Pieter RAbus

Scheldende geleerden

Het nieuwe boek Waanwijze lasterbende draait om ruzies tussen zeventiende-eeuwse denkers. Ruzies over bijvoorbeeld wichelroedes, minuscule ‛dierkens’, en planeten, die laten zien wat geleerden bezighield, en hoe ze al kijvend samen de wetenschap vormgaven.

Tekst: Geertje Dekkers

Laaiend was Pieter Rabus. Het was zomer 1697 en de jurist en wetenschapsliefhebber werd al maandenlang achtervolgd door de ‘lastertaal’ van een groepje ‘schendzieke duisterlingen’, ‘vuil in ’t hart’, met een ‘zwart mismaaksel’ van een ziel. In zijn eigen blad, Boekzaal van Europe, klaagde hij dat zijn tegenstanders maar niet ophielden hun groene gal te spuwen.

De ellende begon toen Rabus’ vrouw ontdekte – of dacht te ontdekken – dat ze met een wichelroede goud kon vinden. Als zij rondliep met een y-vormige tak van een hazelaar begon die te bewegen zodra ze in de buurt kwam van edelmetaal. Het was als met een magneet en ijzer, dacht Rabus, die trokken elkaar ook aan. Achter de twee verschijnselen moest een vergelijkbaar natuurlijk mechanisme zetten.

Dat Rabus geloofde in de werking van de wichelroede, is wellicht opmerkelijk voor de 21e-eeuwse lezer. Vooral omdat hij een enthousiast aanhanger was van een nieuwe vorm van natuuronderzoek, die vanaf de zeventiende eeuw vorm kreeg en die wij nu ‛wetenschap’ noemen. In zijn tijdschrift vermelde hij de laatste wetenschappelijke nieuwtjes en profileerde hij zichzelf als ‘doodviand van bygeloof’.

Vanwege die combinatie van wetenschapsliefde en wichelroedegeloof is Rabus een van de hoofdpersonen in Waanwijze lasterbende. De geboorte van de wetenschap in acht ruzies. Sommige tijdgenoten vonden die combinatie namelijk ook al grappig en staken daarom de draak met Rabus. Vanwege zijn veelomvattende tijdschrift noemden maakten ze hem ironisch uit, en ze beschuldigden Elisabeth van vals spelen. Zo ontstond een ruzie die laat zien hoe mistig het zicht op de natuur in die jaren kon zijn, en hoe groot het belang was van eer voor geleerden.

Onderzoek op een aardbeienveldje

Dat laatste bleek toen Rabus’ critici het echtpaar naar een tuin in Amsterdam lokten. Daar hadden ze goud verstopt in een aardbeienveldje, en Elisabeth kreeg de opdracht het te vinden. Over wat er toen gebeurde, verschilden de meningen. Volgens Rabus wees zijn vrouw accuraat de juiste plek aan, maar de uitdagers vonden Elisabeth maar vaag en vroegen meer precisie. Ze legden twee stokken op de grond en vroegen Elisabeth aan te wijzen of het goud aan de ene kant van de stokken lag, of aan de andere.

‘Plompe onbeleefdheid’ vond Rabus het experiment in de tuin. En het verzoek om meer precisie was schaamteloos. Het gaf geen pas een nette vrouw te laten aanmodderen in een nat veldje en haar vervolgens niet te geloven. Rabus vroeg wat meer vertrouwen in zijn echtgenote, want vertrouwen had in Rabus’ tijd veel te maken met respect. Het woord van een persoon met aanzien – van adel, bijvoorbeeld – woog zwaarder dan dat van een lagergeplaatste. Wie eer had, was eerlijker, zo was het idee.

Met hun gedram (in de ogen van Rabus) kwetsten de critici dus de eer van Elisabeth, en die van Rabus. En ook hun venijnige schrijfsels waren slecht voor zijn aanzien. Als tijdschriftenman kon hij dat niet hebben, want wie zou er een blad willen lezen van een onbetrouwbare auteur? En wie zou er met zo iemand willen samenwerken, en hem bijvoorbeeld aan wetenschappelijke nieuwtjes willen helpen?

Pijn

Bovendien raakten de critici Rabus waar het persoonlijk pijn deed, want de liefde voor de opkomende natuurwetenschap zat diep bij hem. Het deed pijn dat zijn tegenstanders beweerden dat daar geen verstand van had. En dan beledigden ze ook nog over zijn vrouw, zijn ‛hartsvriendin’. Vandaar dat Rabus gebelgd was en vandaar dat hij zijn critici uitschold. Als zijn tegenstanders hem in diskrediet probeerden te brengen, dan deed hij hetzelfde, om te voorkomen dat zijn publiek hen zou geloven.

Zoals Rabus en zijn tegenstanders waren er veel denkers in de zeventiende eeuw. Hun ideeën konden mijlenver uiteenlopen: sommigen waren enthousiast over de nieuwe, experimentele en wiskundige benadering van de natuur en anderen waren er op tegen. Maar allemaal waren ze diep overtuigd van hun eigen gelijk en allemaal deden ze hun denkwerk met hart en ziel. In dat klimaat liepen discussies over de natuur, over wat we kunnen weten en hoe, nogal eens uit de hand. Voor tijdgenoten moet dat pijnlijk zijn geweest maar achteraf gezien bieden de ruzies veel inzicht in de vragen die deze onderzoekers bezighielden, en in de moeilijkheden waarmee ze worstelden. Vandaar dat Waanwijze lasterbende draait om acht ruzies. Ruzies over kleine dierkens, bewegende deeltjes en experimenten, bijvoorbeeld, en ideeën die soms curieus lijken maar die door de ruzies begrijpelijk worden.

Waanwijze lasterbendeGeertje Dekkers, Waanwijze lasterbende. De geboorte van de wetenschap in acht ruzies.

208 p. Spectrum €19,99.

 

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!