Napoleon in Delft

Samen met voormalig premier Jan Peter Balkenende leverde Wassenaarder Patrick M.A. Buch gisterenavond een bijdrage aan de Willem van Oranjelezing in Museum Het Prinsenhof in Delft. Buch's lezing stond in het teken van de man die hij al jarenlang bestudeert: Keizer Napoleon Bonaparte (1769-1821). Een bijzonder onderwerp op een bijzondere datum, want het is bijna op de dag af 200 jaar geleden dat de Franse Keizer Delft bezocht, als onderdeel van zijn 38 dagen durende rondreis door Nederland, waarbij hij behalve Delft ook Den Haag, Katwijk Rotterdam, en diverse andere plaatsen aan deed.

Napoleon Bonaparte, in 1769 geboren op Corsica, opgeleid in Frankrijk, was officier in het Franse leger. In de roerige jaren na de Franse Revolutie steeg zijn ster. Uiteindelijk werd hij Eerste Consul van Frankrijk, en enige jaren later, in 1804, werd hij Keizer van Frankrijk. Als geniaal militair versloeg hij talloze keren de Europese grootmachten van die tijd, en stichtte zo een groot rijk. Toch werd hij uiteindelijk door een coalitie verslagen en in 1813 naar het eiland Elba verbannen. Na enkele maanden ontsnapte Napoleon en kwam weer aan land in Frankrijk, waar opnieuw velen zich bij hem aansloten.

Opnieuw was hij Keizer, maar dit zou slechts honderd dagen duren. In 1815 werd hij in de Slag bij Waterloo verslagen en daarna verbannen naar het eiland Sint Helena, in de Atlantische Oceaan. Daar stierf hij zes jaar later. Behalve militair was Napoleon ook staatsman. Hij voerde vele zaken in die we nu nog kennen: het Burgerlijk Wetboek, de burgerlijke stand, scheiding van kerk en staat. Hij was de eerste die een Europese Monetaire Unie voorstond, Europese aanbestedingen deed, en zelfs plannen had voor het aanleggen van de Kanaaltunnel. Ook had hij veel belangstelling voor wetenschap en techniek. Tijdens zijn veldtocht naar Egypte nam hij tientallen geleerden mee om studie te doen. Het begin van de Egyptologie.

Bezoek aan Nederland

Napoleon bezocht Nederland vlak nadat zijn broer, Lodewijk Napoleon, na een ruzie vertrokken was als Koning van Holland en ons land bij het Keizerrijk was ingelijfd. Lodewijk Napoleon was in Nederland geliefd geweest en dus vond Napoleon het belangrijk dat de Hollanders nu hun Keizer zagen. Bovendien kon het volk dan ook kennismaken met de nieuwe Keizerin: Marie Louise, dochter van de Oostenrijkse Keizer, met wie hij in 1810 was getrouwd. Napoleon trok in vliegende vaart door het land. Meestal bleef hij slechts enkele uren op een plek. Sommige geplande bezoeken sloeg hij over. Maar Delft viel wel de eer te beurt de Keizer te ontvangen.

Gelukkig voor het stadsbestuur, want die hadden het enorme bedrag van 2100 gulden uitgegeven om de Keizer passend te ontvangen. Niettemin duurde het bezoek maar een paar uur, en vanwege het slechte weer zagen maar weinig Delftenaren de Keizer en Keizerin. Het bezoek zou Delft trouwens nog iets meer dan die 2100 gulden gaan kosten. Op 25 oktober rond 9:00 uur kwam de koets van Napoleon vanuit Den Haag via de Rijswijkse Straatweg (tegenwoordig de Rijswijkseweg) Delft binnen. Bij de gemeentegrens stonden de stadsbestuurders zenuwachtig te wachten onder een tent om de Keizer de sleutel van de stad aan te bieden. De koets reed daarna verder naar de Oude Delft 95, waar de Keizer en Keizerin een kleine maaltijd nuttigden. Daarna bezocht het Keizerlijk gezelschap het Armamentarium op De Geer.

Van mij!

Toen Napoleon, oorspronkelijk artillerieofficier, twee prachtige, versierde kanonnen voor het gebouw zag, legde hij zijn hand er op en zei: ‘C’est á moi’ (‘Van mij’). Een aantal dagen daarna werden de kanonnen inderdaad weggehaald en naar Frankrijk verscheept. Na de nederlaag van Napoleon in de Volkerenslag bij Leipzig in 1813, werden de kanonnen buitgemaakt door de geallieerden. Het ene kanon kwam uiteindelijk in Wenen, het andere in Berlijn terecht. Rond 11:00 uur verliet de keizer Delft weer en vervolgde zijn weg naar Rotterdam; het stadsbestuur wellicht wat beteuterd achterlatend.

Man van tegenstellingen

Maar hoe wás Napoleon? Dat blijft, ondanks de duizenden boeken en artikelen die over hem geschreven zijn, een moeilijk te beantwoorden vraag. Patrick Buch: “Een man van tegenstellingen: hooghartig, maar ook warm en charmant. Geniaal, maar ook iemand die de geschiedenis en die van zichzelf, schaamteloos vervalste. Iemand die zich boven de massa verhief, maar ook afdaalde om naast iemand te staan. Een mensenkenner, politicus, in zekere zin paranoïde, zoals alle alleenheersers, maar tegelijkertijd niet bang en vol zelfvertrouwen. Een man van oorlog, maar ook iemand aan wie veel oorlogen opgedrongen werden zonder dat hij ze zelf zocht. De echte Napoleon is moeilijk te vangen.” In elk geval is Napoleon iemand die zijn sporen in de geschiedenis heeft nagelaten. Zonder hem zou Europa er ongetwijfeld anders uit hebben gezien. En zou Delft wellicht nog twee extra kanonnen in het Legermuseum hebben.

Wie is Patrick Buch?

Wassenaarder Patrick Buch is de broer van wijlen schrijver Boudewijn Buch. In het dagelijks leven runt Buch een communicatieadviesbureau, maar in zijn vrije tijd houdt hij zich veel bezig met kunst, antiek en Napoleon. Inmiddels is Buch een erkend Napoleon-kenner. Hoe kwam hij zo bij Napoleon terecht? “Eigenlijk via de kunst. Ik was op bezoek bij professor Frédéric Bastet. Zijn huis in Oegstgeest stond vol met Empire meubelen en toen ik me daar in ging verdiepen, stuitte ik al gauw op Napoleon en was al gauw door de man gefascineerd.” Inmiddels is Buch een verwoed verzamelaar van Napoleon objecten en brengt veel tijd door met het bestuderen van de man en zijn tijd.

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!