Trump

Waarom Amerikaanse presidenten bij midterms vaak worden afgestraft

De Amerikaanse midtermverkiezingen worden vaak gezien als een referendum over de zittende president. Volgens de laatste peilingen dreigt 2026 uit te draaien op een zware nederlaag voor Donald Trump. Dat zou echter geen historische uitzondering zijn. Integendeel: de partij van een zittende president verliest bij tussentijdse verkiezingen doorgaans terrein. Soms zijn de gevolgen zo groot dat het politieke landschap van de Verenigde Staten voorgoed verandert. Daarom gaan we langs vijf voorbeelden van absolute aardverschuivingen na midterms in de Amerikaanse politiek. 

Bij de midterms worden alle 435 zetels in het Huis van Afgevaardigden opnieuw verdeeld. Daarnaast staan 35 Senaatszetels en 36 gouverneurschappen op het spel. Wie de meerderheid in een van beide kamers van het Congres verliest, ziet zijn politieke bewegingsruimte flink afnemen. De oppositie krijgt meer macht en het doorvoeren van plannen wordt een stuk moeilijker. 

1858 – James Buchanan 

Toen in 1858 witte Amerikaanse mannen naar de stembus gingen, verkeerde het land in een diepe crisis. President James Buchanan bleek een zwakke schakel te zijn in de keten die het land bij elkaar hield: hij was niet in staat de groeiende tegenstellingen tussen het noorden en zuiden te overbruggen. Zijn optreden rond de slavernijkwestie maakte de polarisatie alleen maar erger. 

De Kansas-Nebraska Act van 1854 was het startschot voor de politieke crisis. Die wet bepaalde dat inwoners van nieuwe staten zelf mochten beslissen of slavernij werd toegestaan. Vooral in Kansas leidde dat tot felle confrontaties tussen voor- en tegenstanders van slavernij. Buchanan bekende kleur en koos nadrukkelijk de kant van de zuidelijke slavenhouders. Een jaar later oordeelde het Hooggerechtshof bovendien in de zaak Dred Scott dat zwarte Amerikanen geen Amerikaans staatsburgerschap konden claimen. Het spreekwoordelijke politieke kruidvat werd steeds verder gevuld. James Buchanan

Ook binnen zijn eigen Democratische Partij groeide de verdeeldheid. De nieuw opgerichte Republikeinen, die zich verzetten tegen de uitbreiding van slavernij, profiteerden daarvan. Een van hun bekendste gezichten was Abraham Lincoln, die landelijke bekendheid verwierf door zijn verkiezingsstrijd tegen Stephen Douglas om een Senaatszetel in Illinois. Lincoln verloor, maar de zeven debatten maakten hem tot een nationale politieke figuur. 

Bij de midterms van 1858 boekten de Republikeinen een grote overwinning en werden ze de grootste partij in het Huis van Afgevaardigden. Buchanan verloor daarmee een belangrijk deel van zijn politieke macht. Twee jaar later versloeg Lincoln zijn tegenstanders bij de presidentsverkiezingen. Zijn overwinning vormde voor de zuidelijke staten de aanleiding om zich van de Unie af te scheiden. In april 1861 werd vonk in het kruidvat gegooid en brak de Amerikaanse Burgeroorlog uit. 

1874 – Ulysses S. Grant 

Na de Burgeroorlog wachtte president Ulysses S. Grant een loodzware taak: een diep verdeeld land opnieuw verenigen. Zijn voorganger Andrew Johnson had een potje gemaakt van de zuidelijke wederopbouw, de Reconstruction. Hoewel de zuidelijke staten in theorie weer deel uitmaakten van de Unie, bleven in de praktijk de spanningen groot. 

Grant probeerde de eenheid te herstellen en liet belangrijke wetten aannemen om de burgerrechten te beschermen. Zijn herverkiezing in 1872 leek een bevestiging van zijn populariteit, maar achter het politieke succes bleef de polarisatie onverminderd groot. 

Een jaar later kreeg Grant nog een probleem om de oren: The Panic of 1873. Door de snelle uitbreiding van het spoorwegnetwerk waren enorme schulden opgebouwd. Toen belangrijke spoorwegondernemingen en investeringsbanken in de problemen kwamen, stortte het vertrouwen in en belandde de Amerikaanse economie in een langdurige depressie. Ulysses Grant 

Grant was allesbehalve een econoom, en hij slaagde er dus niet in de crisis onder controle te krijgen. Bij de midterms van 1874 volgde de politieke afrekening: de Democraten wonnen 94 zetels in het Huis van Afgevaardigden en namen overtuigend de meerderheid over. 

De Democraten kregen opnieuw meer invloed op het federale beleid en de bescherming van zwarte Amerikanen verdween. In 1877 eindigde de Reconstruction definitief, toen de federale troepen uit het zuiden werden teruggetrokken. Daarmee kregen de zuidelijke staten steeds meer ruimte om het racistische Jim Crow-systeem op te bouwen, waarvan Amerika nog altijd de gevolgen voelt. 


