rapaille partij

Had-je-me-maar – een zwerver in de Amsterdamse gemeenteraad

Cornelis de Gelder (1856 – 1931), beter bekend als Had-je-me-maar,  was een zwerver die in 1921 werd verkozen tot gemeenteraadslid van Amsterdam namens de Rapaille Partij. De oprichters van deze partij waren tegen algemeen kiesrecht en de stemplicht. Ze waren ervan overtuigd dat de meeste mensen niet in staat zijn een weloverwogen politieke keuze te maken. Ze dachten dat zelfs een zwerver verkozen zou kunnen worden en Had-je-me-maar werd lijsttrekker van de partij.

Zwerver en straatmuzikant

Cornelis de Gelder was een metselaar en kermisartiest, maar door tegenslagen in zijn privéleven werd hij dakloos. In het begin van de twintigste eeuw zwierf hij door Amsterdam en hij was regelmatig te vinden op het Rembrandtplein. Daar danste, zong en maakte hij muziek met een elastiek om een sigarendoosje. Het geld dat hij ophaalde ging meestal op aan spiritus; andere alcoholische dranken waren te duur. Tijdens zijn straatoptredens zong hij regelmatig het liedje “Had je me maar” van Louis Davids, waardoor hij zijn bijnaam kreeg. Hij was een lokale beroemdheid geworden: toen hij in 1919 in het ziekenhuis belandde vanwege een ontwrichte knie, werd dat in de Amsterdamse kranten gemeld.

“Had je me maar” van Louis Davids

Als je een meisje soms ziet lopen, met een lief gelaat en een ogenpaar. Je hoeft op haar heus niet te hopen, want ze roept ‘Had je me maar!’

De Rapaille Partij

De Rapaille Partij bestond met name uit jonge kunstenaars die eigenlijk tegen alles waren wat op braafheid of burgerlijkheid leek. Na de Eerste Wereldoorlog ontstond bij veel jonge kunstenaars een gevoel van afkeer tegen de maatschappij en de bourgeoisie. Deze gevoelens uitten zich in geëngageerde kunst en actievoeren. De burgerlijke maatschappij moest bestreden worden. De partij werd opgericht uit onvrede over het algemeen kiesrecht en de stemplicht, die in 1917 waren ingevoerd. De oprichters van de Rapaille Partij vroegen zich voornamelijk af of de grote massa in staat was een weloverwogen politieke keuze te maken. Ze waren overtuigd van niet en dachten dat het volk zelfs een zwerver zou kunnen verkiezen.

Had-je-me-maar in de Amsterdamse gemeenteraad

De Rapaille Partij besloot mee te doen met de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 met Had-je-me-maar als lijsttrekker. Tijdens een persconferentie maakt hij de hoofdpunten van zijn verkiezingsprogramma bekend: “Er moet veel veranderen mensen, in deze stad. We zullen strijden tegen de hoge prijzen.” Jajempies (= borrels), brood en vet moesten goedkoper. Had-je-me-maar en de Rapaille Partij bleken enorm populair en wonnen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen twee zetels.

Gearresteerd

Maar het stadsbestuur van Amsterdam had vóór de verkiezingen al maatregelen genomen om Had-je-me-maar uit de gemeenteraad te houden. Een aantal dagen voor de verkiezingsdag werd hij opgepakt wegens dronkenschap en veroordeeld tot celstraf met aansluitend een verblijf in een sanatorium voor drankzuchtigen. In de cel tekent Had-je-me-maar een verklaring waarin hij afstand doet van zijn benoeming tot gemeenteraadslid. Zijn zetel kon niet worden vervuld omdat de kandidatenlijst van de partij slechts uit twee namen bestond. De tweede op de lijst, ook een lokale beroemdheid in de Amsterdamse straten, heeft zijn periode in de gemeenteraad wel uitgezeten. Hij zou daar eenmaal hebben gesproken: “Kan het raam dicht.”

Partij ontbonden

Toen Had-je-me-maar had laten zien dat een zwerver inderdaad verkozen kon worden tot gemeenteraadslid, hadden de oprichters van de Rapaille Partij hun punt gemaakt. Zij trokken zich direct terug uit de partij en na één raadsperiode werd de partij ontbonden.

Had-je-me-maar keert terug

Anderhalf jaar na zijn opname in het sanatorium zwierf Had-je-me-maar weer door de straten van Amsterdam. Dit keer was hij niet dronken, hij zag er verzorgd uit en hij verkocht als straatkoopman diverse artikelen zoals zeep en ansichtkaarten. De gemeente Amsterdam bood hem logement en af en toe geld voor eten of voor zijn handel. Hij overleed in 1931.

Stemplicht afgeschaft in 1970

De stemplicht werd in Nederland in 1970 afgeschaft omdat mensen die onvoldoende geïnteresseerd zijn in politiek niet gedwongen moeten worden om geëngageerde burgers te worden. De vrees was dat wanneer de regering onverschillige burgers dwingt naar de stembus te gaan, zij een stem uitbrengen op een kandidaat die zij niet of vaag kennen – zoals een straatmuzikant – bij verkiezingen die hen niet interesseren. Dat leidt juist tot een minder representatieve verkiezingsuitslag.    

 

afbeelding

See page for author [Public domain], via Wikimedia Commons

Bronnen

Geschiedenis 24,Hadjememaar: Cornelis de Gelder, bezocht op 11-05-2015.

Historiek.net, Vergeten volksvertegenwoordigers: Cornelis de Gelder, bezocht op 11-05-2015.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!