Steen van Rosetta

Op deze dag: 27 maart Steen van Rosetta wordt uitgevaardigd (196 v.Chr.)

Tijdens Napoleons veldtocht in Egypte in 1799 stuitten de Franse soldaten op een bijzonder stuk steen vol inscripties. Het werd gevonden nabij de havenstad Rashid. Direct werd de generaal Jacques-François Menou geïnformeerd, want het zou wel eens iets van grote waarde kunnen zijn. Ook Napoleon kreeg het nieuws te horen. Het bleek om de Steen van Rosetta te gaan, die werd gedateerd op 27 maart 196 voor Christus.

De Steen van Rosetta

De Steen van Rosetta is een oud-Egyptische inscriptiesteen van granodioriet. Er staat een decreet op van koning Ptolemaeus V. Na de kroning van Ptolemaeus V werd de steen ingegraveerd en opgesteld. De Rosetta steen is eigenlijk een fragment van een grotere steen, waarop het besluit van Ptolemaeus V stond. Er stond geschreven dat er een nieuwe goddelijke cultus was ingevoerd rondom de nieuwe heerser. Het had als doel de heerschappij van Ptolemaeus V te legitimeren. Egypte bevond zich in een turbulente periode, waarbij moordcomplotten Egyptische heersers telkens uit de weg ruimden. De werkelijke macht lag bij de mensen achter de complotten.

Opstand in Egypte

In het zuiden van Egypte woedde ten tijde van het aantreden van Ptolomeus V een opstand, en vanuit het buitenland was er sterke druk door Macedonië, waardoor Egypte belangrijke territoria verloor. Ptolemaeus V trad hard op tegen de opstandelingen en contemporaine bronnen omschrijven hem als zeer wreed en tiranniek. Vanuit de priesterskaste genoot hij steun, vandaar dat we de namen van priesters terug vinden onderaan de Steen van Rosetta.

Ontcijferen

De steen van Rosetta werd in 1799 door de Fransen onder leiding van Napoleon gevonden. Nadat het Franse leger door de Britten en Ottomanen uit Egypte verjaagd was, kwam de steen in Britse handen terecht, die al snel de waarde van de steen inzagen en de vondst naar Londen brachten. Daar gingen wetenschappers aan het werk om de inscripties te ontcijferen, maar dat was geen sinecure. 

Bijzonder aan de steen is dat de tekst geschreven staat in drie talen: oude Egyptische hiëroglyfen, Demotisch schrift en Oud-Grieks. Hierdoor verschafte de steen inzichten in de taal van de oude Egyptenaren. Door die drie talen met elkaar te vergelijken, lukte het de Zweedse wetenschapper Johan David Åkerblad om een soort alfabet te identificeren, maar daarmee was men er nog niet. Men wist namelijk nog niet of de tekens een klank weergaven, woorden, of iets totaal anders. Tegen de tijd dat Åkerblad zijn ontdekking deed, waren de Napoleontische oorlogen al lang en breed voorbij. Daarom kon de Fransman Jean-François Champollion meedoen aan het onderzoek en zijn bevindingen vormden in 1822 de doorbraak. Hij ontdekte welke woorden de namen van de farao’s die op de steen genoemd worden, en op basis daarvan concludeerde hij uiteindelijk dat Hieroglyfen een fonetisch alfabet waren. Daarmee was de Steen van Rosetta de sleutel tot het moderne begrip van de hiëroglyfen. Tegenwoordig staat de uitdrukking “een steen van Rosetta” voor het vinden van de sleutel tot een nieuw kennisgebied.

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Beschavingen: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ontdek Geschiedenis Magazine!