Home » Reportage
imker geschiedenis

De geschiedenis van bijen houden en de revolutie van de Langstrothkast

Bijen produceren honing en bijenwas, handige producten waar voor het grootste deel van de menselijke geschiedenis geen alternatieven voor bestonden. Het is dan ook niet vreemd dat mensen al lang naar de beste manieren zoeken om bijen te houden, oftewel te ‘imkeren’.

Bijen waren er altijd bij

Bijen bestonden al voordat de moderne mens bestond. Daarom is het waarschijnlijk dat mensen al sinds de prehistorie bijen nestten leegroofden voor de zoete honing. Nu is het waarschijnlijk lastig voor te stellen, maar voor he grootste deel van de menselijke geschiedenis was honing een van de enige beschikbare zoetstoffen. Dat was een goede motivatie om zelf bijen te gaan houden. Dat begon met het uitkerven van gaten in bomen of boomstammen waarin het bijenvolk zich in kon nestelen. Uit het oude Egypte en het oude Griekenland weten we door afbeeldingen dat ze keramieken buizen gebruikten waarin de bijen leefden. De imker kon dan, als het tijd was om te oogsten, de achterkant van de buis openmaken om bij de honing en bijenwas te komen.

Honing was een felbegeerde zoetstof en werd ook als medicijn gebruikt. Dit gebeurde ook tijdens de middeleeuwen, hoewel de bijenwas toen ook belangrijker werd. De olie die in de Romeinse tijd werd gebruikt om olielampen te vullen werd schaars, waardoor kaarsen belangrijker werden als lichtbron. Hierbij kon men kiezen uit kaarsen van dierenvet en bijenwas. Bijenwaskaarsen was duurder, maar de kaarsen van dierenvet hadden een onaangename geur. Nog veel later zouden er alternatieve materialen komen om kaarsen van te maken, zoals walvisvet en paraffine, en zou de menselijke behoefte aan licht steeds meer vervuld worden op andere manieren zoals gas en elektriciteit.

De Langstrothkast, de eerst moderne bijenkas

Imkeren met keramieken buizen zoals in Egypte en Griekenland is in Nederland Europa nooit populair geworden. In plaats daarvan gebruikte men bijennesten die gewoven waren van stro. Wanneer het bijenvolk uitvloog of verjaagd werd kon de korf opengesneden worden om de honing en bijenwas te oogsten. Deze vorm van imkerij heeft in Nederland tot de Tweede Wereldoorlog bestaan. Een groot nadeel was wel dat na de oogst de korf kapot was en het bijenvolk vaak weg was, om van de bijensteken op de imker nog niet te spreken.

Een revolutie in de moderne imkerij vond plaats toen de Amerikaanse pastoor Lorenzo Langstroth in 1851 zijn nieuwe ‘Langstrothkast’ bedenkt. Dit was een houten kast waarin de bijen konden wonen. Het vernieuwende van deze uitvinding zit in de uitneembare ‘ramen’. Dit waren houten frames met ijzerdraad erin gespannen waarop de bijen hun raten (bouwsels van bijenwas gevuld met honing) konden bouwen. Deze ramen konden verwijderd en weer teruggezet worden alsof je lades in een bureau opendeed. Hierdoor was het veel makkelijker dan eerst om te kijken of het wel goed ging met het bijenvolk in de kas en om de honing te oogsten. Door deze uitvinding en de verbeterde versies die er later van gemaakt werden kon de imkerij veel grootschaliger worden.

Bronnen

Ook interessant: 

Partners: 

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Ontdek Geschiedenis Magazine!