De loopgravenoorlog: Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog wordt ook wel een loopgravenoorlog genoemd. Tijdens een loopgravenoorlog graven de legers aan weerskanten zich in om zo een aanval van de tegenstander te kunnen weerstaan, maar deze tactiek kan ook leiden tot een patstelling wanneer geen van beiden zijn positie opgeeft. Vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog begonnen beide zijden van het conflict aan de bouw van loopgraven. In eerste instantie waren deze loopgraven tijdelijke, ondiepe kuilen om kortstondig voor het vijandelijke vuur te kunnen schuilen. Het besluit om langhoudende loopgraven te bouwen kwam na het Duitse verlies bij de Eerste slag bij de Marne in september 1914.

Eerste slag bij de Marne

In augustus 1914 begon Duitsland aan de hand van het Schlieffenplan uit 1905, vernoemd naar generaal Alfred von Schlieffen, aan de inval in België.  Het plan, in een cirkelvormige beweging om  Frankrijk heen de macht krijgen om zo Frankrijk te verzwakken en daarna in te nemen,  was te optimistisch en de uitvoering viel tegen. De Belgen verzetten zich meer dan de Duitsers verwacht hadden.  Bovendien behoefde ook het oostfront Duitse soldaten. Zodoende was de Duitse troepenmacht aanzienlijk zwakker geworden. Toen de Duitse legermacht, onder leiding van Alexander von Kluck, begin september 1914 de vallei van de rivier de Marne naderden stuitten zij op Franse en Engelse troepen. Vanaf 5 september startten de gevechten en op 8 september wisten de geallieerden de Duitsers te verslaan. Op 11 september bliezen de Duitsers de terugtocht en trokken zij zich terug. Ze vertrokken echter niet geheel, ze begonnen zich in te graven en met succes: de loopgravenoorlog begon.


Titel: Filmfront Weimar - Representaties van de Eerste Wereldoorlog in Duitse films uit de Weimarperiode (1919-1933)
Auteur: Bernadette Kester
ISBN: 906550429X
Uitgever: Verloren
Prijs: €26,-

 

 


Permanente loopgraven

Het idee achter de meer permanente loopgraven was dat de Duitsers ervan uitgingen dat de Fransen op den duur de behoefte hadden hen van hun grondgebied te verwijderen. Dus zouden de Fransen aanvallen en vanuit hun loopgraven zouden de Duitsers vanuit relatieve veiligheid de vijand kunnen verzwakken. Nadat de Fransen inzagen dat de Duitse loopgravenlinie niet gemakkelijk te breken was, besloten ook zij zich in te graven. De patstelling zorgde ervoor dat de loopgraven snel werden uitgebreid en binnen enkele weken leidde de loopgravenlinie vanaf de Noordzee tot aan de Zwitserse grens. Aangezien deze afstand zo’n 760 kilometer loopgraaf behelsde zorgden temperatuur- en landschapsverschillen voor diverse types loopgraven en vestigingen.

Strategisch voordeel hoge loopgraven

De Duitsers hadden een tactisch voordeel in de loopgravenoorlog aangezien zij als eerste hun loopgraven hadden aangelegd. Het vlakke Vlaanderen bood enkele heuvels en dit waren strategisch uitstekende plaatsen om je te verschansen. Niet alleen had de hoogte voordelen wat betreft overzicht en de blik op de vijand, ook hadden de lage gebieden het nadeel dat er al vrij snel op water werd gestuit bij het uitgraven. Het water en de bijkomende modder zouden gedurende de oorlog veel overlast veroorzaken aan Britse zijde.

Onderdelen loopgraven

De meeste loopgraven bestonden uit drie linies achter elkaar: de vuurlinie, de steunlinie en de reservelinie.  Sommige ingewikkelde Duitse loopgravenconstructies bestonden uit wel tien linies. Om van de ene linie naar de andere te geraken werden er communicatiedoorgangen gebouwd. Deze werden niet in één rechte lijn, maar zigzaggend door de linies aangelegd. Het was gebruikelijk dat soldaten om de vier dagen veranderden van linie. Het verplaatsen van de derde linie naar de eerste linie was het gevaarlijkst, omdat het lawaai door alle plotselinge activiteit het risico op een vijandelijke aanval vergrootte.

Dugouts

Onmisbaar waren de schuilplaatsen, de dugouts, waarin geschuild kon worden voor het weer en vijandig wapengekletter. Deze schuilplaatsen waren vaak vooral in gebruik bij hoog geplaatste militairen, de doorsnee soldaat moest met behulp van zijn fantasie en de schaarse middelen die hij had een eigen heenkomen in elkaar knutselen. Sommige Franse soldaten holden de loopgraaf verder uit, om in deze kuil, een  funk hole, te slapen. Bij de Engelse en Duitse troepen was dit uitgraven verboden, uit angst dat het de loopgraaf zou verzwakken.

Mine dugouts

Vooral de dugouts in de voorste linies  van de Britten en Fransen waren klein, donker en vochtig. Water liep langs de muren en vormde een modderige bodem op de vloer van de schuilplaatsen. Omdat de vijand vaak het zwaarste geschut inzette  op de achterste linies, uit angst dat ze hun eigen loopgraven zouden beschadigen, waren de schuilplaatsen in de tweede en derde linie vaak veel dieper uitgegraven. Deze schuilplaatsen konden wel een diepte hebben van twaalf meter en werden daarom ook mine dugouts genoemd, ofwel mijnschuilplaatsen.

