Geen afbeelding beschikbaar

Hendrik Willem van Loon - Gevierd historicus in Amerika

Hij was beroemd in Amerika, maar ondergewaardeerd in zijn vaderland: de Nederlandse historicus Hendrik Willem van Loon (1882-1944). Het vernietigend commentaar van Johan Huizinga op zijn bestsellers was exemplarisch voor de ontvangst in Nederland. Van Loon leek zich de kritiek niet veel aan te trekken en zag een grote gelijkenis tussen zichzelf en Erasmus.

Kees van Minnen

Weinigen kennen hem nog, maar in zijn tijd, de eerste helft van de 20ste eeuw, was Hendrik Willem van Loon een celebrity in de Verenigde Staten. Hij was daar in 1921 op slag beroemd geworden met The Story of Mankind, een voor kinderen bedoelde geschiedenis van de prehistorie tot heden die eveneens door volwassenen gretig werd gelezen. Vanaf die tijd kon hij als auteur ruimschoots van zijn pen leven. Behalve als historicus genoot Van Loon in Amerika ook faam als journalist, radiocommentator en illustrator.

Hij publiceerde in totaal ruim veertig boeken over geschiedenis, geografie en kunst die hij veelal zelf illustreerde en waarmee hij een miljoenenpubliek bereikte. Een aantal van zijn bestsellers werd in meer dan twintig talen vertaald, tot in het Russisch, Chinees, Koreaans, en Japans toe. Albert Einstein en Thomas Mann behoorden tot Van Loons vriendenkring, evenals president Franklin D. Roosevelt en zijn vrouw Eleanor die hem regelmatig op het Witte Huis uitnodigden. President Roosevelt noemde Van Loon ‘my true and trusted friend’. Vanaf hun eerste ontmoeting in 1932 hadden zij een wederzijdse sympathie voor elkaar en in de jaren die volgden zette Van Loon zich in voor Roosevelts verkiezingscampagnes. Zo schreef hij in 1936 een korte biografie van de president die werd gepubliceerd in het jaarboek van de Democratische partij. In zijn vele artikelen en radioprogramma’s steunde Van Loon meestal het beleid van de president. In hun correspondentie koketteerden zij ook met hun gemeenschappelijke Nederlandse achtergrond. Al vroeg in de jaren dertig waarschuwde Van Loon de Amerikanen als een van de eersten voor het gevaar van nazi-Duitsland. Met datzelfde doel voor ogen publiceerde hij onder meer zijn boeken Our Battle (1938) en Invasion (1940).

Ook hielp hij veel Europese vluchtelingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog onderhield Van Loon een speciale vriendschapsband met prinses Juliana. Op verzoek van de Nederlandse ambassade in Washington schreef hij een radiotoespraak voor de prinses die zowel in de Verenigde Staten als Canada werd uitgezonden. Ook was hij nauw betrokken bij de organisatie van het bezoek dat koningin Wilhelmina in 1942 aan de Verenigde Staten bracht. Van prins Bernhard had Van Loon niet zo’n hoge dunk; hij stoorde zich met name aan diens nachtclubbezoek in New York. Gedurende de oorlogsjaren sprak Van Loon bezet Nederland moed in via de kortegolfzender WRUL als Oom Henk – uitzendingen die hij aanvankelijk ook zelf bekostigde.

Culturele kloof

Van Loon werd in 1882 in Rotterdam geboren als tweede kind van welgestelde ouders die een juwelierszaak dreven. Toen Hendrik Willem acht jaar oud was verkocht zijn vader de zaak en vertrok het gezin naar Den Haag om daar te gaan rentenieren. Hendrik Willems vader ging in de loop der jaren het gezin steeds meer terroriseren, met als gevolg dat de jonge Van Loon later slechts haatgevoelens voor hem kon hebben. Toen zijn geliefde moeder in 1900 overleed en zijn vader al gauw hertrouwde met een hoogst onsympathieke vrouw, besloot Hendrik Willem in 1902 Nederland te verlaten en zich in de Verenigde Staten voor te bereiden op een carrière als journalist.

Vanaf mijn tiende jaar (of zelfs eerder) wilde ik meer dan iets anders een heel beroemd historicus zijn

Na zijn studie aan Cornell en Harvard University werkte Van Loon eerst enkele jaren als journalist voor Associated Press in de Verenigde Staten, Rusland en Polen, maar al spoedig trok Clio hem steeds meer en besloot hij zijn jeugddroom te volgen. ‘Vanaf mijn tiende jaar (of zelfs eerder) wilde ik meer dan iets anders een heel beroemd historicus zijn,’ schreef Van Loon in zijn postuum gepubliceerde en onvoltooide autobiografie, Report to Saint Peter. Hij behaalde zijn doctoraat in de geschiedenis aan de Universiteit van München in 1911. Zijn proefschrift werd in 1913 gepubliceerd als The Fall of the Dutch Republic.

