De geschiedenis van het alpinisme: van de duivel naar de top

Alpinisme, het beklimmen van bergen met als doel de top te bereiken, is een sport die zich pas vrij recent ontwikkeld heeft. De historie van het alpinisme begint namelijk zo'n twee eeuwen geleden. Uiteraard waren er wel eerder mensen de bergen in geweest en waren er zelfs eenvoudige toppen beklommen. Toch: de term ‘alpinist’ is op deze mensen niet van toepassing. Lange tijd werden de bergen gevreesd.


Tien Geboden & de Olympus


Het aanbidden van heilige bergen is zeer bekend in de menselijke historie. Zo verkreeg Mozes de Tien Geboden op de Sinaïberg en de Griekse goden huisden op de Olympus. Bovennatuurlijke verschijnselen werden (en worden) vooral waargenomen op weinig gefrequenteerde plekken. Vooral dus in de bergen, de meest desolate plaats van alle.


Houding van de kerk


De grote angst voor de bergen ontstond door de houding van de kerk in de Middeleeuwen. Het lokale bijgeloof werd vervormd in demonen, draken en andere afgezanten van de duivel. De belevingswereld in de Middeleeuwen werd bepaald door het geloof. De aarde was niet anders dan een afspiegeling van de strijd tussen God en de duivel, tussen goed en kwaad. De bergen, met weinig bruikbare grond en zijn gevaren voor reizigers, waren dan ook duidelijk het terrein van de duivel. De bergen waren hinderlijk.


Toch woonden er mensen in de bergen


De bergen werden door deze houding echter niet gemeden. De Alpen staan namelijk midden in een (ook voor die tijd) dichtbevolkt continent. Hoewel lastig te passeren en de vermeende duivelse krachten werden de lage punten in de bergkammen gebruikt als overgangen. Al in de tijd van de Romeinen werden passen gebruikt als handelsroutes. Ook Hannibal trok over de Alpen. In de loop van de Middeleeuwen verschenen op veel passen in Zwitserland kloosters. Sommige passen verkregen een grote betekenis. Het waren dan ook de passen die namen hadden, dit in tegenstelling tot de toppen, die bleven onbenoemd.


Bijna geen schilderijen van bergen


In de esthetica van de Middeleeuwen, en ook lang daarna, waren nut en schoonheid nauw verbonden. De bergen werden dan ook zeker niet mooi gevonden, hier huisde immers de duivel. Dit is duidelijk terug te zien in afbeeldingen die uit die tijd stammen. Er is geen aandacht voor de individuele vorm van de bergen, en ze worden meer symbolisch, als een hoop hoge pieken, weergegeven. In 1515, al in de Renaissance, tekende Leonardo da Vinci een realistische weergave van de bergen. Het paste niet in zijn tijdgeest en hij werd niet begrepen.


Meer belangstelling voor bergen


In de tijd van Da Vinci komt er echter langzaam wel meer belangstelling van wetenschappers voor de bergen. Dat wil zeggen: men ging er over schrijven, zonder dat men zelf op onderzoek uitging. Markante bergtoppen worden in deze tijd benoemd.


Conrad Gessner (1516-1565)


De bekende geleerde Conrad Gessner, een Zwitsers humanist, vormde een uitzondering. Hij besteeg de Pilatus (2121 m) nabij Luzern. Het beklimmen van deze (makkelijke) berg was reeds twee eeuwen verboden, wegens het bijgeloof in kwade geesten die daar zouden huizen. Na de actie van Pilatus bleef de gevreesde wraak van de kwade geesten uit en het verbod werd opgeheven. Hoewel hij veel plezier had beleefd aan zijn avontuur schreef Gessner in één van zijn geschriften dat de bergen niet zozeer mooi zijn als wel waardevol, aangezien ze ertsen, hout en een continue stroom van water leveren.


Johan Scheuchzer (1672-1733)


In de zeventiende eeuw onderneemt de geleerde Johan Scheuchzer een aantal reizen door de Alpen. Als rationalist verricht hij daarbij onderzoek ter plekke. Althans, hij interviewde de lokale bevolking. Zelf waarnemen was er niet bij. Zo beschrijft hij verschillende drakensoorten met wetenschappelijke precisie, en ook hoe je de mannetjes en vrouwtjes kan onderscheiden. Een kleine vooruitgang was echter wel gemaakt, aangezien de draken hun middeleeuwse kenmerken verloren hadden en nu aardig en vriendelijk waren.


Verandering esthetische houding


In de achttiende eeuw verandert de esthetische houding ten opzichte van de bergen. Het is de tijd van de idylle, de idealisering van het landelijke leven met als bekendste exponent J.J.Rousseau ('Terug naar de natuur'). De boeren in de bergen zijn de helden van J.J.Rousseau. In een van zijn boeken worden ook de eerste stappen in het alpinisme gezet. In de schilderkunst worden de bergen daadwerkelijk weergeven zowel door realisten als romantici.


