Relatie groot-brittannië en EU

Relatiestatus Engeland & Europa: het is ingewikkeld

De relatie tussen Groot-Brittannië en Europa is ingewikkeld. Zeker sinds de Brexitperikelen. Hoe was de band tussen Engeland & Europa door de eeuwen heen? Hoe was de band tussen Engeland & Europa door de eeuwen heen?

Oorlogen met Europese landen

Tijdens de Middeleeuwen en de Vroegmoderne Tijd werd de relatie tussen het Groot-Brittannië en Europese landen op het continent voornamelijk gekenmerkt door oorlogen. Met Frankrijk zijn er bijvoorbeeld meerdere oorlogen gevoerd. Één van de bekendste is de 100-jarige oorlog die van 1337 tot 1453 duurde. De Britse buitenlandse betrekkingen focusten zich vanaf 1600 op het behouden van een machtsbalans. Geen enkel land mocht Europese continent overheersen. De komst van Napoleon en zijn veroveringen leidde dit tot de zoveelste oorlog met de Fransen. In de 17e eeuw werden er door de Britten ook meerdere oorlogen gevoerd tegen de Nederlandse Republiek, zoals de befaamde Engelse Zeeoorlogen.

Splendid isolation

Aan het einde van de 19e eeuw besloot Groot-Brittannië een politiek van isolatie te voeren. In deze periode hielden de Britten zich buiten de continentale Europese aangelegenheden. Na het congres van Berlijn in 1878 toonde het Britse rijk geen interesse in de Europese affaires. Een belangrijke reden hiervoor was dat het zich wilde richten op haar overzeese expansie, door middel van kolonisering. Zolang Otto von Bismarck de kanselier van Duitsland zou blijven was dit mogelijk, want hij werd door de Britten gezien als iemand die de machtsbalans op het continent niet wilde verstoren. Eerder sloten de Britten juist allianties met andere grote mogendheden om het machtsevenwicht te handhaven, maar de nadruk kwam nu dus op de koloniën en protectoraten te liggen.

Einde aan de rust

Aan het begin van de 20e eeuw werd het splendid isolation-beleid verlaten door de Britten en bemoeide men zich  weer met de continentale aangelegenheden. Duitsland begon een bedreiging te vormen door de vernieuwing en uitbreiding van de Duitse vloot, maar ook omdat belangrijke Duitse figuren na Bismarck vijandig waren tegenover Groot-Brittannië. Ook Franse en Duitse concurrentie wat betreft koloniën (voornamelijk in Afrika) maakte dat de isolatiepolitiek werd verlaten. Groot-Brittannië was natuurlijk ook betrokken bij de twee grote wereldoorlogen van de 20e eeuw, die voornamelijk op het Europese continent werden uitgevochten. De machtsbalans dat het trachtte te behouden in de 19e eeuw, werd juist vernietigd door het sluiten van allianties aan het begin van de 20e eeuw en de daaropvolgende wereldoorlogen.

Verenigde Staten van Europa met een “common cause”

Na de Tweede Wereldoorlog gaf Winston Churchill in 1946 een  speech voor de academische jeugd aan de universiteit van Zurich. Hierin gaf hij zijn politieke visie over hoe Europa eruit moest komen te zien. Hij sprak namelijk over een soort Verenigde Staten van Europa dat gevormd moest worden. Volgens Churchill was dit de enige manier waarop honderden miljoenen arbeiders weer konden genieten van de eenvoudige vreugden die het leven nut geven. De structuur van zo’n Verenigde Staten van Europa moest er dan voor zorgen dat de materiële kracht van een enkele staat minder belangrijk zou worden. De kleinere landen zouden dan evengoed meetellen door hun bijdrage aan de “common cause”.

