Aardbeving Haïti

Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat de zware aardbeving die in 2010 Haïti trof, ontstond doordat een aardplaat zijdelings langs de plaat waarop Haïti zich bevindt bewoog. De meeste ‘normale’ aardbevingen ontstaan doordat aardplaten dieper in de aarde zakken. Deze aardbevingsvorm is uniek en verklaart de catastrofale gevolgen van de beving voor de inwoners en het land. Ruim 250.000 mensen stierven en bijna een miljoen mensen werden dakloos.

Omstandigheden Haïti

Haïti behoorde voorafgaand aan de beving in 2010 al tot de armste, minst ontwikkelde landen in de wereld. 86% van de bevolking in de hoofdstad Port-au-Prince was woonachtig in sloppenwijken en ruim 80% van de gehele Haïtiaanse bevolking leefde onder de armoedegrens. Toen op 12 januari 2010 de aardbeving het gebied trof, ging het met de leefomstandigheden van de Haïtianen alleen maar meer bergafwaarts. De aardbeving had een kracht van 7 op de schaal van Richter en vond plaats op 25 kilometer afstand van Port-au-Prince. De kracht van de beving behoorde tot de categorie ‘verwoestend’ en het KNMI noemde de beving de zwaarste aardbeving in het gebied sinds 1860.

Naschokken

In de periode na de aardbeving werd het gebied meermaals getroffen door zware naschokken. Op 20 januari 2010 volgde er nog een beving met een kracht van 6,1 op de schaal van richter. Het inschatten van de schade voor de Haïtiaanse overheid en internationale waarnemers ging niet gemakkelijk door de chaotische situatie op het Carïbische eiland. In de dagen na de ramp kwamen er voorzichtige schattingen naar buiten over het aantal slachtoffers en de hoeveelheid materiële schade die het eiland had geleden. Onder de slachtoffers waren ook blauwhelmen van de Verenigde Naties, die ten tijde van de beving als vredesmacht op Haïti aanwezig waren. De overige blauwhelmen kwamen na de ramp onmiddellijk in actie om hulppogingen te coördineren.

The days after

Mede door de armoede op Haïti waren vele gebouwen slecht gefundeerd, dit is ook de reden dat er niet alleen woonhuizen, maar ook overheidsgebouwen compleet waren ingestort. De internationale hulp kwam uit alle hoeken van de wereld, aangestuurd door de VN-vredesmacht ter plaatse. Aan alles was een tekort: levensmiddelen, geneesmiddelen en onderdak. Men vreesde dat de lijken die in de zon lagen ziekten zouden overbrengen en dus werden vrachtwagens ingezet om de lichamen van de slachtoffers van de beving naar massagraven te brengen. Op 23 januari werd er door de VN afgekondigd dat  ze de zoekacties naar overledenen staakten, de kans dat er nog mensen levend onder het puin vandaan zouden kwamen was nihil geworden.

Internationale hulp en effecten

Veel landen, waaronder Nederland, organiseerden een hulpfonds voor Haïti. In Nederland openden de Samenwerkende Hulporganisaties het rekeningnummer 555 en werd er op de nationale televisie door meerdere samenwerkende zenders een show uitgezonden om mensen op te roepen om geld te storten. Samen haalden ze ruim 111 miljoen euro op. 

Wereldwijd was er kritiek op de manier waarop er met het ingezamelde geld van hulpfondsen werd omgegaan. Klachten dat er grote delen aan de strijkstok bleven hangen en slechts een gedeelte van het opgebrachte geld goed terecht kwam werden geuit. Nu vier jaar later, zijn veel overheidsgebouwen weer opgebouwd, is veel van het puin geruimd en is de bedrijvigheid in Port-au-Prince weer hoog. Niet iedereen heeft echter de noodzakelijke hulp ontvangen, dit heeft ertoe geleid dat  er nog steeds ruim 150.000 Haïtianen in provisorische hutjes leven en nauwelijks rondkomen.

 

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!