
Hoe drie doornormale mannen zich een weg naar het koningschap probeerden te bluffen
Met koninklijk bloed word je geboren, of niet. Toch lieten drie gewone burgers zich eind 15e eeuw niet stoppen door hun bescheiden afkomst. Met een mix van lef en bizarre verzinsels deden zij zich voor als vermoorde prinsen en ontsnapte graven, vastberaden om de Engelse troon op te eisen. Deze verzinsels werkten verrassend effectief, tot grote frustratie van koning Henry VII.
In de 15e eeuw maakte Engeland een turbulente periode mee. In een periode van 30 jaar vonden er meerdere burgeroorlogen plaats die nu bekendstaan als de Rozenoorlogen. Twee adellijke families, de huizen York en Lancaster, waren in conflict met elkaar over wie er meer recht had op de Engelse kroon. Toen Henry VII in 1485 koning werd en de huizen York en Lancaster wist samen te voegen in het huis Tudor, leek Engeland eindelijk af te zijn van mensen die beweerden dat zij het koningschap meer verdienden dan de zittende vorst. Toch had Henry VII zelf ook te maken met zogenaamde ‘troonpretendenten’. Het waren echter geen edellieden tegen wie hij streed, maar mensen die deden alsof. Pretendenten van troonpretendenten.
Lambert Simnel
De eerste troonpretendent die het opnam tegen Henry VII was een jongen van slechts tien jaar, nu bekend als Lambert Simnel, die eigenlijk door de volwassenen om hem heen werd opgezet om de Engelse koning uit te dagen. Lamberts echte naam is onbekend en van zijn oorsprong wordt gedacht dat hij de zoon was van een bakker, handelaar of een orgelbouwer. Toen hij tien jaar was, werd hij pupil van een priester, die besloot van de jongen een koning te maken. Hij leidde Lambert op en leerde hem de manieren van het hof om hem zo gereed te maken voor het koningschap.
De priester verspreidde in 1487 valse geruchten dat Lambert eigenlijk Eduard Plantagenet, de Graaf van Warwick, was, die ontsnapt was uit de Tower of London. Eduard Plantagenet, die net zo oud was als Lambert, had vanwege zijn vaders kant van de familie een goede claim op de Engelse troon die door veel mensen werd gesteund. Hij werd in 1485 door Henry VII opgesloten in de Tower of London en valse geruchten verspreidden dat hij daar was gedood. Toen veel mensen geloofden dat Lambert de ontsnapte Graaf van Warwick was, bracht de priester hem naar Ierland waar de regerende adel zijn claim steunde. Lambert werd onder luid gejuich door de straten van Dublin geparadeerd en werd er gekroond tot ‘koning Eduard VI’. Er werd een leger voor hem bij elkaar gebracht door de Ieren en een van de laatste restanten van het huis York om zo Henry VII van de troon te stoten.

Henry VII was ondertussen op de hoogte van de jongen die zich voordeed als de Graaf van Warwick. Hij liet daarom de echte graaf, die nog steeds gevangen zat in de Tower of London levend en wel zien in de straten van Londen om een einde te maken aan de valse geruchten. Omdat nieuws er een langere tijd over deed om aan te komen, was de opstand van Lambert toch nog steeds in gang. Op 16 juni 1487 werd het leger van Lambert verslagen tijdens de Slag om Stoke Field en kwam zijn opstand ten einde. Henry VII pakte Lambert nadien niet al te hard aan omdat hij zich ervan bewust was dat Lambert slechts een kind was dat werd gemanipuleerd door volwassenen. Henry VII liet Lambert helpen in de keuken van het koninklijk hof (wat een best fijne baan was om te hebben voor die tijd) en later in zijn leven werd Lambert de koninklijke valkentrainer.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
Perkin Warbeck
De tweede troonpretendent gedurende Henry VII’s regeerperiode was een man uit Vlaanderen, genaamd Perkin Warbeck. ‘Pierre’ of ‘Peterkin Werbecq’, zoals hij echt heette, werd geboren in 1474 in de Vlaamse plaats Doornik. Waarschijnlijk kwam hij uit een familie van Vlaamse ambachtsleden. In 1490 deed Perkin op het hof van Bourgondië zich voor het eerst voor als de vermoorde kroonprins Richard van Shrewsbury. Richard van Shrewsbury was de zoon van koning Eduard IV, die samen met zijn broer op negen- en twaalfjarige leeftijd na de dood van hun vader op mysterieuze wijze verdween Hun oom, koning Richard III, had de broers gevangengezet in de Tower of London en alhoewel het niet zeker is, had Richard III ze waarschijnlijk laten vermoorden. Perkin Warbeck beweerde dat de moordenaar die de koning stuurde na zijn broer gedood te hebben meedogend voor hem werd en hem liet ontsnappen. Perkin zei dat hij zich jarenlang verborgen had gehouden tot de tijd rijp was om de kroon terug te pakken. Omdat het verhaal van de Prinsen in de Tower tot de dag van vandaag nog steeds erg mysterieus is, konden veel mensen het verhaal van de Vlaming geloven.

