Aanslag op Gandhi

Aanslag op Mahatma Gandhi

Nuthuram Godse begon in het jaar 1947 met de voorbereiding voor een aanslag op Mohatma Gandhi. Hij was van mening dat een aanslag door meerdere mannen de grootste kans van slagen had. Hij verzamelde twee pistolen, vijf handgranaten en explosieven bij elkaar en op 20 januari 1948 waren ze klaar voor de eerste aanslag op de spiritueel leider van India.

Mahatma Gandhi werd geboren op 2 oktober 1869 in het dorpje Probandar in India. Hij werd opgevoed met het principe Ahimsa, waarin gestreefd wordt naar het principe om andere levende wezens geen pijn te doen, en was zodoende ook vegetariër. Kinderhuwelijken waren gebruikelijk in India rond de eeuwwisseling en toen hij dertien jaar oud was, in 1882, werd hij uitgehuwelijkt aan Kasturba Makharji. Toen Gandhi negentien jaar was en studeerde aan de universiteit van Bombay, kreeg hij de mogelijkheid om te vertrekken naar Engeland om een onderdeel van zijn studie rechten te doen aan het University College in London. Hij vond die periode in zijn leven echter zwaar, omdat het moeilijk was om in die tijd vegetariër te zijn in Engeland en daarnaast stoorde het overmatig alcoholgebruik van de overige studenten hem.

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Na zijn studie kreeg hij de mogelijkheid naar Natal in Zuid-Afrika te gaan, waar een grote Indiase bevolkingsgroep woonde. Deze periode was zeer belangrijk voor het verdere verloop van zijn leven en hij ontpopte zich tot een prominent leider van de Anti-Apartheid beweging, waardoor de politieke ideeën van Gandhi vorm begonnen te krijgen. In 1915 kwam Mahatma Gandhi terug in India. Eenmaal terug zette hij de strijd tegen racisme en ongelijkheid voort op een onconventionele manier. Door het uitvoeren van protesten zonder het gebruik van geweld, kreeg Gandhi bijna het hele volk achter zich. Zijn proteststrijd van burgerlijke ongehoorzaamheid was gericht tegen de Engelse overheersing van India. In de jaren dertig en veertig werd Gandhi verschillende keren gevangen gezet, waardoor hij uit protest een aantal keer in hongerstaking ging.

Steun Moslims

Maar naast de onafhankelijkheidsstrijd, was er nog een probleem dat de kop op begon te steken in het India aan het begin van de twintigste eeuw. Al in 1905 wilden de Britten India bestuurlijk opdelen in een Hindoeïstisch westelijk en een islamitisch oostelijk deel. De deling werd op 12 december 1911 weer ongedaan gemaakt, maar had een blijvende invloed op het nationalisme. Dat leidde tot grote spanningen in Bengalen. Aanvankelijk steunden de Moslims Gandhi, die streefde naar een onafhankelijke staat India. Hij spande zich in voor verzoening tussen hindoes en moslims. Maar in de jaren dertig veranderde dit doordat de moslims vreesden dat zij ook in een onafhankelijk India het onderspit zouden delven. De leider van de Moslimliga, Muhammed Ali Jinnah (jinah), was één van de sturende krachten hierin.

Twee-staten-oplossing

Tijdens een conferentie van de Moslimliga van 22 tot 24 maart 1940, werd de resolutie van Lahore opgesteld, waarin een aparte moslimstaat werd geëist. In een speech tijdens de conferentie, stelde Jinah dat de verdeeldheid tussen moslims en hindoes een internationaal probleem was. Hij stelde dat er een twee-statenoplossing moest komen. De moslimminderheid wilde een afzonderlijk land. Maar Gandhi streefde juist voor eenheid en na de Tweede Wereldoorlog probeerde hij deze eenheid tussen moslims en hindoes te bewaren en de bloedige confrontaties bij de deling van het subcontinent te voorkomen. Maar het mocht niet baten. Op hetzelfde moment dat India werd geboren, op 15 augustus 1947, werd ook Pakistan een nieuwe staat. Gandhi vierde de onafhankelijkheid niet, maar bracht de dag door in Calcutta waar hij rouwde om de verdeling en een oplossing probeerde te vinden voor het geweld tussen beide groeperingen.

