Slag om Schloss Itter

De Slag om Kasteel Itter, het bizarste gevecht van WOII

Het is misschien wel een van de vreemdste gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In mei 1945, een paar dagen voordat de Duitsers zich overgaven, streden Duitse en Amerikaanse soldaten om een Oostenrijks kasteel. Niet tegen elkaar, maar mét elkaar.

Gevangenis Kasteel Itter

Al eeuwen verdedigde Kasteel Itter het Oostenrijkse Brixental maar tijdens de Tweede Wereldoorlog had het geen militaire functie meer. Aan het einde van de negentiende eeuw was het al vervallen kasteel flink verbouwd en was er van het kasteel een luxe residentie gemaakt, waar sindsdien meerdere beroemdheden hadden gewoond. Toch had het nog een aantal kenmerkende elementen: een grote muur, een grote toren en één groot poortgebouw. Dat maakte het in de ogen van de SS een goede plek voor een gevangenis. In de loop van de oorlog hadden de Duitsers behoefte aan ‘luxe’ gevangenissen waar gegijzelde hoogwaardigheidsbekleders uit bezette gebieden en krijgsgevangen officieren gevangengezet konden worden. In 1943 werd kasteel Itter door de SS in gebruik genomen als luxe subkamp van concentratiekamp Dachau. De gevangenen waren Franse hoogwaardigheidsbekleders, zoals de oud-premiers Edouard Daladier en Paul Reynaud, oud-president Albert Lebrun, Gamelin, de opperbevelhebber van het Franse leger en Marie-Agnès de Gaulle, de zus van Charles de Gaulle. Later werd de Franse tennis-ster Jean Borotra ook bij Itter gevangengezet. Hij had een korte politieke carriere bij het Vichy-regime, maar werd gevangen genomen nadat hij weigerde de rassenwetten van de Duitsers te erkennen.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Aan het eind van de oorlog werd het kasteel ook een toevluchtsoord voor Duitse officieren die op de vlucht waren voor de geallieerden. In de Duitse propaganda waren de Alpen in Zuid-Duitsland en Oostenrijk jarenlang gepresenteerd als een soort nationaal toevluchtsoord vanuit waar de ‘echte nazi’s’ zich tot de laatste snik tegen de geallieerden zouden verzetten en veel fanatieke nazi’s trokken de bergen in. De bewakers bleven desondanks op hun post en bleven daar tot hun commandant Eduard Weiter, kampcommandant van concentratiekamp Dachau op 30 april 1945 bij het kasteel aankwam. Onder zijn bewind waren er tijdens de laatste dagen voor de bevrijding nog duizenden gevangenen vermoord in een poging zoveel mogelijk van de sporen van het kamp uit te wissen en onder de gevangenen in Itter ontstond de vrees dat zij nu aan de beurt waren, maar zover kwam het echter niet. Ervan doordrongen dat de oorlog verloren was, pleegde Weiter enkele dagen na aankomst in het kasteel zelfmoord. Dat veroorzaakte een grote vlucht onder de SS’ers die het kasteel bewaakten. Vrijwel alle soldaten die het kasteel bewaakten, sloegen op de vlucht en lieten veel van hun wapens achter.

De gevangenen bewapenen zich

Daarmee was het gevaar voor de gevangenen in het kasteel niet geweken. In de omgeving krioelde het van de fanatieke nazi’s die het wel eens op gevangenen gemunt konden hebben Daarom bewapenden ze zich met de wapens die de gevluchte soldaten hadden achtergelaten. Een van de gevangenen, de Joegoeslavische verzetsstrijder Zvonimir Čučković werd eropuit gestuurd om contact te leggen met de Amerikanen en hen te verzoeken het kasteel te bevrijden. Onderweg stuitte hij op Wehrmacht-majoor Gangl. Daarmee had hij geluk, want Gangl had kort daarvoor contact gelegd met het lokale verzet en bereidde zich met een paar van zijn mannen voor om over te lopen of zich anders aan de Amerikanen over te geven. De komst van Čučković gaf hem de kans om allebei te doen en zich daarbij ook nog eens als beschermer van de Franse gevangenen op te werpen. Gangl had gehoord dat er twintig kilometer verderop in Kufstein Amerikanen zouden zitten en besloot daar heen te gaan. Daarnaast stuurde hij Čučković richting Innsbruck. Dat was eerder die dag was ingenomen door de Amerikanen ingenomen, maar omdat er richting Innsbruck nog veel SS’ers waren, dacht hij dat Čučković meer kans maakte.

Čučković en Gangl bereikten beiden veilig de Amerikaanse posities en wisten versterkingen te regelen. Allebei in de vorm van een aantal tanks en tankjagers, aangevuld met infanterie. De versterkingen die met Čučković meekwamen, hadden echter een behoorlijke reis voor de boeg. Vanuit Innsbruck was het nog zo’n 70 kilometer naar het kasteel en onderweg liep het konvooi het risico in een hinderlaag te komen.