Perkin reisde toen het volgende jaar af naar Ierland, waar hij net als zijn voorganger Lambert Simnel hoopte steun te krijgen. Toen hij die niet ontving, ging hij naar het hof van Karel VIII in Frankrijk. De tante van Richard van Shrewsbury, Margaretha van York, die daar woonde, erkende Perkin als haar verdwenen neef en hielp hem verder in het terugnemen van de Engelse troon. Mogelijk geloofde Margaretha de leugen niet eens, maar zij en de andere laatste familieleden van het huis York hadden ook al Lambert Simnel gesteund, omdat zij graag Henry VII het leven zo moeilijk mogelijk maakten. In 1493 ontving Perkin ook steun van de hertog van Oostenrijk.
Twee jaar later viel Perkin met een leger, samengesteld met de hulp van Margaretha van York, Engeland binnen. Hij leed direct een groot verlies tegen Henry VII en zocht toevlucht bij de koning in Schotland, die hem graag wilde helpen de Engelsen te verslaan. Schotlands oorlogscampagne van 1496 mislukte en Perkin werd weggestuurd door de Schotse koning. Toen hij zonder steun van de Schotten wederom grote verliezen leed, werd hij in 1497 opgepakt door Henry VII. De koning liet Perkin onder strenge bewaking wonen op het koninklijk hof, waar hij veel uitgelachen werd en ook verboden werd om zijn vrouw te zien. Hij probeerde na acht maanden te ontsnappen en werd vervolgens in de Tower of London gevangengezet met de Graaf van Warwick. De twee deden in 1499 een mislukte ontsnappingspoging en werden beiden ter dood veroordeeld. Op 23 november 1499 stierf Perkin aan de galg in Londen. De Graaf van Warwick werd dezelfde week onthoofd.
Ralph Wilford
De laatste troonpretendent van bescheiden afkomst die Henry VII uitdaagde, was de zoon van een schoenmaker genaamd Ralph Wilford. Hij beweerde in 1499 net als Lambert Simnel de Graaf van Warwick te zijn, die toen nog steeds in de Tower of London zat. Hij zette de bevolking van de plaats Kent op om hem te helpen bij zijn opstand, die na nog geen twee weken werd verslagen. Hoewel Henry VII aanvankelijk mild was gebleven voor Lambert Simnel en Perkin Warbeck, die beiden op dat moment aan zijn hof verbleven, verloor hij zijn geduld bij Ralph Wilford. Hij was de gewone burgers die uit waren op zijn troon nu wel spuugzat. Hij liet Ralph daarom op 12 februari 1499 in niks anders gekleed dan zijn hemd ophangen net buiten Londen. Ralphs lichaam bleef er vier dagen lang hangen, wat mensen op de route een duidelijke boodschap overbracht: doe je niet voor als iemand die de kroon meer verdient dan de koning.
Bronnen:
- Nathan Amin: Henry VII and the Tudor pretenders
- Richard III Society: 'Perkin Warbeck'
- Albert Frederick Pollard: Dictionary of National Biography, 1885-1900/Wulford, Ralph
- History Hit, Nathen Amin: Who Were the Pretenders to the Tudor Crown
- Wikipedia: Princes in the Tower
Afbeeldingen:
- Bron: Paget, H. M. (Henry Marriott), Public domain, via Wikimedia Commons
- Bron: CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
- Bron: Jacques Le Boucq, Public domain, via Wikimedia Commons