In 1921 volgde zijn doorbraak als historicus in de Verenigde Staten met de publicatie van The Story of Mankind. Dit boek werd niet alleen bekroond met de in 1922 voor het eerst door de American Library Association uitgereikte John Newbery Medal voor ‘de belangrijkste bijdrage aan de Amerikaanse kinderliteratuur’ in 1921, maar bracht hem ook de lof van zijn befaamde collega-historicus Charles A. Beard. Deze sloeg Van Loons boek hoger aan dan het een jaar eerder verschenen The Outline of History van de Britse auteur H.G. Wells, en voorspelde dat het blijvende waarde zou hebben. Beard had gelijk: ruim tachtig jaar na zijn oorspronkelijke verschijnen is The Story of Mankind nog steeds verkrijgbaar. In 1957 bracht Warner Brothers zelfs een verfilming van het boek uit met een cast van vijftig Hollywood sterren, met onder anderen Vincent Price, Hedy Lamarr, Dennis Hopper en de Marx brothers.

Hoe anders was de ontvangst van The Story of Mankind in Nederland. Johan Huizinga besprak de Nederlandse vertaling in 1924 in De Gids en veegde er de vloer mee aan. Zijns inziens was het boek gebaseerd op een aantal historische en pedagogische misvattingen, waarvan hij ‘de hobby der synthese’ als ‘een groot kwaad’ beschouwde. Hij gruwde van de illustraties in het boek en beschouwde het succes ervan in Amerika als ‘een veeg teeken voor onze beschaving.’ Van Loon trok zich de kritiek van Huizinga aan, maar vond ook dat ‘die geleerde man op een dood grachtje in het doode Leiden buiten het leven (stond), veilig gesubsidieerd door de Staat.’

Ook bij de ontvangst van zijn later verschenen boeken bleek telkens weer een culturele kloof te bestaan tussen de waardering voor zijn werk in Van Loons nieuwe en oude vaderland. Zo werd zijn ambitieuze werk The Arts uit 1937, waarin Van Loon in bijna 700 pagina’s de beeldhouwen schilderkunst, de architectuur, en de muziek van prehistorie tot heden behandelt, en dat tegelijkertijd in de Verenigde Staten, Engeland, Oostenrijk, Frankrijk en Italië verscheen, in de Amerikaanse pers met lof overstelpt. Albert Einstein feliciteerde hem met het boek dat hij prees vanwege de originaliteit en Franklin Roosevelt was er zo enthousiast over, dat hij Van Loon naar het Witte Huis noodde om te bespreken hoe hun beider plannen om de kunst naar het grote publiek te brengen elkaar zouden kunnen aanvullen. Maar de Nederlandse recensent van Het Vaderland kon er de verdiensten niet van inzien en ergerde zich aan het feit dat Joost van den Vondel niet eens in The Arts werd genoemd. In het voetspoor van Huizinga bekritiseerde hij de zucht van de gemiddelde Amerikaan naar gemakkelijk toegankelijke ‘tabloid kennis’ in plaats van belangstelling voor serieuze werken. Niettemin beleefde de Nederlandse vertaling van dit boek, De mens en zijn kunst, in 1938 twee drukken en verscheen in 1956 zelfs een zesde druk.

Henricus Rotterodamus

Van Loons magnum opus is Van Loon’s Lives uit 1942. Dit door hemzelf geïllustreerde boek van bijna 900 pagina’s bevat meer dan veertig biografieën van beroemde historische figuren met wie Van Loon fictieve ontmoetingen heeft in Veere. Tot de uitgenodigde personen behoorden Willem de Zwijger, George Washington, Shakespeare, Descartes, Molière, Plato, Confucius, Leonardo da Vinci, Beethoven, Peter de Grote, Theodora, Benjamin Franklin en Thomas Jefferson.

Ook dit boek werd weer door velen geprezen, onder meer door Thomas Mann, en in diverse talen vertaald. Het verscheen in 1947 in het Nederlands als Pioniers der vrijheid en was in 1942 zelfs door Vrij Nederland aanbevolen. De recensent vond het echter belangrijker dat Van Loon, die hij omschreef als ‘onzen litterairen gezant in Amerika’, dankzij de hoge verkoopcijfers van het boek een belangrijke bijdrage leverde aan de pro-Nederlandse propaganda in de Verenigde Staten. En dat was precies wat Van Loon met het boek had beoogd.

