ca. 2000 mensen woonachtig in 26 hotels, 117 pensions en 44 logementen die verwoest werden. In totaal raakten. 79.600 personen dakloos, 12,8% van de toenmalige bevolking van Rotterdam. Van hen waren per 15 juni 1940 20.887 personen in andere gemeenten ondergebracht, terwijl de anderen op dat moment binnen Rotterdam een (tijdelijk) onderkomen hadden gevonden. Behalve woningen werden tal van bedrijfspanden verwoest: 31 warenhuizen en 2320 kleinere winkels, 31 fabrieken en 1319 werkplaatsen, 675 pakhuizen en vemen, 1437 kantoren, 13 bankgebouwen en 19 consulaten, 69 schoolgebouwen en 13 ziekenhuisinrichtingen, 24 kerkgebouwen en 10 inrichtingen van liefdadigheid, 25 gemeentelijke- en rijksgebouwen, 4 stationsgebouwen, 4 dagbladbedrijven en 2 musea, 517 cafés en restaurants, 22 feestgebouwen, 12 bioscopen en 2 schouwburgen en 184 overige bedrijfsruimten.

Dit artikel is afkomstig uit:

Tekst: Gemeentearchief Rotterdam. Verzameling Tweede Wereldoorlog (Rotterdam); inventarisnummers 712 en 713

In samenwerking met: www.brandgrens.nl

Een samenwerking tussen dS+V, het Historisch Museum Rotterdam en het Gemeentearchief Rotterdam, gericht op het bombardement en de brandgrens en meer in het algemeen op Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw.

Meer weten