Historie van de mijnbouw in Limburg

Tweede Kamerlid Raymond Knops van het CDA heeft aangegeven dat de partij wil dat er een schadevergoeding komt voor de schade die is ontstaan door de mijnbouw in Limburg in de 19e en 20e eeuw. Deze industrie kwam op gang door de Industriële Revolutie in de tweede helft van de 19e eeuw.

Na 1850 kwam er meer vraag naar steenkool. Dit werd veroorzaakt door de Industriële Revolutie die in Europa op gang was gekomen. De productie van bijvoorbeeld textielproducten en staalproducten werd door machines overgenomen en deze machines hadden steenkool nodig om te werken. In de 19e eeuw waren er in Limburg al twee kleinschalige mijnen namelijk de Domaniale en de Neupick. Nu steenkool belangrijker werd, werd de mijnbouw dat ook en zou zich spoedig uitbreiden in Limburg, waar deze grondstof voldoende aanwezig was. Volgens de Franse Mijnwet uit 1791 was het wel de bedoeling dat de overheid toestemming gaf voor het winnen van grondstoffen.

Ontwikkeling mijnbouw

Er waren echter wel obstakels voor het opzetten van de mijnbouw in Limburg. Er was namelijk nog helemaal geen enkele vorm van transport in het gebied en de Limburgse grond was waterhoudend waardoor het lastig zou worden om hier schachten voor de mijnen te bouwen. Henri Sarolea en Friedrich Honigmann waren hierbij van groot belang. Zij zorgden ervoor dat er spoorwegen werden aangelegd en hadden de kennis om schachten aan te leggen.

Eerste mijnen in Limburg

Sarolea vroeg de overheid toestemming om een mijnbouw bedrijf op te zetten in Heerlen en op 2 mei 1893 kon hij hiermee beginnen. De mijn kreeg de naam Oranje-Nassau en werd in productie genomen in 1899. Er waren inmiddels ook andere mijnen gebouw zoals de Willem-Sophia in 1902 in Spekholzerheide en de Laure&Vereeniging in 1905 in Eijgelshoven. Deze mijnen waren vooral in handen van buitenlandse bedrijven. Vanaf 1902 besloot de overheid om geen toestemming meer aan particulieren bedrijven te verstrekken voor de winning van grondstoffen.

Staatsmijnen in Limburg

De overheid wilde de mijnindustrie in eigen handen nemen. Zodoende startte de overheid de Staatsmijnen op 24 juni 1901. Ze zetten een aantal staatsmijnen op in Limburg waaronder de Staatsmijn Wilhelmina in Terwinselen en de staatsmijn Emma in Hoensbroek. Er waren uiteindelijk acht particuliere mijnen en vier mijnen in handen van de overheid. Deze mijnen breidde zich uit en het aantal mijnwerkers nam toe. Limburg werd een van de meeste geïndustrialiseerde gebieden in Nederland.

Einde mijnbouw in Limburg

Na de Tweede Wereldoorlog ging het echter steeds slechter met de industrie. De lonen voor mijnwerkers waren in Duitsland hoger en veel ervaren werklieden verlieten de Limburgse mijnen. In 1958 diende de kolencrisis zich aan waarbij de vraag naar steenkolen uit Limburg sterk afnam door goedkope importkolen, olie en aardgas. In deze periode werd duidelijk dat het winnen van grondstoffen in andere landen veel gemakkelijker ging en Nederland op lange termijn niet meer zou kunnen mee concurreren.

Laatste mijn in Limburg

Minister van Economische Zaken Den Uyl presenteerde op 17 december 1965 een plan om de kolenproductie langzaam af te bouwen en voor vervangende werkgelegenheid te zorgen. In 1974 werd de laatste mijn in Limburg gesloten. De mijnbouw die jarenlang een grote rol had gespeeld in de levens van de Limburgers verdween voorgoed van het toneel.

Naar de schade aan gebouwen die is veroorzaakt door de mijnbouw wil minister Kamp van Economische Zaken nu onderzoek laten doen. Of de schade ook echt zal worden vergoed is twijfelachtig omdat het verjaringstermijn voor dit soort zaken 30 jaar betreft.

 

Bronnen

-      Demijnen.nl, Van groen naar zwart, en weer terug  (11-11-2011)

-      Geschiedenisbeleven.nl, De Limburgse mijnen: een roemruchte geschiedenis  (22-05-2013)

 

 

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!