
Geen taboe, maar een ideaal: homoseksualiteit onder de samoerai
De strijd voor homo-emancipatie wordt veelal gezien als een modern verschijnsel. Toch zijn er in de geschiedenis culturen geweest die al eeuwen geleden homoseksualiteit tolereerden. Sommige tolereerden het niet alleen; ze respecteerden het zelfs. Zo werden onderlinge relaties tussen samoerai-krijgers in het oude Japan als cultureel en maatschappelijk ideaal beschouwd.
Oordelen en tradities
De eeuwenlange strijd voor de rechten van queermilitairen duurt nog steeds voort. De voornaamste reden voor de historische en hedendaagse weerstand is religie. Veel culturen waren voor de introductie van abrahamitische religies, zoals het christendom of de islam, welwillend tegenover krijgers met een voorkeur voor hetzelfde geslacht. Zo zag men in het oude Griekenland wederzijdse liefde onder de legermanschappen als natuurlijk en zelfs als een stimulans voor het onderlinge moraal. Bij verschillende prekoloniale Noord-Amerikaanse stammen werd homoseksualiteit zelfs als een spiritueel geschenk gezien.
In Japan is homoseksualiteit legaal, maar het homohuwelijk nog niet. De meest dominante religies, het shintoïsme en het boeddhisme, reppen in hun verhalen met geen woord over dit onderwerp en daarom hebben beide geloven er ook geen regelgeving voor. Waar het shintoïsme geen enkel oordeel velt over homoseksualiteit, ligt dat bij het boeddhisme genuanceerder.

Omdat het boeddhisme (enigszins) neerkeek op het vrouwelijke geslacht, beschouwden monniken seks tussen mannen moreel gezien als het mindere kwaad. Zelfs wanneer twee monniken seksueel contact hadden, werd dit niet gezien als een grote overtreding, maar als een menselijke fout die iedereen geregeld maakt. Het was dan ook door de intimiteit binnen de boeddhistische kloosters dat het gebruik nanshoku ontstond. Met deze term, die letterlijk vertaald ‘mannelijke kleuren’ betekent, werden homoseksuele relaties tussen een volwassen man en een adolescente jongen beschreven. Ondanks het feit dat de relatie tussen een volwassen man en een jonge jongen vanuit een modern perspectief problematisch oogt, was nanshoku vanaf de 12de eeuw een breed geaccepteerde traditie in de Japanse samenleving. Er is weinig documentatie van voor de 11de eeuw over nanshoku in het oude Japan. Wel zijn er oude gedichten aanwezig die een vage verwijzing maken naar seks tussen twee mensen van hetzelfde geslacht, maar mogelijk zijn die intentioneel misleidend geschreven.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
Strijdmakkers
Vanaf de twaalfde eeuw na Christus was de samoeraiklasse niet meer weg te denken in Japan. In een korte tijd groeide het aantal samoerai van enkele duizenden naar honderden duizenden. De traditie van nanshoku verspreidde zich buiten de kloostermuren en langzaam werd het ook een standaard binnen de militaire tak van het land. Daar waren twee redenen voor.
De eerste reden was dat de samoerai grotendeels boeddhistische opleidingen volgden en dus deze homorelaties aangingen met oudere monniken. Of een samoerai nu eenmalig het bed had gedeeld met een man of openlijk de mannenliefde aanhing: de Japanse samenleving beschouwde dit vele generaties lang als volkomen normaal. Ook in de steden praktiseerden ervaren samoerai de nanshoku-traditie met hun eigen pupillen, in hun eigen traditie van wakashudo. Met dit gebruik, dat letterlijk vertaald ‘jong persoon’ betekent, werden jongemannen van zeven tot zeventien jaar onder de hoede genomen door een oudere samoerai die hen vechttechnieken leerde. Verwacht werd dat de leerling en meester een levenslange liefdesband vormden en met toestemming van de pupil hadden ze zelfs seks met elkaar. Vele grote namen uit de Japanse geschiedenis zouden volgens historici ‘geliefde vazallen’ hebben gehad. Zo hadden alle drie de bekende ‘verenigers van Japan’, Oda Nobunaga, Toyotomi Hideyoshi en Tokugawa Ieyasu, naar verluidt nauwe banden met de wakashudo-cultuur. Zelfs Miyamoto Musashi, door velen gezien als de beste zwaardvechter ooit, had volgens bronnen afkomstig uit die tijd waarschijnlijk een intieme relatie met een vazal.

Daarnaast verkeerden de verschillende provincies van Japan vóór de Meiji-periode (1868-1912) voortdurend in staat van oorlog, waardoor samoerai vaak op veldtocht waren. Tijdens dergelijke campagnes waren zij lange tijd uitsluitend omringd door mannen en waren vrouwen nagenoeg afwezig. Zelfs in tijden van vrede leefden veel samoerai dicht op elkaar in kastelen en omringende steden ter verdediging van het land. In deze mannenwereld was er dus simpelweg weinig gelegenheid om hun seksuele behoeften bij vrouwen te bevredigen. De 17e-eeuwse Japanse schrijver, Saikaku Ihara, beschreef op eufemistische wijze de stad Edo als een stad waar geslachtsgemeenschap tussen twee mannen als een normale gang van zaken werd gezien.
Net als in het oude Griekenland zag men in de samoeraiklasse mannelijke relaties als een manier om onderlinge solidariteit en de geestelijke veerkracht van beide krijgers te versterken. In combinatie met boeddhistische normen over de zuiverheid van de mannelijke geest, gold homoseksualiteit onder samoeraikrijgers als een moreel en ‘eerbaar’ ideaal. Er werden zelfs boeken uitgebracht die uitleg gaven over hoe men op een ‘juiste’ manier nanshoku- en wakashudo-relaties aan kon gaan. Uitingen van homoseksualiteit in Japan maakten een bloeiperiode mee in de 17e en 18e eeuw en het was een terugkomend thema in literatuur, kunst en theater.
Van traditie naar taboe
De Portugezen probeerden als eerste homoseksualiteit in Japan tegen te gaan. Toen ze in de 16e eeuw aankwamen in Japan om handelsrelaties op te bouwen, namen ze het christendom met zich mee. In tegenstelling tot het boeddhisme en shintoïsme beschouwt het christendom homoseksualiteit als een grote zonde. Alhoewel enkele Japanners zich bekeerden tot het christendom, bleef het land zich ondanks het eerste contact met Europa grotendeels houden aan zijn eigen waarden. Toen drie eeuwen later in 1868 de Meiji-periode begon, kwam daar verandering in. Zoals vele landen wereldwijd, moderniseerde Japan in de 19e eeuw en werd het land sterk beïnvloed door westerse normen. De samoeraiklasse verdween en daarmee ook de wakashudo-traditie. De algemene perceptie over homoseksualiteit veranderde drastisch in deze tijd. Al gauw werd het als ‘onnatuurlijk’ en als een psychologische aandoening gezien.
In 1872 kwam er een verbod op homoseksualiteit dat al acht jaar later werd afgeschaft. Desondanks is het aantal openlijk homoseksuelen sindsdien aanzienlijk afgenomen in Japan en het homohuwelijk blijft illegaal. De strijd voor gelijke rechten duurt onverminderd voort, en in de 21e eeuw zijn er inmiddels belangrijke successen geboekt. Zo is het voor Japanse homokoppels sinds 2009 toegestaan om te trouwen in landen waar het wel legaal is. Daarnaast kregen homoseksuelen in 2015 in een van de belangrijkste districten van Tokio bepaalde rechten die ze nog niet hadden, zoals bezoekrechten in het ziekenhuis of toegang tot de huurmarkt. Een enorme overwinning werd in 2023 behaald toen er een wet werd aangenomen die discriminatie van seksuele minderheden verbiedt.
Bronnen:
- ToFuGu, Koici: The Gay of the Samurai, All About Homosexuality, Buddhist Monks, Samurai, and The Tokugawa Middle Class
- OUT Adventures: Homosexuality In Japan: A Surprisingly Colourful History
- Gary P. Leupp: Male Colors: The Construction of Homosexuality in Tokugawa Japan
- Gregory M. Pflugfelder: Cartographies of Desire: Male-Male Sexuality in Japanese Discourse, 1600-1950
- CIVICUS: Japan: still an outlier on marriage equality
Afbeeldingen:
- Kusakabe Kimbei, The Getty, via Public Domain Image Archive
- Kitagawa Utamaro ( c. 1753 - 1806), Public domain, via Wikimedia Commons
- Ishikawa Toyonobu, Public domain, via Wikimedia Commons






