kunstroof

Grootste kunstroof door de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog

Kunstroof tijdens de Tweede Wereldoorlog houdt nog steeds de gemoederen bezig. In maart 2017 werd bekend dat Horst von Wächter, de zoon van SS-generaal Otto von Wächter (1901-1949), gestolen kunstwerken van zijn vader terug geeft aan Polen. Otto had tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) de kunstwerken gestolen, net zoals veel nazi’s deden. In 2018 werd bekend dat in maar liefst 42 Nederlandse musea roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog te vinden is.

Grote kunstliefhebber Hitler

Veel rijke joodse families hadden vóór 1933 grote kunstcollecties in hun bezit. Toen de nazi-partij aan de macht kwam in Duitsland, veranderde dit. Hitler was een grote kunstliefhebber en wilde vóór zijn partijleiderschap schilder worden van beroep. Hij werd echter niet toegelaten tot de kunstacademie in Wenen. Wel bleef hij een groot kunstverzamelaar. In 1940 werd daarom een speciale organisatie, de Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (ERR), opgericht om documenten en boeken van joden te verzamelen en te vernietigen, of naar Duitsland over te brengen voor het bestuderen van het ‘joodse vraagstuk’. Eind 1940 veranderde de missie van het ERR echter onder invloed van Hermann Göring. Net als Hitler was Göring een grote kunstliefhebber. Het voornaamste doel van de ERR werd nu het in beslag nemen van de kunstcollecties van joden. Hitler wilde een Führermuseum oprichten waarin alle belangrijke westerse kunstwerken tentoongesteld zouden worden.

Verzamelplaats Parijs en slot Neuschwanstein

De meeste werken die de nazi’s in beslag namen, werden naar het Museum Jeu de Paume in Parijs gebracht. Göring zorgde er voor dat de beste werken eerst tussen hemzelf en Hitler werden verdeeld. Eenmaal in Parijs werden de schilderijen onderzocht door kunsthistorici en vervolgens doorverkocht aan hoge SS-ers, ministers of andere hooggeplaatsten. Veel kunstwerken werden ook opgeslagen in slot Neuschwanstein in het zuiden van Duitsland. Daar werden de één miljoen kunstwerken gefotografeerd. Die fotoalbums zijn bewaard gebleven zodat we nu weten wat er gestolen is door de nazi’s. In de oorlog werd door de geallieerde historici, leraren en kunstenaars de Monuments, Fine Arts en Archives program opgericht. The Monuments Men beschermden de nog overgebleven musea en kunststukken tegen vernietiging en plundering. Ook namen ze belangrijke kunstwerken in beslag en brachten ze over naar de Verenigde Staten. Na de oorlog probeerden ze alle verloren stukken op te sporen. Zo vonden ze in de Oostenrijkse Alpen maar liefst 7000 kunstwerken van onder andere Johannes Vermeer en Michelangelo.

Gestolen kunstobjecten teruggegeven

Na de oorlog werden veel werken teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaars, of teruggekocht. Toch zijn er ruim 100.000 werken nooit teruggegeven. Dit kwam vaak ook doordat de families aan wie de kunst had toebehoord, waren vermoord in concentratiekampen. Ook nu worden er nog claims gemaakt op kunstwerken door nabestaanden van joodse families of musea. Zo moest een joodse familie in de Verenigde Staten in 2012 een kunstwerk teruggeven aan Duitsland. De familie kwam er achter dat het stuk door roof uit een museum in Berlijn bij hen terecht was gekomen. Hierop klaagde het museum de familie aan. Ook in Nederlandse musea liggen voorwerpen die een dubieuze herkomst hebben. Zo zouden het Rijksmuseum en Paleis het Loo ook kunstobjecten hebben die door de nazi’s zijn geroofd van joodse families. Volgens bronnen zouden in landen uit de voormalige Sovjet-Unie ook nog steeds een miljoen gestolen kunstwerken zijn. De vraag is of en hoe snel deze kunnen worden teruggegeven aan de nabestaanden.

(Debbie Nijssen) Dit artikel is een bewerking van een artikel dat eerder op IsGeschiedenis verscheen, en is aangepast om het beter te laten aansluiten op het nieuws.  

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!