Het ontstaan van de burgeroorlog in Mali

Twee Nederlandse VN-militairen zijn op 6 juli 2016 om het leven gekomen tijdens een explosie bij een oefening in Mali. De 24-jarige korporaal Roggeveld en de 29-jarige sergeant Hoving waren aan het trainen met een mortier en hierbij is iets misgegaan. De twee stierven aan hun verwondingen en een 23-jarige soldaat wordt nog behandeld. Waarom was het Nederlandse leger eigenlijk in Mali en hoe kon een van de meest democratische landen in Afrika in een burgeroorlog belanden?

Mali wordt onafhankelijk

In 1960 werd Mali onafhankelijk van Frankrijk en kwam de eerste democratisch gekozen president, Modibo Keïta, aan de macht. Voor Keïta grote hervormingen door kon voeren werd hij door middel van een staatsgreep in 1968 afgezet door Moussa Traoré. Traoré’s regeerperiode werd gekenmerkt door veel bloedvergieten. Hij ging onder andere de strijd aan met de nomadische bevolkingsgroep Toeareg. Pas in 1992 werden de volgende democratische verkiezingen gehouden.

Ontevredenheid bevolking

In het noorden van Mali waren er in 2012 diverse rebellengroeperingen actief die allen tegen het Malinese leger streden om zo meer bestaansrechten en – in sommige gevallen- macht te verkrijgen in de regio. Er zijn meerdere oorzaken aan te wijzen voor de ontevredenheid van de Malinezen met de regering: lange tijd werd hun autonomie beperkt door de invloed van het koloniale Frankrijk, beleidsmaatregelen van het IMF zorgden voor een afname in de welvaart en meerdere grote droogtes zorgden voor armoede en leed.

Opkomst islamitische strijders

Daarnaast zorgde de strategische ligging van Mali ervoor dat Mali in de afgelopen decennia de ideale doorvoerroute werd voor de internationale drugshandel. Bijkomende problemen door drugshandel zorgden voor groeiende ontevredenheid over de regering onder de bevolking. Ondertussen begon in de jaren negentig het islamitische extremisme om zich heen te grijpen. Saoedische welgestelden financierden vooral in Noord-Mali scholen, ziekenhuizen, waterputten en moskeeën en probeerden via deze weg zoveel mogelijk de islam te verspreiden. Door de tekortkomingen van de regering aan te wijzen en zelf oplossingen te bieden groeide de aanhang en de macht van jihadistische bewegingen in Mali.

Nationalistische en islamitische rebellen werken samen

Uiteindelijk sloegen de islamitische strijders en de nationalistische Toeareg-rebellen in januari 2012 de handen ineen  en vochten om het bezit van Noord-Mali tegen het slecht bewapende regeringsleger. Het regeringsleger vreesde voor zijn positie en pleegde eind maart 2012 een staatsgreep in de hoop de rust in het land te kunnen herstellen.  Het gewenste effect bleef uit, de rebellen vochten verder en de internationale gemeenschap keurde de staatsgreep af. In de zomer van 2012 werd het verbond tussen de nationalisten en islamitische strijders verbroken door onderlinge meningsverschillen en afwijkende visies over de toekomst van Mali. De burgeroorlog werd een feit.

Bemoeienis internationale gemeenschap

Inmiddels buigt de internationale gemeenschap zich over de kwestie in Mali. Sinds begin 2013 probeert onder andere de oud kolonisator Frankrijk grip op het conflict te krijgen door het steunen van het regeringsleger en te strijden tegen de islamitische rebellen.

Nederland in Mali

Nederland levert sinds 2014 een aandeel aan de operatie in Mali. Als lid van de Verenigde Naties probeert Nederland bij te dragen aan een oplossing van het conflict door het zenden van materieel, militairen (450) en politietrainers (30). Ook heeft de Luchtmacht 4 Apache-gevechtshelikopters ingezet om de regio te stabiliseren. Het aantal Nederlandse militairen in de regio zal tegen het eind van 2016 afnemen, omdat Nederland nauwer met andere krijgsmachten zal gaan samenwerken en zelf minder troepen in Mali wil stationeren.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!