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


1894 – Grover Cleveland 

De Democratische president Grover Cleveland zat pas een maand in het Witte Huis voor zijn tweede termijn toen de economische malaise weer begon. The Panic of 1893 was het tweede deel van een film waar niemand op zat te wachten. Banken vielen om, bedrijven gingen failliet en de werkloosheid liep sterk op. De Verenigde Staten belandden wederom in een diepe depressie. 

Cleveland reageerde op een manier waarmee alle vleugels in zijn partij ontevreden waren. Hij sloeg stakingen neer en kreeg vakbonden tegen zich. Hij was anti-imperialistisch, wat critici een ‘gebrek aan fantasie’ noemden, en zijn economische reactie op de paniek werd gezien als ronduit zwak. Kiezers gaven de Democratische Partij de schuld, iets wat in 1894 hard werd afgestraft. Grover Cleveland 

De regering van Cleveland kreeg tijdens de midterms de dubieuze eer om meerdere records te vestigen. Ten eerste verloren de Democraten 125 zetels in het Huis van Afgevaardigden: het grootste verlies ooit. De meerderheid in de Senaat ging ook naar de Republikeinen, waardoor Cleveland de eerste president was die in het hele Congres de controle verloor. 

Twintig jaar na het verpletterende verlies van de Republikeinen werd een nieuw politiek tijdperk ingeluid. De burgeroorlog verdween steeds verder naar de achtergrond en een nieuwe generatie met presidenten als William McKinley en Theodore Roosevelt wilde het volledig anders doen: The Progressive Era was geboren. 

1934 – Franklin D. Roosevelt 

Midterms hoeven niet altijd uit te draaien op een nederlaag voor de partij van de president. Soms worden zittende machthebbers juist beloond voor hun beleid, zoals Franklin D. Roosevelt in 1934, midden in de Grote Depressie. 

De economische crisis die in 1929 was begonnen, had de Verenigde Staten in een diepe ellende gestort. President Herbert Hoover kreeg de schuld en verloor in 1932 overtuigend van Roosevelt. De kersverse president beloofde het land met een flink pakket overheidsmaatregelen uit de crisis te halen: de New Deal. 

Zijn regering creëerde werkgelegenheid, stabiliseerde banken en probeerde de economie nieuw leven in te blazen. Hoewel het land in 1934 nog lang niet op het niveau van de Roaring Twenties was, kregen de Amerikanen weer hoop. Franklin Roosevelt

Door het hele land bestond er dan ook geen twijfel over dat Roosevelt de juiste man voor deze klus was. Met een geweldige overwinning wisten de Democraten een tweederdemeerderheid te halen: een supermajority. Roosevelt mocht zijn karwei afmaken. 

Die politieke steun bleek van grote waarde. In 1935 werd onder meer de Social Security Act aangenomen, die de basis legde voor het Amerikaanse socialezekerheidsstelsel. Roosevelt groeide uit tot een van de invloedrijkste presidenten uit de Amerikaanse geschiedenis en gaf later de voorzet voor een geallieerde overwinning in de Tweede Wereldoorlog. 

1994 – Bill Clinton 

De Democratische Partij was na die verpletterende zege in 1934 over het algemeen dominant geweest in de Amerikaanse politiek. Hoewel ze niet altijd de president leverden, waren ze in het Congres altijd machtig. Na de twaalf jaar van Reagan en Bush kwam met de charismatische gouverneur van Arkansas, Bill Clinton, eindelijk weer een blauwe president.  

Zijn eerste jaren verliepen echter niet zonder problemen. Ambitieuze hervormingsplannen, waaronder een grote verandering van het Amerikaanse zorgstelsel, stuitten op veel weerstand. De Republikeinen zagen hun kans schoon en besloten de midterms van 1994 te gebruiken om de politieke verhoudingen volledig om te gooien. 

Onder leiding van Newt Gingrich lanceerden ze The Republican Revolution. Met het Contract with America presenteerden Republikeinse kandidaten een gezamenlijk programma dat beloofde het Congres te hervormen en het overheidsbeleid een conservatievere koers te geven. De nostalgie naar Reagan en groeiende onvrede richting de Democraten leidden tot een politieke aardverschuiving. Bill Clinton

De Republikeinen wonnen 54 zetels in het Huis en acht in de Senaat, waardoor ze voor het eerst sinds 1954 beide kamers van het Congres in handen kregen. Clinton moest voortaan rekening houden met een machtige Republikeinse oppositie. De partij behield haar meerderheid in het Huis zelfs tot 2006. 

Voor Donald Trump is het te hopen dat de midterms van 2026 niet dezelfde gevolgen krijgen als de historische nederlagen van Buchanan, Grant, Cleveland en Clinton.  

De geschiedenis laat zien dat een president zijn politieke macht bij de midterms snel kan verliezen. Roosevelt bewees in 1934 dat het ook anders kan, maar voor Trump lijkt dat scenario moeilijk voorstelbaar. Alles wijst voorlopig op een blauwe golf die Washington flink kan opschudden. 

Bronnen:

Afbeeldingen:

Ook interessant: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief.