Leven tijdens de Tweede Wereldoorlog

Dagelijks leven in oorlogstijd

Rotterdam 1940-1945. Hoe beleefden Nederlanders de bezetting? Als een angstige, onzekere tijd waarin men leefde van dag tot dag? Of was men in staat de bezetting geestelijk naar de achtergrond te drukken en het ‘gewone’ leven voort te zetten? Aan de dagelijkse belevingswereld van de Rotterdammer heeft Museum Het Schielandshuis drie tentoonstellingen gewijd, vanaf het bombardement van 14 mei 1940 tot de vergeldingsacties op collaborateurs na de bevrijding.

Pauline van Heeckeren

Na zestig jaar neemt de Tweede Wereldoorlog in ons historisch bewustzijn nog steeds een prominente plaats in. Toch wisselen de invalshoeken waarmee wij naar deze oorlog kijken voortdurend, evenals de gebeurtenissen die onderzoek waard worden geacht. In 1983 stelde historicus Hans Blom, de huidige directeur van het NIOD, voor om afscheid te nemen van het zwart-witte denkkader en bijbehorende waardeoordelen die gehanteerd werden door Loe de Jong in zijn dertigdelige geschiedschrijving van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

'Goed' en 'fout'

Volgens Blom fungeerde De Jongs denkkader als een dwangbuis en stond deze vernieuwend wetenschappelijk onderzoek in de weg. Elke historische handeling of gebeurtenis werd immers gepositioneerd op een schaal van verzet en collaboratie, slachtofferschap en daderschap, goed en fout. Volgens Blom heeft dit beeld zo lang kunnen overheersen omdat er in de Nederlandse maatschappij een duidelijke consensus bestond over datgene wat als ‘goed’ en ‘fout’ beschouwd moest worden. Na verloop van tijd heeft dit ordeningsschema voor jongere generaties aan relevantie ingeboet. In de jaren negentig kregen historici meer oog voor alles wat zich bevond tussen de uitersten van ‘goed’ en ‘fout’. Zo concentreerde nieuw onderzoek zich op de gedachtenwereld van burgers in bezet Nederland.

De stemming in bezet Nederland

Het was Chris van der Heijden die in Grijs verleden een uitgesproken visie plaatste tegenover de zwart-witbenadering van weleer. Evenmin als De Jong vrij van moralisme, stelde hij dat de Nederlanders na vier dagen strijd de draad van het dagelijks leven weer oppakten. Ze lieten zich vervolgens meer dan vier jaar niet noemenswaardig uit hun evenwicht brengen. Pas vanaf september 1944 zou het menens zijn geworden. Het enigszins miezerige beeld dat Van der Heijden schetste, is onlangs aangevochten door Bart van der Boom in We leven nog. De stemming in bezet Nederland. Aan de hand van onderzoek van dagboeken en zogeheten stemmingsberichten, officiële rapporten van de Duitsers over de publieke opinie in ons land, concludeerde Van der Boom dat Nederlanders zich ogenschijnlijk aanpasten, maar er ondertussen zeer geprononceerde ideeën over de oorlog en ‘goed’ en ‘fout’ op na hielden (zie ook zijn artikel in Spiegel Historiael, februari 2004).

Emoties

Menselijke gevoelens zijn taaie en controversiële onderwerpen binnen de geschiedwetenschap. In onze huidige emotiecultuur liggen de emoties regelmatig letterlijk op straat, maar het is daarom niet minder moeilijk ze op hun juiste waarde te schatten. Hoe authentiek zijn de gevoelens die mensen aan de buitenwereld tonen? Deze vraag is eveneens van toepassing voor periodes waarin men emoties minder nadrukkelijk etaleerde, zoals de Tweede Wereldoorlog. Dagboeken kunnen in dit geval een handreiking bieden. Hoewel zij als historische bron zeker hun tekortkomingen hebben, geven ze toch een unieke inkijk in de belevingswereld van een individu. Daarbij is overigens niet alleen van belang wat iemand schrijft, maar ook wat verzwegen wordt.