Duitsers en Amerikanen samen

Het konvooi dat met Gangl meeging, was een merkwaardige verzameling van soldaten en materieel. Voor de gelegenheid waren soldaten van een normaliter streng gesegregeerde Afro-Amerikaanse eenheid aan een aantal voertuigen van een tankbataljon toegevoegd. En daar achteraan reden dan ook nog eens Gangl en zijn Werhmachtsoldaten in een jeep en vrachtwagen. De Amerikaanse commandant Lee had echter andere zorgen dan de samenstelling van zijn troepen: ook zijn eenheid liep het risico om in een hinderlaag te lopen, of erger: de weg terug kon afgesneden worden. Tegen de tijd dat de bevrijders bij het kasteel aankwamen, was de strijdmacht van Lee en Gangl daarom gereduceerd tot één tank, een aantal soldaten van de Afro-Amerikaanse eenheid en de mannen van Gangl. De rest was onderweg achtergebleven om strategische punten te bewaken en de weg van het kasteel naar de Amerikaanse linies te verdedigen. Te weinig om alle gevangenen te evacueren. Er zat dus niks anders op dan het kasteel te verdedigen tegen mogelijke aanvallers.

De Slag om Kasteel Itter

Die kwamen. Rond ongeveer elf uur ’s avonds openden SS’ers het vuur op het kasteel. Dat begon met geweren en machinegeweren, maar bij het ochtendgloren hadden de SS’ers ook een antitankkanon opgesteld waarmee ze al snel vrijwel meteen de laatste tank die het kasteel verdedigde, uitschakelden. Wat volgde, moet een vreemd tafereel geweest zijn. Een paar honderd SS’ers bestormden het kasteel alsof het een middeleeuwse belegering was, terwijl Franse politici en Duitse en Amerikaanse soldaten zij aan zij de kasteelmuren verdedigden. En wonderwel hielden de verdedigers die elkaars talen nauwelijks spraken en het moesten doen met een bij elkaar geraapt arsenaal nog lang uit tegen de goedgetrainde SS’ers die de aanval hadden geopend. Maar de verdedigers kregen een groot probleem: de munitie raakte op.

Hulp was onderweg. Het konvooi dat Čučković had geregeld was immers nog met een Amerikaans konvooi onderweg naar het kasteel. Dat konvooi onder leiding van majoor Kramers was inmiddels in Wörgl aangekomen en had contact gelegd met de soldaten de Lee had achtergelaten. Die hadden de hele nacht naar de geluiden van het gevecht om het kasteel geluisterd. Kramers, wilde graag in contact komen met het kasteel, maar Lee’s soldaten vertelden hem dat er geen radiocontact mogelijk was. Maar een lokale bewoner had een oplossing: in het gemeentehuis was nog een telefoon aanwezig. Kramers hoefde alleen maar even te bellen. En ondanks alle beschietingen lukte dat nog ook. In niet mis te verstane bewoordingen vertelde Lee zijn collega dat het nu de hoogste tijd was om te hulp te schieten, anders was het voor niets.

Maar haastige spoed is zelden goed, terwijl hij zich uit het dal omhoog haastte naar het kasteel, dreigde Kramers in een hinderlaag van de SS te lopen. De verdedigers zagen het gebeuren en besloten in te grijpen. Tennisser Borotra meldde zich als vrijwilliger om door de linies van de SS heen te breken en de Amerikanen de meest veilige weg te wijzen. Gehuld in een Amerikaans legeruniform trok hij naar verluidt de sprint van z’n leven en bereikte ongeschonden de hulptroepen van Kramers, waarbij hij werd herkend door een oorlogscorrespondent die met de troepen was meegereisd. Op Borotra’s aanwijzingen wisten Kramers troepen de posities van de SS snel op te rollen en al snel gaven vrijwel allen van hen zich over.

Daarmee kwam een van de ‘laatste gevechten’ van de Tweede Wereldoorlog in Europa plotseling tot een einde. De Amerikanen namen ongeveer honderd SS’ers krijgsgevangen. Hoeveel er van hen sneuvelden tijdens de aanval op het kasteel, is niet bekend gemaakt. Ook de verdedigers hadden een dode te betreuren: majoor Gangl was geraakt door een scherpschutter terwijl hij Paul Reynauduit het schootsveld sleurde.

Na de slag

De Franse hoogwaardigheidsbekleders werden na de slag met alle egards naar Innsbruck afgevoerd, maar niet voordat de meegereisde oorlogscorrespondenten alles minutieus had opgetekend hoe de politici en andere beroemdheden zij aan zij hadden gevochten met Amerikanen en Duitsers. Mede dankzij dat verhaal werden Reynaud, Gamelin en Deladier als helden onthaald in Parijs. Ook Lee en Kramers kregen een heldenontvangst en hoge onderscheidingen. Een minder prettige ontvangst kregen Borotra en de Duitse soldaten, ondanks hun inzet. Borotra werd als collaborateur van Vichi-regime gevangen gezet. De Duitse soldaten werden als Amerikaanse krijgsgevangenen afgevoerd. Majoor Gangl werd door het Oostenrijkse verzet als held begraven. Zijn graf in Itter is nog altijd een monument ter nagedachtenis aan de slag.

Bronnen: 

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.

Lees het extra dikke Maand van de Geschiedenis-nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 30 september 16:00 u. een abonnement.