Historisch Misverstand van de Week: Dolkstootlegende

Duitse nationalisten kwamen in de jaren ‘20 met een eigen verklaring voor het verliezen van de Eerste Wereldoorlog: linkse officieren en politici hadden het land verraden. Het trauma zat erg diep - hoe had het machtige Duitse keizerrijk kunnen verliezen van Frankrijk en Engeland? Ze geloofden dat het nooit kon liggen aan de militaire kracht van de eigen natie, dus zagen ze de oorzaak in landverraad; een dolkstoot in de rug. Het was een stevig staaltje propaganda.

Wraakzuchtig legden de geallieerden enorme herstelbetalingen op aan Duitsland. Het eens zo machtige keizerrijk lag in puin, terwijl de economische toestand verslechterde. De ellende van Duitsland bleek een voedingsbodem voor de politieke flanken; zowel communisten als nationaal-socialisten zagen hun aanhang groeien. Een heikel punt moest opgelost worden voor de conservatieve nationalisten: als Duitsland zo geweldig was, dan moest er een plausibele uitleg zijn voor het verliezen van de Eerste Wereldoorlog.

Herkomst van de dolkstoot theorie

Ten grondslag aan de schok van het verliezen van de oorlog, lag de propaganda die tijdens die oorlog werd gevoerd. Het Duitse volk kreeg telkens te horen dat het leger elk moment een grote doorbraak aan het westfront zou teweegbrengen, dat de geallieerden aan de verliezende hand waren en dat de Duitsers significante terreinwinst hadden geboekt. Hoewel dit allemaal niet klopte, stond het Duitse leger wel op vijandelijk gebied, toen de onderhandelingen tot overgave in 1918 startten. De bevolking snapte er niets van: “we winnen de oorlog, maar geven ons over”.

Vlak voor de overgave werd er een parlementaire regering gevormd, onder leiding van Max van Baden. Het was een slechte timing; de regering kreeg nu alle schuld van de nederlaag over zich heen. Naast deze regering, zouden stakende arbeiders bijgedragen hebben aan ‘het klimaat van teloorgang’. Terwijl de Duitse legers verder hadden kunnen strijden, werd er een vredesverdrag getekend waardoor Duitsland de oorlog verloor en door de geallieerden kaal werd geplukt.

Zee blokkade

In werkelijkheid ging het anders. Er zijn meerdere oorzaken aan te wijzen waardoor Duitsland de oorlog verloor. Zeer effectief was de Britse blokkade van Duitse schepen. De Noordzee was geheel in handen van de Britse marine na de zeeslag bij Jutland in 1916. Bevoorrading over zee was niet meer mogelijk voor Duitsland, met grote schaarste aan voedsel en materiaal als gevolg. Ruim 300 duizend Duitsers stierven tijdens de Eerste Wereldoorlog aan de gevolgen van ondervoeding.

Twee fronten en de tank

De Duitse tactiek om in rap tempo Frankrijk uit te schakelen, om zich vervolgens te richtten op Rusland, faalde (het zogenaamde Schlieffen-plan). Het gevolg was dat Duitsland twee fronten had die te zwaar drukten op de militaire productie. Ook belangrijk was de ontwikkeling van tanks aan geallieerde zijde. Het bood offensieve ondersteuning aan de manschappen, in een oorlog waarbij aanvallen zo nadelig was gebleken. Middels loopgraven waren soldaten dusdanig ingebunkerd, dat oprukkende soldaten gemakkelijk neergehaald werden door machinegeweren.

Deelname Verenigde Staten

Ook van belang was de toetreding van de Verenigde Saten tot de oorlog. Duitsland schoot middels duikboten schepen op de Atlantische Oceaan neer om de Britse bevoorrading te frustreren. Ze schoten echter ook een groot Amerikaans passagierschip neer, met als gevolg dat de VS Duitsland de oorlog verklaarde. Het westelijk front verkreeg ‘verse troepen’ uit Amerika. Dit gaf zowel een praktische toevoeging van mankracht, als een opleving van het moraal. In Duitsland daarentegen werd de deelname van de VS ervaren als een psychologische klap.

Duitsland was niet verraden. Het verloor de oorlog wegens logistieke, militaire en economische gebreken, terwijl de geallieerden er sterk voor stonden.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!