In Van Loon’s Lives gaf de auteur een ruime plaats aan zijn held Erasmus met wie hij zich niet alleen verwant voelde, maar met wie hij zich ook steeds meer ging identificeren. Zozeer zelfs, dat hij zijn brieven regelmatig ondertekende met ‘Henricus Rotterodamus’. In 1942 had Van Loon een heruitgave van Erasmus’ Lof der Zotheid geïllustreerd en van een uitvoerige inleiding voorzien. Op de titelpagina van het boek waren de namen van de auteur, Desiderius Erasmus van Rotterdam, en de inleider/illustrator, Hendrik Willem van Loon van Rotterdam, in hetzelfde lettertype en even groot gedrukt. Kort daarna organiseerde Van Loon een tentoonstelling van zijn illustraties voor Erasmus’ klassieker en legde in de vitrines een foto van zijn handen, die naar zijn mening identiek waren aan de handen van Erasmus, naast een afbeelding van Erasmus’ handen zoals afgebeeld door Albrecht Dürer, en door van Loon getekende zelfportretten naast contemporaine afbeeldingen van Erasmus. Dit moest een sceptische wereld aantonen dat beide mannen een en dezelfde persoon waren, in de 16de eeuw Erasmus genoemd en in de 20ste eeuw gereïncarneerd in Van Loon.

In de periode 1928-1931 woonde Van Loon in Veere en beleefde er naar eigen zeggen de gelukkigste jaren van zijn leven. Hij schreef er onder meer een biografie van Rembrandt en wist zelfs ‘Miss America’ naar het Zeeuwse stadje te lokken. De exuberante Van Loon, die een chaotisch liefdesleven leidde, was toen Amerika even ontvlucht na een rampzalig verlopen derde huwelijk met een Broadway actrice waarmee hij het slechts enkele maanden uithield.

Na deze affaire was hij teruggekeerd naar zijn tweede vrouw die hem zijn verdere leven als trouw partner bij zijn werkzaamheden ondersteunde. Maar dit kon niet verhinderen dat Van Loon talloze vrouwen het hof maakte en hen met brieven, telegrammen en bloemstukken bombardeerde. Hij liet zich ooit ontvallen: ‘Ik heb nog nooit alleen met een vrouw in een kamer gezeten zonder haar een huwelijk en alimentatie voor de rest van haar leven aan te bieden.’ De Nederlandse auteur Adriaan van der Veen, die in 1940 korte tijd Van Loons secretaris was, merkte op dat Van Loon ‘als een hijgend nijlpaard, steeds in liefdesdoodsnood’, achter iedere vrouw aanliep die zijn pad kruiste, maar constateerde ook dat zijn pogingen meestal tot niets leidden en hij weer naar zijn vaste levenspartner terugkeerde.

Academische samenzwering

Van Loon was in de eerste plaats een popularisator die zich met veel succes op het grote publiek richtte. Zijn kracht lag in het overbruggen van de kloof tussen de academische wereld van de vakhistorici en het grote publiek dat hem op handen droeg en dat zonder zijn boeken, artikelen en radiopraatjes over historische onderwerpen niet of nauwelijks in contact gekomen zou zijn met geschiedenis en kunst. Al in 1922 had hij in een bijdrage aan het boek Civilization in the United States, een verzameling essays door dertig Amerikaanse intellectuelen, niet alleen het Amerikaanse publiek bekritiseerd vanwege een gebrek aan belangstelling voor de geschiedenis, maar ook de beroepshistorici: ‘Er is nog nooit iemand in geslaagd om de gewone man ervan te overtuigen dat het lezen van geschiedenisboeken geen pure tijdverspilling is.’ En dat was nu precies de missie die hij voor zichzelf in gedachten had en die hij in een eerdere krantencolumn had omschreven als ‘een poging om de geschiedenis menselijk te maken en binnen het bereik van de gemiddelde weldenkende persoon te brengen’.

Als geen ander maakte Van Loon de Amerikanen vertrouwd met de Nederlandse geschiedenis en cultuur

Natuurlijk kreeg Van Loon regelmatig kritiek van vakhistorici in de Verenigde Staten die hem terecht verweten nogal eens slordig met historische feiten om te gaan en ook origineel archiefonderzoek in zijn werk misten, maar Van Loon wuifde dergelijke verwijten van zich af: de kritiek van de ‘onbeduidende professortjes’ zou gebaseerd zijn op jaloezie op zijn verkoopcijfers.