Toetreding tot de EU

Toen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in 1951 werd opgericht, weigerde Groot-Brittannië om als medeoprichter toe te treden. Na de Suezcrisis van 1956 veranderde de Britse visie en wilde men zich aansluiten bij de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de voorloper van de EU, dat in 1957 werd opgericht. De andere leden van de EEG zagen dit positief tegemoet, behalve Frankrijk. De Franse president Charles de Gaulle sprak namelijk zijn veto uit over het Britse lidmaatschap. Uiteindelijk werd het land in 1973 wél toegelaten. Toch zijn er sinds de toetreding tot de Europese gemeenschap altijd critici in Groot-Brittannië geweest. Zeker nadat de EU in 2004 een stuk groter werd, nam de euroscepsis in Groot Brttannië sterk toe. De bekendste criticus van de afgelopen jaren is de Britse politicus Nigel Farage. Hij is een fervent euroscepticus en laat dat ook vaak horen tijdens zijn toespraken in het Europees Parlement. 

Brexit

In 1975 vond er ook al een referendum plaats over het EU-lidmaatschap van Groot-Brittannië. Toen steunde een meerderheid van het Britse volk een continuering van het lidmaatschap van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de voorganger van de EU. Tijdens de verkiezingscampagne van afgelopen jaar heeft premier David Cameron, hoofd van de Conservatieve partij, wederom toegezegd een referendum te zullen houden over het lidmaatschap. Hij probeerde hiermee de opkomst van rechtse partijen, zoals de UK Independence Party van Nigel Farage het hoofd te bieden. Uiteindelijk slaagde Cameron in zijn poging, maar hoewel hij zelf een tegenstander is van een Brexit moest vervolgens wel een referendum organiseren. 

Referendum: de Brexit komt er

Het referendum van Cameron werd gehouden op 23 juni 2016. Het referendum kreeg echter een andere uitslag dan premier Cameron gehoopt had. De voorstanders van Brexit wonnen. Cameron stapte op, maar veel aanvoerders van het Brexit-kamp weigerden om zijn positie over te nemen. Het was aan zijn opvolgster May, die zelf voor lidmaatschap van de EU was, om de uitslag van het referendum gevolg te geven. Dat leidde tot een lang en slepend proces, waarin onderhandelaars van beide kanten probeerden een deal te sluiten waarbij alle partijen zo min mogelijk schade zouden leiden. De dadline voor de Brexit werd vastgesteld op 29 maart 2019.

Harde of zachte Brexit?

Daarin waren de Britten zelf echter geen eenheid. In het Brexit-kamp waren veel mensen voor een harde Brexit, waarbij alle connecties met de EU doorgesneden zouden worden. Anderen gingen juist voor de zachte Brexit, waarbij Groot Brittannië deel zou blijven van een aantal Europese instanties. Tussendoor schreef May verkiezingen uit, in de hoop dat haar partij daarmee meer zetels in het Lagerhuis zou krijgen. Dat gebeurde echter niet. Sterker nog: de conservatieve partij van May verloor de absolute meerderheid in het Lagerhuis. Ondertussen groeide ook onder de Britse bevolking de onvrede over de gang van zaken rondom de Brexit. Er gingen stemmen op voor een nieuw referendum.

Grootste politieke nederlaag voor Britse regering

Door de onenigheid bij de Britten onderling, maar ook door de complexiteit van de zaak, liepen de onderhandelingen stroef. Struikelblokken waren de vrijhandelsverdragen en de grens tussen Noord-Ierland en Ierland. Moest die open blijven of niet? Het lukte May om een concept-akkoord te maken, maar na een aantal heftige debatten, waarbij een aantal ministers opstapte uit onvrede over de gang van zaken, werd dat debat op 15 januari 2019 vernietigend weggestemd door het Lagerhuis. Met 432 stemmen tegen het voorstel, was het de grootste politieke nederlaag die de Britse regering ooit in het Lagerhuis leed.

Leestip:

Relatie groot-brittannië en EUThe Second Anglo-Dutch War (1665-1667) – Raison d’état, mercantilism and maritime strife
Auteur: Gijs Rommelse
ISBN: 9065509070
Uitgever: Verloren
Winkelprijs: €29,–

Bestel The Second Anglo-Dutch War

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!