Alpen onder de aandacht gebracht


Mede onder invloed van de literatuur zoals die van J.J.Rousseau en de schilderkunst, werden de Alpen onder de aandacht gebracht. Reizigers gingen aan het eind van de achttiende eeuw dan ook naar de Alpen in plaats van door de Alpen. Het zijn de stadsmensen die pogen te ontsnappen naar de natuur, de idylle. De reisliteratuur die dit opleverde zette weer anderen in beweging. Het zijn dan ook de stadsmensen die in de eind van deze eeuw de impuls geven tot het alpinisme, niet de lokale bevolking (de helden van J.J.Rousseau).


Wetenschappelijke belangstelling


Ook de wetenschappelijk belangstelling voor de Alpen steeg. Met dien verstande dat het veelal een combinatie trof van wetenschap met avonturisme, romantiek en nationalisme (deze laatste vooral na 1815). De bergen werden beklommen waarbij de hoogte gemeten werd (m.b.v. een barometer) en met een thermometer de temperatuur van de lucht en kokend water op verschillende hoogtes.


Het begin van het alpinisme


Aan het eind van de achttiende eeuw kunnen we spreken van alpinisme: De bergen worden beklommen met als doel de top te bereiken. Het begin van het alpinisme is niet eenduidig aan te wijzen. Wel heel belangrijk voor de ontwikkeling van het alpinisme en één van de eerste bergen die doelbewust beklommen werd, was de Mont Blanc. Met zijn 4807 meters is de Mont Blanc de hoogste berg van de Alpen.


H.B. de Saussure


De grote man achter de beklimming van de Mont Blanc was H.B. de Saussure, een alom gerespecteerde wetenschapper uit Genève. Hij had een beloning uitgeloofd voor diegene die de top zou halen. In 1786 zijn het de mineraalzoeker J.Balmat en de dokter M.G.Paccard die de top halen. De grote faam van Saussure zorgt ervoor dat de beklimming alom bekend wordt in Europa.


Beklimming Gross Glockner


Ook in Oostenrijk, in navolging van Saussure, is het graaf Von Salm die een expeditie organiseert naar de Gross Glockner (3798 m) en in 1800 op de top staat. De Aartshertog Johann is de drijvende kracht achter de beklimming van de Ortler in 1804. Deze berg was, met zijn 3899 meter, destijds de hoogste van Oostenrijk. Aartshertog Johann ging mee bij de eerste poging de Gross Venediger te beklimmen in 1829. De top werd echter pas bereikt in 1841.


Belangstelling Alpen aangewakkerd


In Groot-Brittannië werd de belangstelling voor de Alpen aangewakkerd door de Schotse wetenschapper J.D.Forbes (1809 - 1868). Hij heeft veel gewandeld in verlaten dalen en over niet-geregistreerde passen, waarover hij publiceerde in diverse kranten. Hij werd de eerste voorzitter van de Britse Alpen Club. Een mogelijk nog grotere invloed had de Engelsman A. Smith met zijn lezingen over zijn beklimming van de Mont Blanc. Zes jaar lang reisde hij met zijn lezing door Groot-Brittannië. Tevens werd de belangstelling voor reizen naar de Alpen groter doordat de communicatie makkelijker- en de verbindingen goedkoper werden naar de Alpen.


51 bergen van boven de vierduizend meter beklommen


De Britse belangstelling voor de Alpen leidde ertoe dat ze lokale mensen gingen betalen om hen als gids te dienen bij een beklimming. De hoofdreden voor een beklimming was de sportieve prestatie. De periode van 1850 - 1865 wordt aangeduid als de Gouden Tijd. Er werden 51 van de 74 vierduizenders voor het eerst beklommen. Een bijzondere prestatie gezien de omstandigheden waaronder geklommen werd. Er waren geen hutten hoog in de bergen die de klimmers onderdak boden. Er werd overnacht onder dekens, of 's nachts vertrokken vanuit het dal.


Andere klimmethoden


Ook de klimmethoden verschilden nogal van de huidige. Er werd gebruik gemaakt van ladders en lange stokken. Ladders werden gebruikt om gletsjerspleten over te steken, zoals dat nu nog het geval is bij expedities in de Himalaya. Later werden de lange stokken vervangen door zeer lange pickels. Het gebruik van (hennep-)touw kwam langzaam in zwang. Bij rotspassages klom echter ieder simultaan, zelfs zonder het touw daarbij strak te houden. In de moderne klimtechnieken wordt een klimmer via een touw over een vast punt gezekerd. Slechts enkele klimmers waren in het bezit van stijgijzers.


Eerste beklimming Matterhorn


De Gouden Tijd eindigde met de dramatische eerste beklimming van de Matterhorn. De Matterhorn was één van de laatste grote Alpenbergen die nog onbedwongen was. De Engelsman Edward Whymper, een illustrator die zijn geld verdiende met gravures en verhalen over de Alpen, opereerde aanvankelijk met een Italiaanse gids vanuit Italië. Hij had al diverse pogingen ondernomen via de Italiaans zijde van de berg, maar moest steeds voortijdig terugkeren. Hij wilde het eens vanaf de (steilere) Zwitserse zijde proberen. Zijn Italiaanse gids trok zich echter om onduidelijke reden op het laatste moment terug. Het bleek dat hij met alle andere goede Italiaanse gidsen was ingehuurd door een Italiaanse heer om de eerste beklimming op Italiaanse naam te zetten.