In 1943 werd Van Loon geportretteerd in drie lange artikelen in The New Yorker. Hierin werd hij afgeschilderd als een eenzaam, onbegrepen genie met een kolossaal lijf (hij was 1.90 m lang waardoor hij boven zijn tijdgenoten uittorende, en woog ruim 130 kilo), waarin een fragiele en verfijnde geest schuilging. In zijn streven om ‘alle kennis aan alle mensen te schenken’ was Van Loon, aldus de interviewer, ‘de meest prominente der popularisators’ geworden en voerde hij een eeuwigdurende strijd met de academische wereld, waar ‘kennis het slachtoffer was geworden van een samenzwering van pedagogen en professionele academici, die er een vaag en saai ritueel omheen hadden gebouwd zodat zij er als een soort hogepriesters het monopolie op behielden’. Zijn critici, merkte de auteur van dit portret ironisch op, ‘hebben domweg niet in de gaten dat Van Loon een universum op zich vormt. Zij kunnen niet weten dat hij het universum heeft bestudeerd door zichzelf te bestuderen. Hij is zijn eigen bron en zijn eigen onderzoek. (…) Het verschil tussen Van Loon en andere historici is dat hij voor informatie te rade gaat bij de levendige realiteit van zijn eigen persoonlijkheid, terwijl zijn minder vitale rivalen hun materiaal noodgedwongen uit de tweede hand hebben, uit de stoffige archieven van eenvoudige autoriteiten.’

Volgens de Amerikaanse schrijver Van Wyck Brooks, die Van Loon de titel ‘prins der popularisators’ had gegeven, waren er maar weinig auteurs die anderen zo goed konden laten genieten van wat Burckhardt had omschreven als ‘het banket’ van de kunst van het verleden. De historicus Arthur Schlesinger jr. meent dat Van Loon in ruime mate beschikte over het vermogen om helder en boeiend over historische onderwerpen te schrijven en volgens hem waren het zijn geestdrift en tomeloze vitaliteit die zijn geschiedwerken zo aangenaam en opwindend maakten.

Hoog in de Top 100

Naar aanleiding van zijn overlijden in maart 1944 omschreef de Londense Times Van Loon als ‘een van de meest innemende producten van het huwelijk tussen Nederland en de Verenigde Staten’ en de New York Herald Tribune merkte over hem op: ‘Born a Dutchman, he became a world figure.’ Hij was in de jaren twintig, dertig en veertig van de 20ste eeuw de beroemdste Nederlander in Amerika en speelde een bijzondere rol in de relatie tussen Nederland en de Verenigde Staten. Als geen ander maakte hij de Amerikanen vertrouwd met de Nederlandse geschiedenis en cultuur en daarom beschouwden veel van zijn Amerikaanse tijdgenoten Van Loon en Nederland als synoniem. Zijn overlijden was voor toonaangevende kranten en tijdschriften in de Verenigde Staten zoals de New York Times, Newsweek, The Nation en Time aanleiding zijn verdiensten te prijzen.

Dat de voormalige celebrity Hendrik Willem van Loon toch nog niet helemaal in zijn oude vaderland is vergeten, bleek in 1998 toen de Groene Amsterdammer, waaraan Van Loon in de jaren 1920 vele artikelen had bijgedragen, een Top 100 publiceerde van Nederlanders die hun stempel op de 20ste eeuw hadden gedrukt. Anne Frank, die als Nederlandse werd geannexeerd, stond op 1 en Van Loon op vijftien, gevolgd door prinses Juliana en prins Bernhard op respectievelijk de achttiende en negentiende plaats.

In onze ogen zijn Van Loons boeken vandaag de dag qua schrijfstijl wat verouderd, maar veel van zijn werken zijn dankzij de illustraties een lust voor het oog. De catalogus van de Koninklijke Bibliotheek vermeldt veertien in het Nederlands vertaalde boeken van Van Loon en zijn hierboven genoemde werken verdienen het zeker om door een hedendaags publiek (her)ontdekt te worden.

Wellicht dat een nadere kennismaking met het leven en werk van Van Loon alsnog leidt tot de postume reputatie die de redactie van de Knickerbocker Weekly in 1944 hem vond toekomen. Dit Nederlands-Amerikaanse blad gaf toen niet alleen een speciaal Van Loon herdenkingsnummer uit, maar voorspelde ook dat hij na de oorlog in zijn geboorteplaats Rotterdam of in zijn geliefde Veere een standbeeld zou krijgen en dat in Nederland straten en pleinen naar hem vernoemd zouden worden.

Cornelis A. van Minnen is directeur van het Roosevelt Study Center in Middelburg en gastprofessor Amerikaanse geschiedenis aan de Universiteit Gent. Hij publiceerde recentelijk Amerika’s beroemdste Nederlander. Een biografie van Hendrik Willem van Loon (Amsterdam 2005), Boom, € 34,50.

Dit artikel is afkomstig uit:

Titel: Geschiedenis Magazine
Jaargang: 2006
Nummer: 2
Uitgever: Virtùmedia

Meer weten

Tijdschriften: