Nederlandsche Cocaïnefabriek Amsterdam

Internationale dag tegen drugsmisbruik en illegale handel

Begin twintigste eeuw was er nog geen sprake van strijd tegen drugsmisbruik en handel in drugs. Integendeel, de Nederlandse economie pikte een aardig graantje mee van de handel in opium in Azië. Op de Schinkelkade in Amsterdam stond zowaar een cocaïnefabriek.

De Nederlandsche Cocaïnefabriek was in de eerste decennia van de 20e eeuw een grote producent van cocaïne uit in Nederlands-Indië geteelde cocaplanten. Nederland verdiende behoorlijk aan de handel in opium en de productie van cocaïne. De Verenigde Staten wilden aan het begin van de 20e eeuw restricties op drugs leggen. Na enige tegenstand kwam er in 1912 een internationale conferentie die het Internationale Opium Verdrag opstelde. In Nederland leidde dit tot de Opiumwet die in 1919 in werking trad.

Toch bleef de handel in drugs tot de onafhankelijkheid van Indonesië een belangrijke inkomstenbron voor ons land. Niet alleen de Verenigde Staten maar ook de Verenigde Naties met de Wereldgezondheidsorganisatie en International Narcotics Control Board probeerden de handel tegen te gaan met een internationaal beleid.

In 1953 werd het bezit en productie van cannabis in Nederland strafbaar gesteld. Toch ontstond er al snel een gedoogbeleid, waardoor coffeeshops nog steeds cannabis mogen verkopen. LSD werd vanaf 1966 verboden. Er gingen geruchten de ronde dat provo's van plan waren om de paarden van de trouwkoets tijdens het huwelijk van prinses Beatrix en Claus suikerklontjes met LSD te voeren. De Nederlandsche Cocaïnefabriek werd door de cultuur-, handel- en industriebank Koloniale Bank op 12 maart 1900 opgericht.

De productie vond plaats op de hoek van de Eerste Schenkelstraat en de Schinkelkade te Amsterdam. Cocaïne werd gebruikt als geneesmiddel voor hals-, borst- en longziekten. Maar het werd ook als genotsmiddel verhandeld. In 1910 groeide de fabriek uit tot de grootste cocaïnefabriek ter wereld. Er werd zelfs een tweede fabriek geopend. Tijdens de Eerste Wereldoorlog groeide het bedrijf nog verder uit. De soldaten in de loopgraven hadden het middel nodig om hun moreel op te vijzelen.

Begin jaren twintig had de Nederlandse Cocaïne Fabriek het cocaïne monopolie met de productie van 20% van de totale cocaïneproductie ter wereld. Door de Opiumwet werd de in- en uitvoer van de internationale handel in verdovende middelen beperkt tot cocaïne voor medische en wetenschappelijke doeleinden. Daardoor daalde de productie en kwam er een eind aan de dominante positie van Nederland in de cocaïnehandel. In de jaren 70 werd de fabriek overgenomen door AkzoNobel en kreeg de fabriek de naam NCF Holding BV. Leestip: Conny Braam: “De Handelsreiziger”. Het boek gaat over de bloeiende Nederlandse Cocaïne Fabriek te Amsterdam tijdens de Eerste wereldoorlog.

Afbeeldingen:

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!