Geen afbeelding beschikbaar

Pensioenen zijn een 19e eeuwse uitvinding

De pensioenfondsen zijn 'hot news'. De dekkingsgraad van bijna de helft van de pensioenfondsen voldoen niet aan de wettelijke norm, en verregaande maatregelen, zoals korten op de uitkeringen, wordt niet uitgesloten. Pensioenfondsen, en de AOW, zijn bedacht aan het eind van de 19e eeuw.

Tot ver in de 19e eeuw bestond er geen pensioen of oudedagsvoorziening. Mensen moesten daar zelf voor zorgen. Aangezien lang niet iedereen de mogelijkheid had te sparen, was de enige andere mogelijke ouderdomsvoorziening kinderen krijgen, zodat zij jou later konden verzorgen. Deze 'extended family', met meerdere generaties samen wonen, was eeuwenlang heel gewoon.

Wat niet betekende dat er helemaal niets gebeurde op het gebied van sociale zekerheid voor ouderen. In de middeleeuwen bekommerden de gilden zich om hun oudere vakgenoten, of hun weduwe. Ook de kerk nam vaak de zorg voor ouderen op zich. Maar dit soort voorzieningen waren dus beperkt en golden alleen voor ambachtslieden die bij een gilde waren aangesloten, of waren afhankelijk van de goedgunstigheid van anderen. Liefdadigheid dus.

IJzeren kanselier voert sociale wetgeving in

De eerste die een collectieve regeling invoerde voor de oudedagsvoorziening was de Pruisische kanselier Otto van Bismarck (1815-1898). Hoewel vooral bekend als de 'íjzeren kanselier', was hij ook degene die in 1889 een inkomensverzekering invoerde voor ouderen, invaliden en zieken. In eerste instantie was de pensioenleeftijd 70, later werd dat verlaagd naar 65 jaar. In Engeland en andere Europese staten werd pas na de Tweede Wereldoorlog een dergelijk stelsel opgebouwd. Grote verschil met het stelsel van Bismarck was dat deze naoorlogse stelsels één basistarief hanteerden voor iedereen, terwijl het stelsel van Bismarck uitging van de hoogte van inkomen tijdens je werkzame jaren.

Trekken van Drees

In Nederland voerde Willem Drees (1886-1988) in 1947 de noodwet ouderdomsvoorziening in. In 1957 werd deze vervangen door de Algemene Ouderdoms Wet (AOW). Voortaan kreeg ook in Nederland iedereen een vast basispensioen na je 65e. Vandaar dat sommigen dit nog steeds 'trekken van vadertje Drees' noemen.

Behalve een basispensioen heeft de Nederlandse werknemer ook pensioenrechten die hij of zij opbouwt tijdens het werkzame leven. Werkgever en werknemer betalen ieder een deel van de premie, die direct wordt ingehouden op het loon.

Grote bedrijven met veel werknemers bedachten dat het handiger was om hier een collectief fonds voor te stichten. Zo zijn de pensioenfondsen ontstaan. Het eerste Nederlandse pensioenfonds werd in 1881 opgericht door het bedrijf Stork. Later kwamen er ook pensioenfondsen die voor een hele bedrijfstak golden. Ook de overheid en staatsbedrijven zoals de PTT en de Spoorwegen ontwikkelden hun eigen pensioenfondsen.

Rubrieken: 

Partners: 

Landen: 

Personen: 

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 1 september 23:59 u. een abonnement.

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 1 september 23:59 u. een abonnement.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 1 september 23:59 u. een abonnement.

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 1 september 23:59 u. een abonnement.