Dijkdoorbbraak Tuindorp 1960

Gebeurtenissen in Wilnis en Tuindorp tonen nut van dijkcontrole aan

Rijkswaterstaat stuurt vandaag een vliegtuig de lucht in om de veendijken te controleren. Dit in verband met de aanhoudende droogte. Daarmee moeten dijkdoorbraken, zoals acht jaar geleden in Wilnis het geval was, worden voorkomen.

Op 26 augustus 2003 verschoof een stuk van de ringdijk langs de ringvaart rondom de polder Groot Mijdrecht in Wilnis. De ringvaart viel bijna droog en het water stroomde de straten van de aanliggende wijk Veenzijde in. Ongeveer 1500 bewoners van de wijk werden geëvacueerd. Nederland beleefde juist in deze periode een hittegolf en de dijkdoorbraak kwam dan ook als een complete verrassing. Het onderzoek dat volgde wees uit dat de aanhoudende droogte waarschijnlijk de oorzaak was van de doorbraak.

Wijk onder water

Wilnis was niet de eerste veendijkbreuk. Op 14 januari 1960 brak door verzakking een dijk bij de Amsterdamse wijk Tuindorp Oostzaan door. De hele wijk stond onder water, behalve de ‘tutti frutti buurt’ (de straten met vruchtennamen). Het gat in de dijk was ruim 70 meter breed en het duurde 33 uur om het gat te repareren. Er waren geen slachtoffers, maar de schade was groot. 15.000 mensen werden geëvacueerd en in eerste instantie opgevangen in de St.-Rosaschool. Een ooggetuige meldde dat de brandweermensen “geen lieslaarzen hebben en totaal verkleumd tot hun heupen in het water staan”. Sommige evacués kregen onderdak op het passagiersschip ‘Zuiderkruis’. Koningin Juliana bezocht de doorgebroken dijk en een opvangcentrum voor de geëvacueerden. Pas na twee weken konden de bewoners naar hun huizen terugkeren.  De gebeurtenissen in Tuindorp leidden tot de oprichting van de Technische Adviescommissie voor de waterkeringen in 1965. De commissie moest onderzoeken hoe de staat van de dijken in Nederland was. In 2005 is de commissie opgegaan in het Expertise Netwerk waterveiligheid.

Droogte is dreiging

Veendijken zijn, zoals de naam zegt, dijken die helemaal of gedeeltelijk uit veen bestaan. Het zijn geen gebouwde waterkeringen. Ze zijn ontstaan door het ontwateren van het omliggende veengebied. Daardoor verzakte de grond, waarna aan de randen veendijken of veenkades ontstonden. In Nederland ligt ongeveer 3500 kilometer aan veendijken. Ze dienen nog steeds als (secundaire) waterkeringen.  Droogte kan een bedreiging zijn voor veendijken. Door droogte kunnen in een veendijk scheuren ontstaan, die uiteindelijk de stabiliteit van de dijk ondermijnen. Afgelopen week heeft het Hoogheemraadschap van Delfland een dijk in Schipluiden gerepareerd. De dijk vertoonde over een lengte van 350 meter scheuren.

Verschuiving

Maar scheuren zijn niet de enige dreiging. Bij Wilnis lijkt het er op dat de veendijk door voortdurende uitdroging zo licht was geworden dat die uiteindelijk verschoof door het water dat door scheuren onder de veendijk kon komen. Het dijklichaam dreef als het ware weg. Niet alleen droogte kan dijkdoorbraken veroorzaken,maar bijvoorbeeld ook werkzaamheden, zoals verlagingen van het polderpeil of kadereconstructies. Door de gebeurtenissen bij Wilnis hebben de waterschappen betere regels opgesteld voor controles van veendijken. Dat kan op allerlei manieren, maar de meest doeltreffende is nog steeds visuele controle. Tijdens droogteperiodes zijn dan ook voortdurend controleurs op pad.

 

Afbeelding:

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!