Leiderschapscrisis binnen het CDA

Gisteren maakte Job Cohen bekend op te stappen als politiek leider van het PvdA. Volgens hem is hij er niet in geslaagd om de te hoge verwachtingen, mede geschapen door het succes van zijn voorganger Wouter Bos, waar te maken. In 1994 belandde het CDA, na het vertrek van Ruud Lubbers, ook in een jarenlange leiderschapscrisis.

Vrijwel direct na het aantreden van het kabinet Lubbers III in november 1989 kondigde Lubbers aan dat dit zijn laatste premierschap zou zijn. In 1992 herhaalde hij deze boodschap nog eens en wees hij alvast Elco Brinkman aan als zijn opvolger in de functie van lijsttrekker van het CDA.

Elco Brinkman

In januari 1993 probeerde Brinkman een besluit over verdere ingrepen in de WAO te forceren door een principeakkoord te sluiten met de oppositiepartij VVD.  Later werd hij echter door zijn eigen partij gedwongen het plan in te trekken en zich te conformeren aan de besluitvorming van het kabinet van Lubbers. De politiek adviseur van Brinkman, Frits Wester, besloot daarop het bericht te laten lekken dat anders het kabinet gevallen zou zijn, een actie die kwaad bloed zette bij veel CDA prominenten.

Onenigheid en onduidelijkheid

Lubbers begon vervolgens te twijfelen over de aanstelling van Brinkman en liet doorschemeren dat hij misschien zelf maar leider van het CDA moest blijven. Uiteindelijk bleef Brinkman de lijsttrekker, maar Lubbers kondigde voor de verkiezingen aan zelf te stemmen op Ernst Hirst Ballin, de nummer drie op de lijst. De onenigheid en onduidelijkheid gingen ten koste van de campagne en het CDA leed een zware nederlaag. De partij moest maar liefst 20 zetels inleveren en Elco Brinkman trad af.

Enneüs Heerma

Hij werd opgevolgd als fractievoorzitter door de voormalig Staatssecretaris voor Volkshuisvesting Enneüs Heerma. Hoewel hij een bekend en gerespecteerd politicus was, slaagde Heerma er nooit echt in om de kiezers voor zich te winnen. Sterker nog, in 1995 werd hij uitgeroepen tot de ‘slechtste politicus van het jaar’. Twee jaar later besloot ook het CDA dat het tijd was voor Heerma om te vertrekken. Ondanks drie jaar in de oppositie was de partij er nog niet in geslaagd om weer te stijgen in de peilingen. Nadat een aantal fractieleden in 1997 naar de pers lekten dat zij twijfelden aan zijn leiderschapskwaliteiten, werd zijn positie onhoudbaar en besloot hij te vertrekken. Heerma zou de lekkende partijgenoten later bestempelen als een groep “ratten”.

Jaap de Hoop-Scheffer

Jaap de Hoop-SchefferNa het vertrek van Heerma werd op 27 maart 1997 Jaap de Hoop-Scheffer benoemd tot de nieuwe fractievoorzitter en politiek leider van het CDA. Desalniettemin leed de partij in 1998 haar tweede verkiezingsnederlaag op rij en verloor het CDA nog eens vijf zetels. Toen de peilingen er drie jaar later nog steeds niet beter uitzagen ontstond er kritiek op het beleid van de partijleider. Met name veel lokale wethouders en bestuursleden waren ontevreden met De Hoop-Scheffer en zagen liever partijvoorzitter Marnix van Rij op treden als lijsttrekker van het CDA.

Machtsconflict

In september 2001 kwam het tot een machtsconflict tussen de twee mannen. De Hoop Scheffer eiste dat het CDA duidelijk voor hem zou kiezen en dat Van Rij bij de gemeenteraadsverkiezingen niet hoger op de lijst zou staan dan plek vijf. Een deel van het partijbestuur zag Van Rij echter liever op plek één, en dus werd er een compromis gesloten met De Hoop-Scheffer op één en Van Rij op drie. Dit tot grote ontevredenheid van De Hoop-Scheffer, die zich in zijn leiderschapspositie aangetast zag.  Op 27 september trad Van Rij als gevolg van het conflict af en twee dagen later volgde ook De Hoop-Scheffer, waardoor het CDA één jaar voor de verkiezingen wederom zonder leider zat.

Balkenende

Op 1 oktober 2001 werd Jan Peter Balkenende benoemd tot opvolger van De Hoop-Scheffer. Ondanks zijn schuchtere en verlegen imago bleek Balkenende uiteindelijk een uiterst bekwaam politiek leider. Tot ieders grote verrassing won hij zeven maanden later de verkiezingen en maakte hij het CDA voor het eerst sinds 1994 weer deel uit van het kabinet. Hiermee kwam er een einde aan een uiterst onrustige periode binnen het CDA, waarbij de partij binnen negen jaar maar liefst drie van haar ‘kroonprinsen’ zag vertrekken.

Partij van de Arbeid

Inmiddels is ook het PvdA met het vertrek van Job Cohen één van de voornaamste politici kwijt. De voormalig burgemeester van Amsterdam, die 25 april 2010 Wouter Bos opvolgde, concludeerde dat hij niet kon voldoen aan de “soms veel te hoge verwachtingen”, die mede het resultaat waren van het succes van zijn voorganger.

Lees hier meer over de totstandkoming van de PvdA en de hervormingen binnen de partij

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.