Eerste Kamer geschiedenis

De Eerste Kamer: het laatste woord

De verkiezingen voor de provinciale staten gaan ook om de Eerste Kamer. In 2016 reflecteerde de Eerste Kamer op haar bestaan. Alle leden namen een volle middag en avond de tijd om zich te buigen over de vraag: moeten wij laten onderzoeken waartoe wij op aarde zijn? Want: past de (200 jaar oude) parlementaire democratie nog wel in deze tijd? Lees hier de ontstaansgeschiedenis van onze Eerste Kamer.

Ontstaan van de Eerste Kamer

In 1815 werd de Nederlandse Staten-Generaal opgesplitst in de Eerste en Tweede Kamer. De leden van de Eerste Kamer werden gekozen door de koning, die de leden koos op basis van inkomen en hun bijdrage aan de Nederlandste staat. Omdat de koning zo veel invloed had op de besluitvorming in de Eerste Kamer, noemden de Belgen de Eerste Kamer ‘ménagerie de roi’, oftewel dierentuin van de koning.

De grondwetswijziging van 1848

De functie van de Eerste Kamer was het controleren van de Tweede Kamer, maar de koning had zo veel invloed op de besluitvoering dat hij in praktijk altijd het laatste woord had. De liberaal Thorbecke noemde de Eerste Kamer ‘zonder grond of doel’. Bij de grondwetswijziging van 1848 werd de onschendbaarheid van de koning vastgelegd. Hij had geen invloed meer op de verkiezing van de Eerste Kamer, de leden werden voortaan gekozen door de provincies. De taak van de instantie werd ‘niet het stichten van het goede, maar het voorkomen van het kwade’.

1917 & 1922 – gelijke rechten

Bij de grondwetswijziging van 1917 werden onder andere het actief en passief kiesrecht voor mannen en het passief kiesrecht voor vrouwen ingevoerd. Daarnaast werden de inkomenseisen die toegang gaven tot de Eerste Kamer afgeschaft. In 1922 werd vervolgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging ingevoerd in de Eerste Kamer. De stemmen werden nu niet per provincie uitgebracht, maar alle stemmen van de leden van de Provinciale Staten werden voortaan bij elkaar opgeteld.

Het afschaffen van de Eerste Kamer

Sinds de jaren zestig laaide de discussie over de functie en wijze van verkiezingen betreffende de Eerste Kamer opnieuw op. Concrete plannen over het afschaffen van het overheidsorgaan werden er niet gemaakt, maar de zittingsduur en de wijze van verkiezingen werden wel aangepast. Voortaan werden de Eerste Kamerleden voor vier jaar gekozen, in plaats van zes jaar. Daarnaast brachten de provincies vanaf nu hun stemmen voor de Eerste Kamer tegelijk uit.

Huidig debat over de Eerste Kamer

Nog altijd is de afschaffing van de Eerste Kamer een item, de discussie over de afschaffing laait bij iedere Provinciale Statenverkiezing op. Zo heeft onder andere D66 - dat volgens de peilingen kan rekenen op een behoorlijk aantal zetels – de afschaffing van de Eerste Kamer in haar partijprogramma staan. Daarnaast blijkt ook de discussie over de wijze van kiezen nog altijd relevant. De functie van de Eerste Kamer zou niet in verhouding staan met de trapsgewijze verkiezingen; de leden van de Kamer hebben immers het laatste woord. Het afschaffen van de Eerste Kamer zou alleen mogelijk zijn wanneer de Kamer het hier zelf mee eens is. Haar leden zijn ten slotte gemachtigd om door de Tweede Kamer ingediende wetten af te wijzen.

Opkomst verhogen?

Het merendeel van de Eerste Kamer stemde in 2016 in met een breed, kritisch onderzoek naar de (relevantie van) de parlementaire democratie. Hiertoe zou een staatscommissie moeten worden opgericht, waarin bijvoorbeeld Eerste- en Tweede Kamerleden of oud- Kamerleden plaatsnemen. Wanneer deze 'klankbordgroep' wordt opgericht is nog de vraag, eerst moet de Tweede Kamer worden geraadpleegd.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!