Samenzwering

Naast vrienden had Gandhi tijdens zijn jarenlange strijd ook vijanden gemaakt. Eén van zijn grootste tegenstanders was de extremistische Hindoe Nuthuram Godse (1910-1949). Hij was de leider van een samenzwering van zeven mannen, waar Narayan Apte, Mandan Lal Pahwah, Digamar Badge en Shankar Kistayya deel van uitmaakten. Vinayak Savarkar maakte naar alle waarschijnlijkheid ook onderdeel uit van de samenzweerders, maar dat is nooit bewezen. Nuthuram Godse begon in het jaar 1947 met de voorbereiding voor een aanslag. Hij was van mening dat een aanslag door meerdere mannen de grootste kans van slagen had. Hij verzamelde twee pistolen, vijf handgranaten en explosieven bij elkaar en op 20 januari 1948 waren ze er klaar voor.

Eerste aanslag

De mannen waren van plan de explosieven tijdens het avondgebed in het Birla-Huis in New Delhi tot ontploffing te brengen. In de consternatie die daarop zou volgen, konden ze de 78-jarige Mahatma Gandhi om het leven brengen. De handlangers waren het echter tot op het laatste moment niet eens over het feit wie welke taak voor z’n rekening mocht nemen. Tot overmaat van ramp bleken beide pistolen te weigeren en dus onbruikbaar. Desondanks zetten ze hun plan door en gingen op 20 januari naar het Birla House. Pagwa bracht daar de springlading tot ontploffing en verwoestte daarmee een muur in de buurt van Gandhi. Maar Gandhi liet zich niet van de wijs brengen en ging door met bidden nadat hij de woorden sprak: “Als wij nu al om niets in paniek raken, hoe moet het dan als er echt iets gebeurd?” Pagwa werd vervolgens gearresteerd, maar zijn handlangers wisten te ontkomen.

Tweede aanslag

Hierna ontstond een discussie of het plan moest worden afgeblazen of doorgezet. De helft van de groep besloot uit het verbond te stappen, maar Godse was vastbesloten het leven van Gandhi te beëindigen. Door de aanslag was Gandhi gewaarschuwd, maar hij nam geen verdere beveiligingsmaatregelen. Korte tijd voor zijn dood zou hij gezegd hebben: “Als de kogel van een moordenaar een einde aan mijn leven maakt, vind ik het best.” Tien dagen na de eerste aanslag, op 30 januari 1948, probeerde Godse het nog een keer. Gandhi bracht de hele dag door met gesprekken en gebeden. Nadat hij de avondmaaltijd genuttigd had, ging hij op weg naar een gebedsbijeenkomst. Godse besloot dat het moment was aangebroken. Hij zag zijn kans schoon om door de mensenmassa te dringen en de monnik te benaderen. Voordat iemand er erg in had, wierp hij zich op de grond en schoot met zijn pistool op Gandhi. Hij werd twee keer in zijn borst en eenmaal in zijn buik getroffen. Gandhi zakte daarna in elkaar en maakte een laatste gebaar van vergeving naar zijn moordenaar.

Berechting

De dader werd onmiddellijk opgepakt en weggeleid. Het proces tegen de samenzweerders duurde ruim acht maanden. De eerste zitting was op 27 mei 1948 en het vonnis werd voorgelezen op 10 februari 1949. Savarkar werd vrijgesproken, Kistayya werd tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld, vier andere samenzweerders kregen levenslang en Godse en Apte werden ter dood veroordeeld. Op 15 november werden ze naar de galg geleid en opgehangen voor de moord op Mohatma Gandhi.

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!