1925 Nederland voert de gouden standaard weer in

Net als veel omringende landen liet Nederland aan het begin van de Eerste Wereldoorlog de gouden standaard varen. Het muntsysteem werd op 29 april 1925 weer ingevoerd. De houding ten opzichte van de gouden standaard kent een roerige geschiedenis in Nederland.

Goud als betaalmiddel

Goud wordt al meer dan 2500 jaar als ruil- en betaalmiddel gebruikt. Waar de waarde van een munt eerst afhing van het gewicht en de metaalsoort van de munt, verwerd de waarde door de eeuwen heen tot een symbolische waarde. Uit praktische en veiligheidsoverwegingen ging men in de loop van de zeventiende eeuw grootschalig gebruik maken van briefgeld.

De gouden standaard

Over de precieze datum van het ontstaan van de gouden standaard wordt veel gedebatteerd. De gouden standaard houdt in dat een land de waarde van zijn geldstukken koppelt aan een bepaald gewicht aan goud. Wanneer landen met verschillende valuta dit doen, kan men gemakkelijk een wisselkoers bepalen en is internationale handel eerlijker en overzichtelijker. Het geld dient altijd inwisselbaar te zijn voor goud en is dus meer waardevast. Problemen met de gouden standaard ontstaan wanneer banken niet meer 100% gouddekking hebben door bijvoorbeeld meer geld uit te lenen dan het goud dat zij in bezit hebben. Een systeem waar geld slechts voor een gedeelte kan worden ingewisseld door goud heet een ‘papieren standaard’.

Invoering

Door de groeiende internationale handel zagen de meeste landen in het begin van de achttiende eeuw het nut wel in van de gestandaardiseerde transacties die mogelijk werden door het aannemen van de gouden standaard. Nederland ging pas in 1875 na de zilveren en dubbele standaard definitief over op de gouden standaard. De gouden standaard bracht veel stabiliteit doordat het niet meer mogelijk was voor landen om zomaar meer geld te drukken en te vervalsen, maar had ook nadelige effecten. In economisch zware tijden was het namelijk ook niet mogelijk om meer geld in omloop te brengen, omdat men hier eerst een grotere goudhoeveelheid voor nodig had. Dit probleem deed zich ook voor aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, waardoor West-Europa bij het uitbreken van de oorlog de gouden standaard los liet. Nederland verliet de gouden standaard drie dagen na het uitbreken van de oorlog op 31 juli 1914.

29 april 1925

In navolging van Groot-Brittannië keerde ook Nederland op 29 april 1925 terug tot de gouden standaard, na gezamenlijk overleg van de Britse en de Nederlandse centrale bank. De problemen begonnen weer snel. In een poging de Engelse economie weer op zijn vooroorlogse concurrentiepositie terug te laten keren werd de goudwaarde van de pond te hoog ingesteld. Dit bracht Engeland al vrij snel in de problemen. Na de Beurskrach in 1929 in Amerika en de daaropvolgende wereldwijde economische crisis in de jaren dertig werd het voor Engeland in 1931 wederom onhoudbaar om de gouden standaard te behouden. Nederland volgde pas vijf jaar later, en liet op 27 september 1936 ook de gouden standaard gaan.

Hendrikus Colijn

Het verlaten van de gouden standaard in Nederland ging in de jaren dertig niet zonder slag of stoot. Minister-president Hendrikus Colijn probeerde door een strenge bezuinigingspolitiek het hoofd boven water te houden tijdens de economische crisis. Zuinig overheidsbeleid moest volgens Colijn zorgen dat de waarde van de Nederlandse gulden gehandhaafd zou blijven en Nederland kon blijven voldoen aan de gouden standaard. Desondanks bleef de economie achteruit gaan en door toenemende druk vanuit de oppositie en de bevolking ging Nederland in 1936 dan eindelijk overstag en laat de gulden devalueren. De gevolgen van dit besluit zijn onmiddellijk positief: de export werdgestimuleerd en dit doet de economie goed. Langzaamaan krabbelt Nederland weer op uit de economische crisis.

Bronnen

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!