Rotterdam Geraakt

De tentoonstelling Rotterdam Geraakt gaat in haar opzet uit van de uiteenlopende emoties die mensen in oorlogstijd kunnen bevangen, en gebruikt behalve beeldmateriaal en diverse authentieke voorwerpen ook dagboekfragmenten om die te illustreren. Aan de hand van deze fragmenten en objecten maakt de bezoeker letterlijk een rondgang langs de innerlijke wereld van de Rotterdammer tijdens de bezetting. Gevoelens als onbehagen, angst, schaamte, verdriet, vreugde en leegte passeren achtereenvolgens de revue. Soms hebben ze weinig te maken met de oorlogsomstandigheden. Nu en dan lijken die maar een marginale rol in het dagelijks leven te spelen. Zodra het kon probeerde men te ontsnappen aan de grauwsluier van de bezetting en van tijd tot tijd lukte dat ook. Zo kon een schooljongen heel goed opgetogen zijn over een goed rapport! Afgunst kwam regelmatig voor: mensen benijdden elkaar om alledaagse zaken als mooie spullen en aantrekkelijke banen, waarschijnlijk niet minder dan ze in vredestijd zouden doen. De tentoonstelling laat uiteraard ook die emoties zien die juist wel direct met de oorlog samenhangen.

Schaamte en verdriet

Peter Grimm, samensteller van de tentoonstelling, heeft twee emoties zelden teruggevonden in de dagboeken die hij onderzocht: schaamte en verdriet. Mogelijk hangt dit samen met de tijdgeest, waardoor mensen minder snel geneigd waren dergelijke gevoelens te uiten of zelfs aan het papier toe te vertrouwen, zo veronderstelt hij. Bij het onderdeel ‘schaamte’ is een aantal uitspraken en dagboekfragmenten van nsb’ers te zien, maar het wordt niet helemaal duidelijk wie degene is die zich schaamt. Gaat het misschien om plaatsvervangende schaamte? Rotterdam Geraakt besteedt veel aandacht aan de onvermijdelijke heftige emoties als angst en verdriet, maar blijft vooral ook realistisch: het dagelijks leven ging door, met al zijn gebruikelijke hoogte- en dieptepunten.

Foto's

Naast geschreven bronnen en voorwerpen bieden foto’s een verrassend nieuw inzicht in het dagelijks leven onder de Duitse bezetting. Zowel de tentoonstelling Rotterdam Geraakt als Zwarte Confetti toont enkele dia’s van de Limburgse journalist Alphons Hustinx (1900-1972). Hustinx’ dia’s zijn om verschillende redenen opmerkelijk. Ten eerste zijn ze in kleur, waardoor de afbeeldingen levendig en realistisch aandoen. Ten tweede verwijzen veel dia’s maar heel terloops naar de bezetting: een toevallig uniform op straat of een aanplakbiljet. Hustinx fotografeerde zowel in de stad als op het platteland, maar koos opmerkelijk rustige taferelen uit. Zijn dia’s suggereren dat de bezetting naar de achtergrond kon verdwijnen en niet het dagelijks leven hoefde te overheersen. Dergelijke vreedzame foto’s uit de oorlogsjaren wekken nog steeds een zekere verbazing, gewend als we zijn aan zwart-witfoto’s die een meer gewelddadige werkelijkheid met arrestaties, stakingen, honger en deportaties tonen.

Zwarte Confetti

Fotografie in bezet Rotterdam is het thema van de tentoonstelling Zwarte Confetti. De titel verwijst naar het bombardement van mei 1940: een jeugdige ooggetuige berichtte dat vlak na het bombardement verbrande snippers als ‘zwarte confetti’ op de stad neerdwarrelden. De expositie omvat professionele opnames, maar ook – dankzij oproepen in de lokale media – amateurfoto’s die nooit eerder zijn vertoond.

Amateurfotografie tijdens de oorlog

Amateurfotografie was tijdens de bezetting een minder heikele aangelegenheid dan vaak is verondersteld. Op 3 mei 1940 had de Nederlandse legerleiding fotografie in de open lucht verboden uit angst voor Duitse en pro-Duitse spionage. Er zijn dan ook niet veel Nederlandse foto’s bekend van de strijd in de meidagen van 1940. Aan Duitse kant heeft men wel het een en ander gefotografeerd. Zo legde een cameraman van een propagandacompagnie de strijd om de Maasbruggen vast en publiceerde zijn foto’s in de Wochenschau. Officiële foto’s van de brand en bluswerkzaamheden na het bombardement op Rotterdam zijn evenmin talrijk.

Fotografieverbod

Kort na de capitulatie werd het fotografieverbod in de open lucht weer opgeheven, zij het met een aantal restricties. De bezetter kondigde na een aantal dagen een verbod af op het fotograferen van de Wehrmacht en oorlogsverwoestingen. Het tijdschrift Focus, een blad voor amateurfotografen, adviseerde lezers in juni 1940: ‘Twijfelt men, dan zoeke men een ander, vrediger motief.’ In de tussentijd echter was een aantal fotografen, vooral amateurs, naar de Grebbeberglinie en Rotterdam getrokken om de verwoestingen vast te leggen. Op de foto’s van Rotterdam zien we mensen door de ruïnes en het puin lopen. Dergelijke foto’s zijn in particuliere albums geplakt, maar werden ook in groten getale verkocht. Later deed in sommige families dan het verhaal de ronde dat een moedig familielid deze plaatjes had geschoten, hierbij ‘het fotografieverbod’ in de wind slaand.

