Dzjengis Khan

Dzjengis Khan: Heerser van de Wereld

Dzjengis Khan wordt op jonge leeftijd door zijn stam in de steek gelaten, waarna hij noodgedwongen een nomadisch bestaan leidt. Toch slaagt hij erin zijn eigen leger te vormen en de Mongoolse stammen te verenigen. Uiteindelijk verovert Dzjengis Khan met zijn ruiters een groot deel van het moderne Azië en legt hij de basis voor de vorming van een nieuw wereldrijk.

Dzjengis Khan werd geboren tussen 1155 en 1162 met de naam ‘Temüjin’. Hij was de derde zoon van Yesükhei, de stammenleider van de Mongoolse Borjigin-clan. Toen hij negen jaar oud was werd zijn vader vergiftigd door een naburige stam van de Tartaren. Temüjin eiste daarop zelf het leiderschap van de Borjigin op, maar de clan weigerde geleid te worden door een jongen en liet hem in de steek.

Reputatie Temüjin

In de maanden daarna moesten Temüjin en zijn broers noodgedwongen leven als nomaden. Ze wisten te overleven door het verzamelen van wild fruit en het jagen op klein wild. Tijdens een van deze jachtpartijen kreeg de tienjarige Temüjin echter ruzie met zijn halfbroer Behter en bracht hem om het leven. Niet veel later werd hij overmeesterd door de stam van de Tayichi’ud en gevangen gezet. Temüjin raakt echter bevriend met een van zijn bewakers en slaagde er ’s nachts in om te ontsnappen. Deze twee gebeurtenissen vestigden de reputatie van de jonge Temüjin als een moedige krijger.

Burgeroorlog onder de Mongolen

Na een aantal jaren sloot Temüjin zich aan bij de confederatie van de Kerait, die geleid werd door de Wang Khan Toghrul. Al snel kreeg hij het bevel over een eigen leger en hield hij onder meer een succesvolle veldtocht tegen de Tartaren. Dit alles tot grote onvrede van Senggum, de zoon van Toghrul, die vreesde dat hierdoor zijn opvolging in gevaar kwam. Toen Temüjin ontdekte dat Senggum hem wilde vermoorden, liet hij hem op zijn beurt om het leven brengen. Dit resulteerde in een breuk tussen Toghrul en Temüjin en leidde tot een burgeroorlog onder de Mongoolse stammen.

Confederatie van de Mongolen

Tussen 1201 en 1206 slaagde Temüjin erin om Toghrul te verslaan en alle Mongoolse stammen te verenigen onder zijn leiderschap. Dit was een bijzondere prestatie, aangezien de clans al eeuwenlang verdeeld waren. Temüjin wist alle stamleden echter tevreden te houden door de invoering van een meritocratisch systeem. Voortaan waren leiderschapsposities niet meer erfelijk, maar werden zij toebedeeld op basis van kracht en kunde. Temüjin stond aan het hoofd van deze hiërarchie en kreeg de titel ‘Dzjengis Khan’, dat ‘Heerser van de Wereld’ betekent.

Wreedheden van Dzjengis Khan

Hierna begon Dzjengis meteen zijn naam in de praktijk te brengen, door binnen twaalf jaar de Westelijke Xia / Tangut-dynastie (1209), de Jin-dynastie (1211) en de Kara-Kitan (1218) te onderwerpen. Vervolgens richtte hij zijn pijlen op de Zijderoute en stuurde hij drie gezanten om contact op te nemen met het Khwarezmiaanse rijk (Chorasmië). De Shah van het rijk besloot echter één gezant te vermoorden en stuurde de andere twee terug naar Mongolië met diens hoofd. Dzjengis verzamelde daarop een leger van 200.000 ruiters en viel daarmee Chorasmië binnen. Uit wraak voor de persoonlijke belediging liet hij vervolgens hele steden plunderen en bracht hij een gouverneur van de Shah om het leven door gesmolten zilver in zijn oren en ogen te gieten.

Dood van Dzjengis Khan

Na de verovering van Chorasmië besloot Dzjengis zijn enorme leger op te splitsen. De helft van de soldaten trok onder generaal Subedei verder richting Georgië en Rusland, terwijl Dzjengis ondertussen Afghanistan en India binnenviel. Later keerde hij terug naar China, waar de Westelijke Xia en de Jin dynastie in opstand waren gekomen tegen zijn bewind. Volgens sommige geschriften werd hij hier in 1227 gecastreerd door een prinses van de Jin-dynastie toen hij haar probeerde te verkrachten. Dzjengis zou uiteindelijk als gevolg van deze castratie zijn overleden, maar de historische authenticiteit van dit verhaal wordt inmiddels in twijfel getrokken.

Nalatenschap van Dzjengis Khan

Ten tijde van zijn dood in 1227 heerste Dzjengis Khan over een gebied dat zich uitstrekte van de Kaspische Zee in het oosten tot de Gele Zee in het westen. Na zijn overlijden werd dit rijk verdeeld onder zijn erfgenamen, waarvan zijn zoon Ögodei het grootste deel toekwam en de titel ‘Grote Khan’ kreeg. Onder zijn leiding zou de Mongoolse expansie een hoogtepunt bereiken, onder meer met de verovering van Perzië en de Song dynastie. Toch wordt Dzjengis Khan nog altijd gezien als de grootste veroveraar, omdat hij erin slaagde de verdeelde Mongoolse stammen te verenigen en een wereldrijk te stichten.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!