
Invoering van het schoolzwemmen
Volgens de Reddingsbrigade en de NOS verdrinken er in Nederland jaarlijks tientallen mensen in natuurwater, onder wie opvallend veel mensen met een migratieachtergrond of afkomstig uit landen zonder zwemtraditie. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat het schoolzwemmen ook in Nederland al tientallen jaren niet meer verplicht is, waardoor steeds meer jonge kinderen geen zwemdiploma meer halen. Het verplichte schoolzwemmen werd in Nederland officieel ingevoerd rond het einde van de jaren ’60, maar de oorsprong van het georganiseerde zwemonderwijs ligt al veel verder in het verleden.
Hoewel het schoolzwemmen pas later officieel werd ingevoerd, namen verschillende gemeenten aan het begin van de jaren ´20 het besluit tot een proef met zwemonderwijs voor schoolkinderen. Het schoolzwemmen werd in de loop van de jaren ’20 uitgebreid. Het zou echter nog lang duren voordat alle kinderen een zwemdiploma via het zwemonderwijs konden halen.
Zwemles aan de hengel
Het schoolzwemmen kende gedurende de jaren ’20 diverse obstakels. In steden zoals Amsterdam waren bijvoorbeeld nog geen overdekte zwembaden, waardoor de zwemlessen uitsluitend in de zomermaanden konden worden gegeven. Ook bestond er nog geen efficiënte lesmethode. Zwemles werd van oudsher namelijk gegeven met een hengel, waaraan een tuigje was bevestigd waarin het kind 'veilig' in het water hing. De badmeester bleef daarbij op de steiger staan. Deze methode had als groot nadeel dat er slechts één kind tegelijk les kon krijgen.
Zwempedagoog Kurt Wiessner
In 1933 veranderde deze traditionele werkwijze toen de Oostenrijkse zwempedagoog Kurt Wiessner in Nederland een nieuwe lesmethode kwam demonstreren. Wiessner ging uit van het natuurlijke drijfvermogen van het menselijk lichaam. Kinderen leerden door middel van hun ademhaling en longinhoud te drijven, zonder gebruik van hulpmiddelen zoals de hengel. Dankzij deze nieuwe methode kon een badmeester voor het eerst aan een hele groep leerlingen tegelijk lesgeven. Sindsdien groeide het schoolzwemmen in rap tempo en in de jaren ’50 werd zwemles als een vanzelfsprekend onderdeel van de opvoeding gezien.
Schoolzwemmen wordt verplicht
Het schoolzwemmen werd tussen het einde van de jaren ’60 en het begin van de jaren ’70 officieel ingevoerd. Het zwemonderwijs was erop gericht alle kinderen aan een A-diploma te helpen en werd gefinancierd via gemeentelijke subsidies. De meeste klassen kregen één uur per week zwemles. De leeftijd waarop kinderen naar het zwembad gingen verschilde per gemeente, maar lag meestal rond de 8 jaar. De bekendste zwemslag dankt zelfs haar naam aan deze klassikale lessen: de schoolslag.
Afname zwemonderwijs
De laatste jaren is het percentage basisscholen in Nederland dat aan schoolzwemmen doet flink gedaald. In de jaren ’90 gaf ongeveer 90 procent van de scholen zwemles. In 2005 was dit percentage gedaald tot onder de 60 procent. Vorig jaar lag het percentage scholen dat zwemonderwijs geeft op 42 procent. Dat steeds minder scholen zwemlessen aanbieden heeft voor een groot deel te maken met de bezuinigingen, die ertoe leiden dat steeds meer gemeenten besluiten de subsidie voor zwemonderwijs te schrappen. Scholen die nog wel aan schoolzwemmen doen stellen tegenwoordig andere eisen aan de zwemlessen dan vroeger. Zwemlessen zijn steeds meer gericht op ‘zwemveiligheid’ en niet meer op het behalen van een zwemdiploma.
Bronnen
- NOS.nl, ‘Steeds meer verdrinkingen’, 5-8-2013.
- Thuisinonderwijs.nl, ‘Schoolzwemmen, niet meer vanzelfsprekend’.
- Destentor.nl, ‘Schoolzwemmen dreigt te verzuipen’.
- Sport-informatie.nl, ‘Schoolzwemmen’.
- Onsamsterdam.nl, ‘Schoolzwemmen’.
- Zwemweb.nl, ‘Vergelijking tussen de methoden’.






