Valkenjacht in de middeleeuwen

Vanaf 6 augustus is in het Rijksmuseum een tentoonstelling te zien over de geschiedenis van de valkenjacht. Deze jachtsport werd in 2010 opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst, maar wordt al millennia beoefend. De valkerij ontstond in Azië en werd in de middeleeuwen een populaire jachtsport in Europa. Valkenjacht werd een statussymbool en was voorbehouden aan de adel.

De eerste mensen die joegen met getrainde roofvogels leefden in Centraal-Azië. De daar gelegen vlaktes zaten vol met klein wild en de nomaden zochten naar middelen om effectief op deze beestjes te jagen. De steppevolkeren van Centraal-Azië waren bedreven ruiters en gebruikten paarden om op groter wild te jagen. Paarden waren echter niet snel genoeg om mee op klein wild te kunnen jagen, aangezien veel knaagdieren gemakkelijk in een hol weg konden schieten. Daarom begonnen ze met het gebruiken van valken en andere roofvogels om te jagen. Al snel verspreidde dit gebruik zich in Azië en Afrika. Omstreeks de 3e eeuw voor Christus bereikte deze jachtmethode ook Europa.

Valkenjacht in Europa

Het zou echter nog een lange tijd duren voordat het jagen met roofvogels aansloeg. De jacht werd in het eerste millennium na Christus voornamelijk bedreven met honden en pas rond de tijd van de kruistochten (1071-1291) nam de valkerij toe in Europa. Zo raakte de Heilige Roomse keizer Frederik II tijdens de kruistochten in het Midden-Oosten in de ban van de roofvogeljacht. Hij bracht een aantal valkeniers en haviken mee terug, waarna het gebruik zich snel verspreidde naar ook Frankrijk, Engeland en Scandinavië.

Koningssport

De valkerij bleef voorbehouden aan de adel en de koningshuizen. Het groeide uit tot de favoriete sport van veel vorsten en heersers. Onder meer Hendrik VIII van Engeland, prins Maurits van Oranje en de Franse koning Lodewijk XIV stonden bekend om hun liefde voor de valkenjacht. De valken en haviken kregen dan ook vaak grote luxueuze stallen toegekend, net zoals de paarden. De meeste vorsten hadden hun eigen valkeniers, die uitsluitend voor hen werkten. Dit was dan ook een zeer goed betaald beroep.

De jacht

Aanvankelijk probeerden de valkeniers met steeds grotere vogels te jagen. Ze dachten dat een grotere vogel namelijk meer zou vangen en werd er dus ook gejaagd met adelaars. Het bleek echter dat de slechtvalk de snelste vogel was en deze werd dan ook zeer populair in de valkenjacht. Jagers namen soms ook uilen mee op jacht, als lokvogel. De uil trok andere vogels zoals andere uilen, kraaien en eksters aan, die de uil probeerden te plagen. Hierop vloog de slechtvalk uit, die snel korte metten maakte met de andere vogels.

Afname

Een aantal veranderingen zorgden voor de afname van de valkenjacht in Europa. Zo veranderde de uitvinding van geweren en buksen de jachtsport zelf, waarbij er minder behoefte was aan jachtdieren. Politieke omwentelingen zoals de Franse Revolutie (1789-1799) brachten bovendien de val van de adel teweeg, wat minder jacht als gevolg had. Ook begon het landschap tijdens de Industriële Revolutie er anders uit te zien en waren er steeds minder grote landbouwgronden waarop gejaagd kon worden.

De valkerij is echter niet in zijn geheel verdwenen en wordt door sommigen nog steeds beoefend. De sport staat sinds 2010 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en wordt vanaf 15 september geëerd met een tentoonstelling in het Rijksmuseum.

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!