Opkomst van de gevangenisstraf in de middeleeuwen

Vandaag begint in Amsterdam het proces tegen Robert M., de hoofdverdachte in een omvangrijke zedenzaak. Hij wordt ervan beschuldigd zeer jonge kinderen ernstig te hebben misbruikt. De verdachte werkte op een crèche en als oppas. Op de misdrijven van M. staat een maximum gevangenisstraf van twaalf jaar. Het idee om iemand op te sluiten als straf ontstond in de middeleeuwen.

Het boek Discipline, toezicht en straf: De geboorte van de gevangenis van Michel Foucault gold lange tijd als het standaardwerk over de disciplinering van criminelen. In het boek beweert Foucalt dat voor de negentiende eeuw het lichaam in plaats van de geest bestraft werd. Een crimineel kreeg een publieke terechtstelling: hij werd ofwel geëxecuteerd of lichamelijk verminkt. Met de verlichting (18e eeuw) en de opkomst van moderne leefwijzen, kwam het idee op om niet het lichaam, maar de geest te straffen door middel van detentie. Op deze wijze kon een crimineel gecorrigeerd worden op zijn gedrag en werd zijn ziel moreel omgevormd.

Dat gevangenisstraffen pas gebruikt werden vanaf het einde van de 18e eeuw klopt echter niet. Historici vinden de oudste sporen van hechtenis als straf in de middeleeuwen. Over het algemeen “werden gevangenissen gebruikt om mensen vast te houden alvorens ze te straffen”, aldus historicus Trevor Dean. Een crimineel wachtte in detentie op zijn daadwerkelijke straf.

De barrière om een crimineel ook door opsluiting te straffen werd echter doorbroken. Dit gebeurde als eerste binnen de christelijke kerk. Het was wegens de canonieke wetgeving niet mogelijk om geestelijken lichamelijk te straffen. Hierom ontwikkelden kloosters speciale kerkers in de vroege middeleeuwen (500-1000) om misdadige clerus toch moreel te straffen. Dit betrof de eerste gevallen van opsluiting als straf.

Ook werd het in de loop der tijd gebruikelijk om iemand met boetes een gevangenisstraf te laten ondergaan om zijn financiële last op deze wijze af te lossen. Zo beval koning Lodewijk IX al in 1260 dat diegene die niet in staat was de boete voor godslastering te betalen, de gevangenis in moest voor één tot acht dagen. De tijd die over het algemeen in een middeleeuwse gevangenis werd doorgebracht was over het algemeen zeer kort in vergelijking met tegenwoordig.

In de gevangenis bepaalde je vermogen de ervaring van je verblijf in de gevangenis. De service was namelijk te koop, zoals meer licht, warmte en een bed. Ook voedsel kon van buiten de gevangenis gekocht worden. Een arme had het aanmerkelijk zwaarder. Soms werden rijke lieden überhaupt apart opgesloten van de mensen uit de lage stand. Jean Regnier, een overlevende van een zeventien maanden lange hechtenis in 1432-1433, schrijft over vlooien en luizen, brood en water, kou en angst. Wellicht waren de detenties van korte duur, de omstandigheden waren zeer slecht en gevaarlijk.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.