Urbanisering in de industriële revolutie

De industriële revolutie markeert het ontstaan van de fabrieken. De arbeidsplaatsen die die fabrieken opleverden veroorzaakten een enorme trek naar de steden waar die fabrieken stonden. Hierdoor groeiden steden tot formaten die ongekend waren. Het leven in de grote stad betekende voor velen een grote verandering.

De aantrekkingskracht van de fabrieken in de steden bracht zo’n grote stroom van mensen naar de stad op gang dat steden al snel uit hun voegen barstten. Aan het begin van de negentiende eeuw woonden in Groot Brittannië zeventien procent van de bevolking in een stad van twintigduizend inwoners of meer. Aan het eind van de eeuw was dat al gegroeid tot 54 procent. In die steden werd elk plekje vrije ruimte volgebouwd om mensen te kunnen huisvesten. Moestuintjes en veldjes met vee, die vroeger in veel steden nog te vinden waren, werden nu volgebouwd. In Groot Brittannië verschenen nieuwe buurten met smalle straatjes waaraan lange rijen huizen, zonder voor- achtertuin, stonden. Veel steden waren nog altijd ommuurd en alle mensen moesten binnen die muren een plekje zien te krijgen. Huizen waren overvol. In een kamer konden hele families van soms wel tien mensen wonen en uit ruimtegebrek werden ook kelders en zolders gebruikt om mensen te huisvesten.

Problemen met de hygiëne

Zo veel mensen op zo weinig ruimte leidde tot een enorm gezondheidsprobleem in de steden. Riolering was er niet of nauwelijks, in Manchester kwam het voor dat een toilet gedeeld moest worden door tweehonderd mensen. Zulke toiletten kwamen uit op beerputten en open riolen snel vol raakten en daardoor overstroomden, met alle gevolgen van dien voor hen die in een naburige kelderwoning zaten. Grote delen van de steden vormden een grote beerput. Drinkwater kwam uit een aantal waterpompen die meestal een centrale plek in een wijk hadden, of uit rivieren of grachten. Door alle vervuiling was niet gek dat dit water vaak ook zwaar vervuild was. Dat ziektes zoals cholera en tuberculose veel slachtoffers eisten mag geen wonder heten. Het gebrek aan sanitaire voorzieningen zorgde er in combinatie met slechte voedingspatronen en zware werkomstandigheden voor dat de levensverwachting in de grote steden laag was.

Betere medische zorg

In de tweede helft van de negentiende eeuw begon de situatie in de Britse steden te verbeteren. De medische kennis was dankzij mensen als Semmelweis en Pasteur flink verbeterd. Ziektes die eerst een doodvonnis betekenden, verdwenen langzaam en de levensverwachting ging omhoog dankzij de maatregelen die werden genomen. De eerste rioleringsstelsels werden aangelegd en er regeringen begonnen gezondheidswetten aan te nemen. Langzaam voltrok zich een nieuwe revolutie: de sterftecijfers gingen voor alle leeftijden van alle bevolkingsgroepen omlaag

Stadsplanning

Een groot deel van de stedelijke ellende was te wijten aan gebrekkige stadsplanning. Huizen werden gebouwd waar mogelijk was, niet waar het nuttig of veilig was. In de vroegmoderne tijd hadden steden nog veel open plekken gehad, waar mensen een moestuintje of een enkel stuk vee hielden. Met de groei van de steden waren die tuinen volgebouwd en met elkaar verbonden door donkere kronkelige straatjes waar weinig licht en frisse lucht doorheen stroomde. Parken en andere open ruimtes waren er niet of nauwelijks. Om de leefomstandigheden te verbeteren moest er gesloopt worden. Eind negentiende eeuw verdwenen de stadsmuren, die hun militaire betekenis vaak verloren hadden, en werden vervangen door parken. Nu deze barrière verdwenen was, konden de steden ook makkelijker uitbreiden. Wijken konden ruimer worden opgezet en er kwam ruimte voor parken. In Parijs ging met het verst met de stadsvernieuwing. Onder leiding van de baron Haussmann gingen grote delen van de stad tegen de vlakte en werd de hele stad opnieuw ingedeeld. Nu was er ook ruimte om nieuwe drinkwatervoorzieningen en riolering aan te leggen. De nieuwbouw was vaak beter dan de oude bebouwing.

Samenleven in de stad

De enorme groei in de bevolkingsaantallen in de stad betekende ook een omslag in de samenlevingen. Waar het familiebedrijf binnenshuis was en de hele familie bijdroeg aan het bedrijf, werd nu buitenshuis gewerkt. Zeker de lagere arbeidersklassen kenden lange werkdagen die het gezinsleven flink overhoop haalden. De familie- en gemeenschapsbanden die op het platteland grote delen van het gezinsleven bepaalden, golden in de stad niet meer. De uitzichtloosheid van de slechtte omstandigheden zorgden ervoor dat alcoholisme veel voor kwam en dat leidde weer tot andere problemen. Het gezinsleven was alles behalve stabiel en buitenechtelijke zwangerschappen en geboorten waren talrijk. Naarmate de leefomstandigheden verbeterden, namen de problemen in het gezinsleven af. Uiteindelijk, tegen het begin van de twintigste eeuw, was het gezin een hoeksteen van de stedelijke samenleving geworden.

Bronnen:

McKay et al: A history of western society since 1300 (2008)
C. Watson, Trends in world urbanisation (pdf)
www.nijmegen.nl: 1874: Afbraak stadswallen

nl.wikipedia.org: Zocherpark

www.historischnieuwsblad.nl: De Industriële revolutie

Afbeelding:

commons.wikipedia.org

Meer weten

Meer lezen over: 

Tijdperken: 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.