Aanslag op Paus Johannes Paulus II

Al maanden van tevoren kondigde activist Mehmet Ali Ağca zijn moordplannen op de Paus aan in een Turkse krant. Toch slaagt hij erin naar Italië af te reizen, een wapen te bemachtigen en het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad te betreden. Daar opent hij vervolgens het vuur op Paus Johannes Paulus II, die op dat moment voor enkele tienduizenden toeschouwers een publieke audiëntie houdt.

Op 7 april 1981 landde er een jonge Turk op de luchthaven Fiumicino in Rome. In zijn paspoort stond dat hij ‘Faruk Özgün’ heette, maar in werkelijkheid ging het hier om de valse papieren van Mehmet Ali Ağca, een Turkse militant die enkele maanden eerder had aangekondigd dat hij Paus Johannes Paulus II wilde vermoorden. Overigens was zijn valse identiteit overbodig, want ondanks zijn dreigementen kwam de naam ‘Ağca’ niet voor in de opsporingsregisters van de Italiaanse douane.

Studie Italiaans

De eerste paar dagen gedroeg Ağca zich als een gewone toerist en wisselde hij iedere twee nachten van verblijfplaats. Op de ochtend van 9 april begaf hij zich vervolgens naar de universiteit, waar hij zich in liet schrijven voor een studie Italiaans. Op deze manier verzekerde Ağca zich van een verblijfsvergunning voor nog eens drie maanden. De dag daarna veranderde de Turk weer van adres en boekte hij een vakantie naar Mallorca, waarvan hij pas een maand later zou terugkeren.

Aanslag op de Paus

Locatie van de aanslag Paus Johannes Paulus IIOp 13 mei 1981 reisde Ağca naar het centraal station in Rome, waar hij een Browning 35 High-Power handgeweer uit een kluis haalde. Vervolgens begaf hij zich naar het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad, waar Paus Johannes Paulus II die middag een publieke audiëntie hield. Terwijl de kerkvorst druk was met handen schudden en hoofden aanraken, besloot Ağca het vuur te openen.

Hij raakte de Paus vier keer, twee maal in diens onderbuik, eenmaal in zijn rechterarm en eens in de linkerhand. Daarnaast verwondde Ağca nog twee Amerikaanse toeristen voordat hij overmeesterd werd door omstanders. Eén van hen was een non, die de Turk toeschreeuwde: “Wat doe jij daar?!” Johannes Paulus II werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht, waar dokters er na een zes uur durende operatie in slaagden zijn leven te redden.

Proces van Ağca

Tijdens het proces tegen Ağca werd duidelijk dat de 23-jarige activist al lange tijd van plan was een aanslag te plegen. Zo had hij enkele jaren eerder op de universiteit tegen zijn medestudenten geschreeuwd: “Wat jullie daar lezen, heeft helemaal niet zoveel zin. Ik word ooit op een andere manier beroemd!”. Niet veel later was hij lid geworden van de Grijze Wolven, een ultra-rechtse beweging die door de Turkse autoriteiten verantwoordelijk werd gehouden voor meerdere terreuraanslagen.

Zo was Ağca verantwoordelijk geweest voor de moord op een hoofdredacteur van een liberale krant in Turkije in 1979. Over zijn motieven voor de aanslag op de Paus liet de Turk echter niet veel los. Regelmatig legde hij tegenstrijdige verklaringen af en verzon hij nieuwe beweegredenen, om zo de autoriteiten zo lang mogelijk om de tuin te leiden. Op 22 juli 1981 veroordeelde de Italiaanse rechter Ağca uiteindelijk tot levenslange gevangenisstraf.

Vergiffenis

Zegel ter herinnering aan de aanslag op Paus Johannes Paulus IIPaus Johannes Paulus II bleek zelf overigens geen wrok te koesteren jegens Ağca. Vier dagen na de aanslag verklaarde hij: “Ik bid voor de broeder die mij heeft getroffen. Ik heb hem oprecht vergeven”. Twee jaar na de schietpartij bezocht de Paus ook de gevangenis waar de Turk opgesloten zat, om hem persoonlijk vergiffenis te schenken. Daarnaast drong hij er bij de autoriteiten op aan dat Ağca na twintig jaar gratie verleend zou worden. In 2000 willigde de Italiaanse president Carlo Campi dit verzoek in en stelde hij Ağca op vrije voeten.

Wel werd de activist meteen gedeporteerd naar Turkije, waar hij vervolgens nog eens 10 jaar celstraf uit moest zitten voor de eerdere moord op de linkse hoofdredacteur. Op 18 januari 2010 kwam Mehmet Ali Ağca definitief op vrije voeten. Hij liet vervolgens meteen een persconferentie beleggen, waarin hij verklaarde: “In de naam van God Almachtig verkondig ik bij deze het einde van de wereld in deze eeuw. De hele wereld zal vernietigd worden, alle mensen zullen sterven. Ik ben niet God, ik ben niet de zoon van God, ik ben de eeuwige Christus”.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.