De geschiedenis van straatnamen

De geschiedenis van straatnamen

Op 21 oktober 2014 liet oud-schaatskampioen Jochem Uytdehaage via Twitter weten dat hij een straatnaambord had meegenomen uit de naar hem vernoemde straat in Utrecht. Uytdehaage won twee gouden medailles op de Olympische Spelen. Het straatnaambord mocht hij meenemen van de gemeente Utrecht, omdat deze vervangen zou worden. Het gebruik van straatnamen is al heel oud, straatnaamborden komen echter pas uit de negentiende eeuw.

Vroege geschiedenis van straatnamen

De Romeinen gaven hun straten aan met de termen Cardo en Decimanus. Alle straten die van noord naar zuid liepen werden een cardo genoemd. Een decimanus was een van oost naar west lopende straat. Bij hoofdwegen werd daaraan de bepaling ‘maximus’ toegevoegd. In de middeleeuwen was men minder geordend. Straten en pleinen werden vaak genoemd naar het werk dat daar het meeste werd uitgevoerd, of waren gewoon een beschrijving van een belangrijk gebouw dat er in de buurt stond, of van belangrijke mensen die er woonden. Vanaf de twaalfde eeuw hield men steeds vaker vast aan een vaste straatnaam. Omdat deze echter nooit officieel werden vastgelegd, kwam het voor dat er per straat meerdere namen in omloop waren.

De gemeentewet

In Nederland werden straatnamen pas officieel opgeschreven nadat dit in 1851 in de Gemeentewet als verplichting werd opgenomen. Daarbij werden vaak gewoon de straatnamen overgenomen die in de volksmond bekend waren. Tegelijkertijd werd wel een adviescommissie opgesteld, die mee moest helpen met het bedenken van eventuele nieuwe straatnamen. De belangrijkste reden waarom de straatnamen vastgelegd werden, was omdat het in het land steeds drukker werd. Hulpdiensten zoals de politie en de brandweer, maar ook postbodes moesten steeds meer werk doen om het juiste adres te vinden. In hetzelfde jaar moesten straten daarom ook voorzien worden van straatnaambordjes. De Fransen hadden in 1728 al verplichte straatnaambordjes ingevoerd.

Nieuwe wijken

Na 1900 moesten er door steeds grotere stadsuitbreidingen, ook steeds meer nieuwe straatnamen vastgelegd worden. Veel van deze nieuwe wijken kregen daarbij een thema. Zo werden straten vaak genoemd naar beroemde schilders uit de Gouden Eeuw, of allerlei soorten bomen. Aan veel wijken is aan de straatnamen goed te zien wanneer ze gebouwd werden. Veel Nederlandse steden hebben bijvoorbeeld een Transvaalbuurt of een Indische buurt. Straatnamen in deze buurt herinneren aan het Nederlandse koloniale verleden.


Titel: De gevelstenen van Amsterdam
Auteur: Onno W. Boers
ISBN: 9789065509758
Uitgever: Verloren
Prijs: €29,-

   


Transvaalbuurten en Indische buurten

Na de Tweede Boerenoorlog, die tussen 1899 en 1902 werd gevoerd in Oranje Vrijstaat en de Republiek Transvaal, vernoemden veel Nederlandse steden een wijk naar belangrijke plaatsen en personen die aan de kant van de boeren meevochten, omdat zij zich daar verbonden mee voelden. In Indische buurten zijn de straatnamen vernoemd naar personen en plaatsen uit Nederlands-Indië. Veel Indische buurten zijn later gebouwd dan de Transvaalbuurten. Een groot conflict in Nederlands-Indië speelde zich dan ook pas later af.

Monopoly

Een belangrijk spel met straatnamen, Monopoly, komt ook uit het begin van de twintigste eeuw. In 1934 werd in Engeland het eerste Monopolyspel verkocht door Charles Darrow. Zijn spel was geïnspireerd op het in 1904 door Elizabeth Magie uitgebrachte bordspel ‘The Landlord’s Game’. In 1936 werd het spel door de firma Perry & Co. voor het eerst uitgebracht in Nederland. Aanvankelijk had het spel Engelse straatnamen, maar al gauw besloot men om Nederlandse straatnamen te gaan gebruiken. Voor de straatnamen werd gebruik gemaakt van straten waar een Perry-filiaal gevestigd was. Verder werd gebruik gemaakt van straatnamen in de directe omgeving, bijvoorkeur winkelstraten.

Wijken zonder straatnamen

De jaren zeventig kende een periode waarin wijken aangelegd werden zonder straatnamen. In grote delen van Lelystad, dat gebouwd werd tussen 1967 en 1980, zijn deze bijvoorbeeld niet te vinden. Ook de Hoofddorpse wijk Graan voor Visch bevat enkel huisnummers. Dit systeem moest de postcode kunnen vervangen. De huisnummers in de wijk lopen op van 13.000 tot 19.999. Omdat het vinden van het juiste huisnummer er hierdoor echter niet makkelijker op was geworden, werd besloten dit systeem niet in de rest van Hoofddorp door te voeren. Veel mensen vonden een straatnaam bovendien een stuk persoonlijker. Nog steeds gaan herhaaldelijk stemmen op voor het hernoemen van de straten.

Persoonsnamen

Dat Jochem Uytdehaage tijdens zijn leven een straatnaam naar zich vernoemd heeft gekregen, is eigenlijk best bijzonder. Als een straat naar een persoon genoemd wordt, kiest men bij voorkeur voor een overledene. Ook hebben veel gemeente een periode van 5 tot 25 jaar ingesteld waarin gewacht moet worden, voordat een persoon op een straatnaambord mag worden vermeld. Dit om ‘besmetting’ te voorkomen. Een voorbeeld hiervan was de Stalinlaan in Amsterdam, die al gauw omgedoopt werd in Vrijheidslaan. Uitzonderingen worden officieel alleen gemaakt voor leden van het Koninklijk Huis, maar er zijn meer straten vernoemd naar nog levende personen. Een voorbeeld is de Anton Geesinkstraat in hetzelfde Utrecht, dat werd vernoemd naar de - toen nog niet overleden -judoka.

Ook interessant: 

Landen: 

Tijdperken: 

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Lees Archeologie Magazine

Lees de special in het komende nummer van Archeologie Magazine. Neem vóór vrijdag 19 februari 16:00 u. een abonnement.

Lees Archeologie Magazine

Lees het  komende nummer van Archeologie Magazine. Neem vóór vrijdag 19 februari 16:00 u. een abonnement.

Lees Archeologie Magazine

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Lees Archeologie Magazine

Lees de special in het komende nummer van Archeologie Magazine. Neem vóór vrijdag 19 februari 16:00 u. een abonnement.