Persfotografen

Persfotografen genoten minder vrijheid. Zij moesten zich aansluiten bij het Verbond Nederlandse Journalisten van het Persgilde, aangesloten bij de Kultuurkamer. Dit vergemakkelijkte de Gleichschaltung en bood de bezetter de mogelijkheid persfotografie voor propagandadoeleinden aan te wenden. Fotografen moesten hun werk eerst aan de censuur voorleggen. Tevens bestonden er uitvoerige richtlijnen voor fotojournalisten over objecten en situaties die zij al dan niet mochten vereeuwigen. Het gevolg hiervan is dat er relatief veel propagandistisch getinte afbeeldingen zijn van soldaten met kinderen, noest werkende arbeiders, colporterende nsb’ers en collectanten voor de Winterhulp. Zo werd het leven in Nederland weergegeven op een manier die de bezetter welgevallig was.

Gewelddadige foto's

Meer gewelddadige foto’s van bijvoorbeeld verzetsacties zijn deels afkomstig van politiefotografen. En wanneer het incidenteel zo uitkwam, legden zowel amateur- als professionele fotografen wel degelijk de verwoestende gevolgen van oorlog en bezetting vast. Soms gebeurde dat toevallig, omdat men een camera bij zich had, maar soms ook bewust als aanklacht of historisch document. Weinig mensen namen dergelijke ‘rauwe’ foto’s. Men prefereerde meer vreedzame plaatjes, bijvoorbeeld van de familiekring. In familiealbums ontbreekt dan ook vaak elke verwijzing naar de bezetting.

Invalshoeken

Zwarte Confetti maakt ons deelgenoot van het oorlogsleven in al zijn gewoonheid en ongewoonheid. De foto’s zijn geselecteerd op basis van kwaliteit en zeldzaamheid, waarbij is getracht zoveel mogelijk invalshoeken aan bod te laten komen. Amateurfoto’s, soms direct uit familiealbums, lenen zich daar goed voor. Tevens zijn onbekende foto’s uit diverse soorten archieven gebruikt. Zo zijn foto’s te zien van Rotterdam vlak na het bombardement door de ogen van ‘dagjesmensen’, de opvang van evacués buiten de stad, de schaarste, de hongerdoden in Rotterdam en beelden van de Nationale Jeugdstorm. Eén foto toont leden van de Vrouwenafdeling Rotterdam van de nsb die handwerken verkopen ten bate van de Winterhulp.

Daders onderbelicht

Het Schielandshuis onderneemt een grotendeels geslaagde poging het inzicht in het dagelijks leven tijdens de oorlog te vergroten. Het beeld is bepaald niet grijs, eerder veelkleurig. Mensen leefden tussen uitersten en koesterden de ‘gewoonheid’ van het dagelijks leven des te bewuster. De tentoonstellingen hebben één lacune: ze bieden te weinig informatie over het dagelijks leven van de ‘daders’, dat wil zeggen de nsb’ers, collaborateurs en in Nederland gelegerde Duitse soldaten. Hoe leefden zij, hoe bang waren zij, of hoe heroïsch voelden zij zich?

Vernietigd bronnenmateriaal

Foto’s, dagboekfragmenten en andere bronnen zijn voor het overgrote deel afkomstig van de ‘slachtoffers’ en de ‘omstanders’, om te spreken in de termen van Raul Hilberg. De samenstellers van de tentoonstellingen hebben overigens wel geprobeerd het leven van de Rotterdamse ‘daders’ te integreren, maar zijn hierbij gestuit op moeilijkheden en beperkingen. Veel foto- en ander bronnenmateriaal is vernietigd uit schaamte, en het nageslacht spreekt niet graag over ‘foute’ familieleden. Blijkbaar zijn denkwijze, motieven en handelen van nsb’ers en andere collaborateurs in de Nederlandse maatschappij nog steeds taboe.

Afbeelding:

Herbouw in Rotterdam, fotocollectie Anefo via www.nationaalarchief.nl

Dit artikel is afkomstig uit:

 

Titel Spiegel Historiael

 

Meer weten

Meer lezen over: 

Landen: 

Tijdperken: 

Inhoudelijke tags: 

Tijdschriften: