Monument van ontspanning

De Romeinse dichter Juvenalis benoemde al in de eerste eeuw van onze jaartelling minachtend waarmee het volk tevreden gehouden kon worden. De welbekende zinsnede ‘panem et circenses’, ofwel ‘brood en spelen’ is van hem. Vrij vertaald lijkt de mens volgens hem twee dingen nodig te hebben: eten en vermaak, of: eten en ontspanning. De grote hoeveelheid monumenten van ontspanning in Nederland lijken Juvenalis’ uitspraak te onderschrijven.

Vermaak in monumenten: theaters & concertgebouwen

Vele concertzalen, theaters, filmhuizen en podia sieren het rijksmonumentenregister, dergelijke gebouwen worden door hun – vaak uitgesproken en luxe – stijl en karakter gezien als bijzondere afschilderingen van de tijd en omgeving waarin ze zijn gebouwd. Een interessant voorbeeld hiervan is het Grand Théâtre in Breda. Het in 1921 opgeleverde rijksmonument heeft een kenmerkende, expressionistische stijl die bijvoorbeeld in de toren bij de ingang terugkomt. Ook heeft het allerlei Art-Déco details in het interieur, zoals een veelkleurige glas-in-lood lichtkoepel. Het laat volgens de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed de culturele ontwikkeling van Breda zien en toont verschillende, toentertijd actuele internationale stijlvormen, die door de architect J. Bilsen werden toegepast.  

Het museum als bijzonder monument van ontspanning

Niet alleen de theaters zijn monumenten van ontspanning, maar bijvoorbeeld ook musea. Een bekend voorbeeld is het Rijksmuseum, maar nog ouder en minstens even stijlvol is het Teylers Museum in Haarlem, wereldwijd het enige museum met een authentiek gebouw en interieur uit de achttiende eeuw. In de laatste decennia van die eeuw werd ter nagedachtenis aan Pieter Teyler van der Hulst, een invloedrijke aanhanger van de Verlichting, een soort kenniscentrum geopend waar voorwerpen van kunst en wetenschap werden tentoongesteld en samengebracht voor publiek. In de negentiende en twintigste eeuw is wat begon met één zaal, uitgebreid met een sterrenwachttoren en verschillende extra zalen. Dit staaltje prachtige architectuur telt vandaag de dag zelfs 12 tentoonstellingszalen. Het museum staat op de voorlopige lijst werelderfgoed van UNESCO en behoort tot de Top-100 Nederlandse UNESCO-monumenten.

Sportgelegenheden

Natuurlijk mogen sportcomplexen niet ontbreken in de verscheidenheid aan monumenten van ontspanning. Zowel klassieke badhuizen als verenigingsgebouwen van de golfclub behoren tot de landelijke rijksmonumenten. Een dergelijk opmerkelijk monument is het tribunegebouw van het Sportpark Leeuwarderweg in Sneek, die in 1928 in gebruik werd genomen en nog steeds voor hetzelfde doel wordt gebruikt: als thuisbasis van de plaatselijke voetbalvereniging. De gebouwen op het complex werden volgens de Amsterdamse School ontworpen. Het tribunegebouw is door zijn kubistische stijl zeer uniek binnen de Amsterdamse School en is daarom in 1999 aangewezen als rijksmonument, nadat het voor 1,5 miljoen gulden was gerestaureerd.

Herbergen & Hotels

Het oudste en misschien wel belangrijkste monument van ontspanning is de herberg. Al in de middeleeuwen kwam men hier voor drank, een maaltijd of overnachting. De oudste, nog bestaande Nederlandse herberg is De Draak in Bergen op Zoom, stammend uit de 14e eeuw. Hier kunt u meer lezen over haar indrukwekkende geschiedenis. Veruit het grootste gedeelte van de monumenten van ontspanning zijn de hotels die vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw als paddenstoelen uit de grond schoten. Door de komst van de spoorwegen was reizen makkelijker geworden en was er een grote vraag naar overnachtingsmogelijkheden. In kustplaatsen als Zandvoort en Noordwijk werden de meest luxueuze badhotels gebouwd. Toch konden die niet tippen aan het nog immer prestigieuze Amstel Hotel, dat in 1867 haar deuren opende en was ontworpen door de bekende architect Cornelis Outshoorn. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verwoordt kort en bondig waarom dit gebouw rijksmonumentwaardig is: ‘Amstelhotel (…), een der eerste paleisachtige hotels, renaissancistisch-eclectisch, met het silhouet van een Frans kasteel.’ Met zijn 55 kamers, 24 suites, sublieme ligging en uitzicht over de Amstel, is het een hotel met wereldfaam. Amsterdam had in de tweede helft van de negentiende eeuw nog geen representatieve accommodatie om te overnachten, terwijl in andere Europese steden het hotelwezen al langer bloeide. Outshoorn ontwierp daarop naar Frans classicistische stijl het hotel, maar gebruikte zeer eigenzinnig bakstenen, een kenmerkende, traditioneel Hollandse traditie.

Het beschrevene is een minimale greep uit de rijke hoeveelheid ontspanningsmonumenten die Nederland tot trots bezit mag rekenen. Het toont hoe indrukwekkende creativiteit van talentvolle architecten door de eeuwen heen is gebruikt om mensen zich te laten ontspannen en verwonderen.

Meer weten

Landen: 

Tijdperken: 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!