Duitse luxe

Over het algemeen waren de schuilplaatsen in de Duitse loopgraven van aanzienlijk betere kwaliteit. In de eerste linie waren de schuilplaatsen overeenkomstig met die van de geallieerden, maar in de achterste linies waren er betere, soms zelfs ronduit luxueuze, schuilplaatsen te vinden. In de Somme vallei was bijvoorbeeld een Duitse dugout van zo’n 10 meter diep, voorzien van elektriciteit en ventilatie, met houten vloeren en panelen langs de muren. Een Engelse dominee die tijdens de Slag bij Somme in 1916 een bezoek bracht aan de dugout vertelde bij terugkomst over telefoonlijnen in de schuilplaats, geverfde muren, tapijten en ramen. Uit latere kennis blijkt dat deze ramen in werkelijkheid patrijspoorten waren met spiegelend glas waardoor de illusie van een raam werd gewekt.

Het gevaar van de trench foot

Als gevolg van de erbarmelijke omstandigheden in de loopgraven ontstond er in de loop van de winter van 1914 een veelgehoorde voetklacht. Soldaten met pijnlijke tenen en voeten, zwellingen die soms tot in de benen doortrokken en nauwelijks op hun benen konden blijven staan kwamen steeds vaker voor. De medische legerstaf zocht naar een oorzaak van deze klachten, maar verder dan ‘bevriezingsachtige symptomen’ kwam men aanvankelijk niet. In de loop van 1915 noemden de artsen de mysterieuze ziekte trench foot, ofwel loopgraafvoet. Trench foot werd veroorzaakt door aanhoudende vochtige en koude weersomstandigheden samen met een slechte hygiëne. De bloedvaten beginnen samen te trekken en reduceren de bloedtoevoer naar de benen, om meer warmte in het lichaam te behouden. Hierdoor komen er minder voedingsstoffen en zuurstof in de voeten waardoor het weefsel en de zenuwen in de voet kunnen beschadigen.

Preventiemaatregelen trench foot

Het Britse leger leed enorm door trench foot. In totaal leden er gedurende de hele oorlog  74.711 soldaten aan trench foot, hiervan stierven er 41 aan de gevolgen ervan. Met de juiste behandeling wisten de meeste soldaten volledig te herstellen, maar in sommige gevallen zorgden ontstekingen in het been ervoor dat chirurgen genoodzaakt waren voeten en benen te amputeren. Naarmate er meer duidelijkheid kwam over de oorzaken van trench foot, konden er ook preventiemaatregelen worden getroffen. De drie belangrijkste maatregelen waren: verbeteringen aan de loopgraven zodat deze droger en beter begaanbaar werden, beter schoeisel voor de soldaten en vet om de laarzen mee in te vetten tegen het water. Tegen de tijd dat de loopgravenoorlog ten einde kwam in 1917-1918 was het aantal trench foot-gevallen aanzienlijk verminderd.

Verdronken in de modder

Los van de slachtoffers die vielen tijdens gevechten en aanvallen, stierven er ook veel soldaten in de loopgraven vanwege andere redenen. Behalve de trench foot, waren ook ongedierte, modder en psychische problemen veel voorkomende doodsoorzaken. Gedurende hevige regenval kon het water zoveel modder genereren in de loopgraven, dat soldaten niet meer in staat waren zich los te rukken uit de aarde. Dit had tot gevolg dat regelmatig soldaten verdronken, nadat ze urenlang hadden vastgezeten in de onwrikbare modder.

Rattenplaag

De lijklucht en algemene hygiëne zorgde er bovendien voor dat er veel ongedierte in de loopgraven aanwezig was. Ratten teisterden de soldaten terwijl ze sliepen, stalen eten en knaagden aan de overblijfselen van overleden soldaten. De ratten veroorzaakten niet alleen ongemak en afschuw, ook waren zij drager van talloze ziekten.

De zinloosheid van de loopgraaf

Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog was het duidelijk geworden dat het gebruik van loopgraven enkel zorgde voor een patstelling. Beide zijden bleven angstvallig in hun loopgraven zitten en de leefomstandigheden in de loopgraven zorgden voor zeer veel overbodige slachtoffers. De onnodige afslachting van duizenden jongemannen die al bij het ‘boven komen’ uit de loopgraaf neergeschoten werden werd het symbool van de zinloosheid van het oorlog voeren.      

<h3><strong>Bronnen</strong></h3>
John Ellis, <em>Eye-Deep in Hell: Trench Warfare in World War I </em>(New York 1989)

<a title="www.bbc.co.uk" href="http://www.bbc.co.uk/history/worldwars/wwone/battle_marne.shtml" target="_blank">www.bbc.co.uk</a>

<a title="www.europeanhistory.about.com" href="http://europeanhistory.about.com/od/worldwar1/a/World-War-One-The-Trench... target="_blank">www.europeanhistory.about.com</a>

<a title="www.wemjournal.org" href="http://www.wemjournal.org/article/S1080-6032(06)70334-9/fulltext" target="_blank">www.wemjournal.org</a>

&nbsp;

&nbsp;

&nbsp;

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!