Zwitserse zijde


Whymper vertrok snel naar Zermatt. Tot zijn geluk kon hij aansluiten bij een andere Brit, Lord Douglas. Douglas had twee gidsen ingehuurd, vader en zoon Taugwalder, om de steilere Zwitserse zijde van de Matterhorn te beklimmen. Ook sloot zich nog een tweetal Engelsen aan, Mr. Hudson en Mr.Hadow, met de Franse gids Michel Croz. Ze hadden hetzelfde plan. Mr. Hadow, was weinig ervaren in het klimmen. De gidsen twijfelden aan zijn capaciteit maar Hudson, een ervaren alpinist, stond voor hem in.


Als eerste op de top


Het zevental ging op weg naar de top. Al snel bleek dat Hadow niet gewend was te klimmen en vaak een helpende hand nodig had. Whymper werd gedreven door de angst dat de Italianen eerder op de top zouden zijn. Op de top aangekomen vond men geen sporen in de sneeuw en de Italianen bleken nog bezig met de beklimming. Ze schreeuwden en gooiden steentjes naar beneden om de aandacht te trekken van de Italianen. De bedwingers zagen ze en ze keerden om.


Tragisch ongeval


In de afdaling moest de groep een stukje de noordwand afklimmen. Er waren twee touwgroepen geformeerd, maar deze waren nu voor de veiligheid. Douglas vreesde een glijpartij van Hadow, aan elkaar vastgebonden door 'oude' Taugwalder. De gids Croz klom als eerste naar beneden om de onervaren en vermoeide Hadow te helpen bij het afdalen. Op een moment dat Croz zich omdraaide om zelf weer af te dalen, gleed Hadow uit en duwde Croz omver. Hudson en Douglas waren verrast en werden meegesleurd in de val. Het touw sneed in de 'oude' Taugwalders hand, maar hij was in staat de val te houden. Het touw brak echter tussen Taugwalder en Lord Douglas. Het viertal stortte daarop de diepte in langs de steile noordwand.


Het touw


Het bleek dat het touw dat gebruikt was om de twee touwgroepen aan elkaar te binden, een dun reservetouw was dat absoluut niet voor dergelijke doelen geschikt was. Waarom was het gebruikt? Waarom was het mee? Had de 'oude' Taugwalder het bewust gebruikt om bij een eventuele val niet meegetrokken te worden? Had Whymper het touw bewust doorgesneden om hun eigen leven te redden? In de gerechtelijke onderzoekingen werd de 'oude' Taugwalder als zowel Whymper vrijgesproken van schuld. De Britse kranten vielen de Britse Alpen Club aan en stelden het klimmen in zijn geheel ter discussie. Koningin Victoria overwoog zelfs het klimmen te verbieden, was het niet dat veel leden van de 'Club' invloedrijke personen waren. Onder druk van de 'Club' schreef Whymper een ingezonden brief naar de Times. Hij schoof hierin de 'oude' Taugwalder de beschuldigingen toe. De carrière van de 'oude' Taugwalder was reeds geruïneerd. Het was niet geliefd in het dorp en werd door collega's beschuldigd. Whymper bleef een graag geziene gast in Zermatt. Binnen de 'Club' werd hij echter een volledige outsider.


Bergbeklimmen in de twintigste eeuw


Het ongeluk op de Matterhorn had twee effecten. Er werd nu serieuzer gedacht over het veiligheidsaspect van het klimmen en het alpinisme verkreeg een grote belangstelling door de aandacht die het ongeluk had getrokken. De trend van eerst-beklimmingen zette zich langzaam om in het zoeken naar moeilijke routes. Ook het gidsloos klimmen, zoals tegenwoordig normaal is in de klimwereld, kwam in zwang. De Alpen werden in de loop van deze eeuw ontsloten door de komst van hutten, die de klimmers ondersteunden in hun activiteiten. Tot de Tweede Wereldoorlog bleef het echter een activiteit van de beter gesitueerden. Geschreven door: Ron Bloskma   Neem ook eens een kijkje bij onze collega's van Bergwijzer.  

Bron


 


Afbeelding


Lees het augustusnummer van Geschiedenis Magazine

Lees hier wat je kunt verwachten van het komende nummer van Geschiedenis Magazine!

Lees Geschiedenis Magazine

Lees het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór 6 augustus een abonnement.

Lees Geschiedenis Magazine

Lees het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór 6 augustus een abonnement.

Lees Geschiedenis Magazine

Lees er het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór 6 augustus een abonnement.

Dan lees je Geschiedenis Magazine.

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!