Roestam Effendi, eerste allochtone parlementariër

Roestam Effendi was de eerste Indonesische-allochtone parlementariër in Nederland en wel voor de CPH, die in 1935 haar naam in Communistische Partij Nederland veranderde.

Dr. M. Leenders

De CPH zette Effendi in 1933 op nummer zes van de kandidatenlijst. De partij haalde bij de verkiezingen vier zetels. Omdat hogergeplaatste Indonesische kandidaten gevangen zaten of bedankten, kwam Effendi in juli 1933 op achtentwintigjarige leeftijd in de Kamer. Hij ging op twee fronten de confrontatie met de Nederlandse staat aan: als strijder voor de onafhankelijkheid van zijn geboorteland Indonesië en als woordvoerder van de internationaal gerichte CPH. Effendi opereerde in een spanningsveld, als Nederlandse parlementariër streed hij voor de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië dat nog deel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden.

Roestam Effendi werd op 13 mei 1903 in Padang (Sumatra) als oudste zoon in een gezin van negen kinderen geboren. Hij volgde de Hollands-Indische (lagere) school en daarna de kweekschool. Hij werkte vervolgens enige tijd als hoofd van de Islamitische Abadiah-school. Hij onderhield contact met vooraanstaande leden van de Partai Komunis Indonesia. In 1927 ging hij in Nederland studeren, haalde zijn lagere schoolakte en studeerde vervolgens Middelbaar Onderwijs economie. Hij werd lid van de studentenvereniging die de onafhankelijkheid van Nederlands- Indië propageerde, de Perhimpoenan Indonesia. In 1929 trad hij toe tot het bestuur. Vanaf toen ging de politiek in zijn leven een steeds grotere plaats innemen. De inlichtingendiensten hielden hem nauwlettend in de gaten.

Op allerlei manieren probeerde hij de strijd voor een onafhankelijk Indonesië onder de aandacht te brengen. Hij schreef in verschillende linkse en antimilitaristische bladen en was actief voor de Liga tegen Imperialisme en Kolonialisme van de Partai Kommunis Indonesia. In 1932 werd hij lid van de CPH en in 1933 werd hij Tweede Kamerlid voor deze partij. In de Kamer kreeg Effendi het vaak met de voorzitter aan de stok vanwege zijn felle uitlatingen, doorspekt met ‘antikoloniale ideologie’. Overigens niet uitzonderlijk voor een CPH-Kamerlid. Bij de beëdigingsbijeenkomst op 4 juli zette hij meteen de toon. Toen bij deze gelegenheid drie Kamerleden – van de ARP en de CHU – weigerden op te staan, lieten drie afgevaardigden, onder wie Effendi, luid de vrijheidskreet horen: Indonesia Merdeka! (Indonesië onafhankelijk). Hij probeerde ingrijpen van de voorzitter in zijn redevoeringen te voorkomen door onverstaanbaar te spreken. Ze werden dan toch in de Handelingen afgedrukt; wat daarin eenmaal was gepubliceerd, kon in brochurevorm of in een blad verschijnen, zonder dat ertegen kon worden opgetreden.

effendiEffendi zag zijn Kamerlidmaatschap als van tijdelijke aard, omdat ‘de Indonesische afgevaardigden in de eigen Indonesische Volksvertegenwoordiging zitting moeten hebben. Deze laatste behoort in Indonesië zelf.’ Zijn Kamerlidmaatschap zou korter duren dan hij had voorzien. In augustus 1945 beschuldigde de ‘contrôle commissie’ van de partij hem van scheurmakerij, omdat hij de oppositie zou hebben geholpen met de bedoeling de partij stuk te maken. Ook verweet men hem trotskist te zijn en dat hij geen bijdrage aan het verzet had geleverd. Maar de ergste beschuldiging was, dat hij tijdens de oorlog met de Engelse Secret Service zou hebben samengewerkt. Bewijzen hiervoor kwamen niet op tafel.

Hangende het onderzoek werd Effendi door de partijleiding op non-actief gesteld. Hij deed hierover op 3 september 1945 zijn beklag bij het dagelijks bestuur van de CPN. De partijleiding verzocht hem als lid van de Tweede Kamer te bedanken: ‘Wij krijgen binnenkort een Indonesisch Parlement, zodat je aanwezigheid in het Nederlandse parlement niet meer nodig is.’ Effendi verdedigde zich met het argument dat het een grote fout zou zijn hem in deze fase van ’de anti-imperialistische strijd’ uit de Kamer te laten vertrekken. Maar tevergeefs. Op 24 september 1945 kreeg hij een brief van het politiek bureau van de partijraad, waarin hem duidelijk te kennen werd gegeven dat hij niet langer in de Tweede Kamer kon blijven zitten.  

Dr. M. Leenders, Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen.

<h3>Artikel afkomstig van</h3>
<p>De portretten in de Curiositeitenkamer zijn geschreven door medewerkers van het <a href="http://www.ru.nl/cpg/blogs-rubrieken/curiositeitenkamer/curiositeiten-ka... target="_blank">Centrum voor Parlementaire Geschiedenis</a> (CPG).</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="http://www.ru.nl/cpg" target="_blank"><img class="alignleft" alt="" src="http://www.isgeschiedenis.nl/wp-content/uploads/2012/09/CPG-logo-150x112... width="88" height="65" /></a></p>
<p>Het CPG, gevestigd te Nijmegen, is een samenwerkingsverband van de Radboud Universiteit en de Stichting Parlementaire Geschiedenis te Den Haag. Het Centrum doet wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de parlementaire geschiedenis van Nederland na de Tweede Wereldoorlog.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>In de Curiositeiten Kamer wordt tweewekelijks een kleurrijk Kamerlid geportretteerd. De rubriek verschijnt zowel op de website van het <a href="http://www.ru.nl/cpg/blogs-rubrieken/curiositeitenkamer/curiositeiten-ka... target="_blank">CPG</a> als op <a href="http://WWW.ISGESCHIEDENIS.NL">IsGeschiedenis.nl</a> en dit artikel verscheen eerder in <em><a href="http://www.openbaarbestuur.nl/" target="_blank">Openbaar Bestuur</a> </em>(11-2009). <a href="http://www.ru.nl/cpg" target="_blank">Meer informatie over het CPG</a>. </p>

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!