Een kaart van Basel (Zwitserland) uit de Kroniek van Neurenberg

Hoe zagen Europese middeleeuwse steden er eigenlijk echt uit?

Middeleeuwse steden: te vies om in te lopen. Toch? Vaak was dit het geval, maar echter niet uitsluitend: sommige steden hadden een redelijk werkend afvalsysteem en probeerden hun stad schoon te houden.


Het heersende beeld van de middeleeuwse vieze steden is dat het er vies en chaotisch was. Dieren zouden er los over straat zwerven en de straten zouden bedekt zijn met een laag afval en vieze drek. Veel huishoudens hadden inderdaad verschillende soorten dieren in huis, van kippen en ganzen tot honden en varkens. De bijvoorbeeld loslopende varkens zorgden voor flink wat stank en vernieling. De goten raakten verstopt door het afval, stro en bouwmaterialen wat in het water werd gegooid. Hierdoor kon vuil water moeilijk weggespoeld worden.


Afval gedumpt rondom kloosters, kerken en kerkhoven


Veel afval, zelfs dode honden en katten, werd gedumpt op relatief lege ruimtes, zoals de ruimtes rondom kloosters, kerken, kerkhoven en stadsmuren. De grote en kleine boodschappen werden gedaan in een po en later geleegd in een beerput. De beerput werd ’s nachts geleegd en als mest verkocht aan boeren buiten de stad. Later in de geschiedenis kwamen de uitwerpselen vaak in riolen terecht, die op hun beurt weer in de gracht werden geloosd.


Regels voor hygiëne


Maar er bestonden wel degelijk regels en voorschriften wat betrof de hygiëne. De voedselkwaliteit werd streng gecontroleerd en bepaalde ambachten die veel vervuiling veroorzaakten, zoals leerlooien en slachten werden aparte plekken toegewezen. Op den duur werd er ook geadviseerd in quarantaine te gaan in geval van de pest of lepra. Daarnaast werd er geprobeerd de loslopende beesten en het rondzwervende afval aan te pakken door regels.  Zo probeerde het Amsterdamse stadsbestuur bijvoorbeeld in 1520 de bouw van varkenskotten en ‘pishuysen’ in te perken. En tijdens de pestepidemie werden in Amsterdam flink wat honden afgemaakt, omdat zij de mensen zouden besmetten.


Afvalophaaldiensten


Middeleeuwse steden probeerden afval in de stad aan te pakken door een vuilnisophaaldienst in te zetten en vuilnisvaten en openbare privaten op straat te plaatsen. Privé-beerputten werden regelmatig geleegd en Nederlandse documenten uit die tijd over dit proces bewijzen dat de toenmalige samenleving fatsoen, reinheid en orde wel degelijk in het oog hield. Zulke documenten zijn in heel Europa in archieven terug te vinden. Tot in de 13e eeuw patrouilleerden er in veel steden modder-ambtenaren door de straten en werden er boetes uitgedeeld aan burgers die hun afval op de verkeerde plaats weggooiden. ‘Afvalburgers’ moesten bepaalde plekken in de stad schoonmaken en in ruil daarvoor mochten ze in de stad komen wonen. In Antwerpen werd er toezicht gehouden op de zoetwatervoorziening en in Brugge werd afval uit de beerputten verwijderd tot buiten de stadsgrenzen. Ook in Londen werd elke nacht het afval opgehaald.


Noren moesten hun deel van de straat zelf schoonhouden


In Noorse steden werd van bewoners verwacht dat zij ‘hun’ gedeelte van de straat schoonhielden en dat werd vaak ook gedaan. Ook moesten bewoners in veel steden hun latrines niet zomaar overal neerzetten, hier waren regels voor zodat de buren geen last van de latrines hadden. Op sommige plekken werd afval zelfs gebruikt als fundering voor gebouwen en mensen werden betaald als zij hun afval brachten, wat ook een uitleg kan zijn voor de lagen afval die nu door archeologen worden teruggevonden.


De Noorse middeleeuwse autoriteiten stelden daarnaast wetten op die ervoor zorgden dat vervuilers van rivieren of sloten beboet konden worden. Afval zoals dierlijke mest werd naar speciale stortplaatsen of in ieder geval buiten de stad gebracht, dit mocht niet in de stadsstraten. Smeden in Trondheim moesten hun werk buiten de stad beoefenen omdat ze tijdens het smeden giftige gassen uitstootten. De middeleeuwse mensen waren zich dus ook bewust van de giftige dampen die soms uitgestoten werden en wilden dit niet in de stad hebben.


In de Gouden Eeuw werd het pas echt vies


Deze regels laten zien dat er toen dus wel degelijk orde heerste en niet alleen maar chaos, wat vaak gedacht wordt. In het begin van de 17e eeuw nam Leiden afscheid van de beerputten en legde een gemetselde infrastructuur van goten aan, omdat dit goedkoper was en daardoor beter te onderhouden dan de beerputten. Hierdoor stroomde de viezigheid de grachten in, wat zorgde voor een enorme stank. Eigenlijk is het viezige beeld dat we van de middeleeuwen hebben veel beter van toepassing op de steden in de Gouden Eeuw. Steden werden in de middeleeuwen wel degelijk geteisterd door vuil en de daaruit voortkomende ziektes, maar er was ook orde en organisatie. Mensen wilden een schonere omgeving en waren bereid daarvoor te werken.


Waarom denken mensen altijd dat de middeleeuwen te vies waren om in te lopen?


Dit idee komt grotendeels voort uit werken van auteurs uit het Victoriaanse tijdperk. Antiquair Augustus Jessop schreef in de 19e eeuw over het leven in een middeleeuwse stad: ‘een dichte poel van stagnerende ellende, hongersnood, walgelijke ziekte en doffe wanhoop’ waar de bewoners ‘stilletjes wegrotten en sterven’. Rond diezelfde tijd schreef arts George Newman over ‘een samenleving die weinig wist van fatsoen, netheid en orde’. De Victoriaanse steden werden geïdealiseerd als het tegenovergestelde van de middeleeuwse steden.


BRONNEN:


Ook interessant: 

Tijdperken: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. 

Lees het komende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 22 februari 23:59 u. een abonnement.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Lees het eerste jaar Geschiedenis Magazine extra voordelig én kies een welkomstcadeau!

Het eerste nummer van 2024 is verschenen. Koop dit nummer bij een kiosk of boekhandel bij jou in de buurt

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 22 februari 23:59 u. een abonnement.