Racisme in oude kinderboeken

In kinderboeken van vroeger zijn er vaak racistische invalshoeken op te merken.

Nederland al jaren een discussie rondom Sinterklaas waarbij de racismekwestie wordt aangehaald. Nu denken ook de musea na over aanstootgevende terminologie. Het Rijksmuseum geeft aan dat het tekstbordjes gaat veranderen. Zo wordt het bijschrift ‘Negerbediende’ verandert naar ‘een jonge zwarte bediende’. Het museum wil neutralere benamingen gebruiken, waarbij het kolonialistische uitgangspunt zou moeten verdwijnen. Het Amsterdam Museum ging een stap verder door de term Gouden Eeuw te vervangen. Die termen passen volgens de musea niet meer bij ons hedendaagse denkpatroon.

De kracht van taal

Wat is racisme nou precies? Racisme verkondigt de superioriteit van een bepaald ras en discrimineert het ‘inferieur’ gevonden ras. De dominante groep is in dit geval de blanke groep, de andere huidskleuren worden in het racisme als ‘minder’ beschouwd. Taal speelt hierin een belangrijke rol. Het is de manier waarop wij communiceren en het gebruik van bepaalde woorden zoals ‘neger’ hebben door de jaren heen een negatieve bijklank gekregen.  Woorden als ‘kaffer’, ‘neger’ of ‘koelie’ stammen bovendien uit de koloniale tijd, waarin imperialistische machten zoals Nederland, België, Frankrijk en Engeland de overmacht hadden en de scepter zwaaiden over de ‘negers en de koelies’. Het gebruik van deze woorden in onze hedendaagse Nederlandse cultuur, impliceert dus dat de blanke Nederlanders zichzelf nog steeds zien als machtiger, slimmer en dominanter dan onze landgenoten met een andere huidskleur.

Racisme en ‘the White Man’s Burden’

Tegenwoordig let men er goed op dat woordenformulering zo neutraal en correct mogelijk is. Vroeger werd er echter niet terug gedeinsd om racistische termen te gebruiken. Niet alleen de terminologie, maar ook de manier waarop bepaalde groepen worden beschreven kunnen beledigend zijn. Zo wordt de gedomineerde groep vaak als simpel, primitief en blij neergezet, deze heeft dan de ‘hulp’ nodig van de dominante blanke groep om de eigen samenleving in goede banen te leiden. Europese kolonisten bemoeiden zich daarom hevig tijdens de 17e, 18e, 19e en 20e eeuw met hun koloniën onder het mom: “Wij Europeanen weten beter wat goed voor jullie is.” Dit gedachtepatroon wordt ook wel ‘the White Man’s Burden’ genoemd en rechtvaardigde destijds het innemen van de gebieden.

Stereotypering door een kinderboek

Kinderboeken hebben grote invloed op het jonge brein. Kinderboeken van vroeger hadden vaak een racistische invalshoek, waardoor blanke kinderen leerden om zichzelf een dominantere positie aan te wenden. De plaatjes in de kinderboeken droegen aanzienlijk bij aan de stereotypering van een etnische groep. Het was lastig om deze stereotypering te doorbreken, er woonden simpelweg nog niet zoveel donkere mensen in Nederland. De gemiddelde Nederlander ging dus niet om met donkere mensen en had geen idee dat zij zich gedroegen zoals zij.

10 kleine negertjes

Een voorbeeld is het gedicht en liedje ’10 kleine negertjes’, dit is ook uitgegeven als boek en is waarschijnlijk geschreven door de Engelse Frank Green aan het einde van de 19e eeuw. De 10 ‘negertjes’ vallen één voor één af op allerlei gekke manieren. Ze kunnen vaak hun lusten of driften niet beheersen waardoor zij door een vorm van wanorde af vallen. De 10 krijgen daardoor een simpel karakter toegedicht. Er zijn verschillende versies van de avonturen van de ‘negertjes’.

Twee kleine negertjes waren door het dolle heen, de een die stak de andre dood toen bleef er nog maar een. Zeven kleine negertjes, die dronken uit een fles. Eentje kroop toen door de hals, toen waren er nog maar zes.

Witte Sjors en Zwarte Sjimmie

Tijdens de jaren ’30 werd de strip over de twee vrienden geïntroduceerd in Nederland. Eind jaren ’60 werden ‘Witte Sjors en Zwarte Sjimmie’ al ‘Sjors en Sjimmie’ genoemd en kregen ze een neutraler karakter. Eerder gaf zwarte Sjimmie nog een stereotype beeld van een zwarte jongetje weer. Hij had dikke, rode lippen en een simpel karakter. Sjimmie sprak in de strips de Nederlandse taal niet goed, waardoor hij dommig overkomt. Toen het verhaal verfilmd werd in 1955 was het lastig om een acteur voor de rol van Sjimmie te vinden. Er waren nog niet zoveel donkere jongetjes in Nederland. De scene waarin Sjimmie en Sjors elkaar ontmoeten is typerend voor de inferieure rol die zwarte Sjimmie aanneemt, zo zegt Sjors: “Hé, jij hoeft je gelukkig niet te wassen!”  

Kuifje in Congo

Eind jaren ’20 werd Kuifje (toen nog ‘Tintin’ genoemd) uitgebracht in België, in de jaren ’40 werd de Kuifje ook gepubliceerd in Nederland.  ‘Kuifje in Congo’ (of ‘Tintin au Congo’) werd gepubliceerd in 1931. Kuifje beleefde dus een avontuur in de Belgische kolonie. Congo stond onder Belgische heerschappij vanaf 1908 tot 1960. Het verhaal schetst een stereotype beeld over het leven in het Afrikaanse land tijdens de jaren ’30. De Congolezen worden neergezet als achterlijk en Kuifje is de enige die hen tot orde kan roepen. Zo riep Kuifje tegen de plaatselijke bevolking: “Vooruit aan het werk!” Waarop de Congolees zei: “Ik erg moe zijn!” De tekenaar Hergé gaf later aan dat hij zich vooral had laten leiden door de verhalen die zijn omgeving hem vertelde, waardoor het scenario een Europees uitgangspunt heeft. In 1946 werd het verhaal veranderd waardoor relaties met Congo en het kolonialisme achterwege werden gelaten. In 1954 werd de titel gewijzigd naar ‘Kuifje in Afrika’, ook is het woord ‘neger’ uit het stripboek gehaald.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!