Amerikaanse invasie in Irak

Amerikaanse invasie in Irak in 2003

“U verdient beter dan tirannie, corruptie en martelkamers, u verdient het om in vrijheid te leven. Ik verzeker iedere burger van Irak: uw land zal binnenkort vrij zijn.” Met deze bemoedigende woorden, gericht aan de onderdrukte Iraakse bevolking, kondigde de Amerikaanse president George W. Bush tijdens een televisietoespraak in maart 2003 de oorlog in Irak aan. Op 20 maart 2013 is het tien jaar geleden dat Amerikaanse troepen Irak binnenvielen.

Operation Iraqi Freedom moest een einde maken aan het schrikbewind van Sadam Hoessein en zou aansturen op een situatie van vrede en democratie in Irak. In de westerse wereld werd ter verantwoording van de inval in Irak bovendien aangevoerd dat de Iraakse tiran niet alleen zijn eigen bevolking onderdrukte, maar dat hij ook een belangrijke spil vormde in het internationale terrorismenetwerk. Volgens speciale inlichtingendiensten zou Hoessein beschikken over massavernietigingswapens en was hij van plan deze op korte termijn in te zetten tegen de westerse wereld. Zo verklaarde premier Tony Blair tegenover het Britse parlement dat ingrijpen noodzakelijk was:

“Zijn programma voor massavernietigingswapens is actief, gedetailleerd en groeiende […] Hij heeft plannen klaar voor het gebruik van chemische en biologische wapens die binnen 45 minuten geactiveerd kunnen worden”.

Dreiging Hoessein uitvergroot

Amerikaanse invasie in IrakOndanks die krachtige woorden is gebleken dat zowel de Britse als de Amerikaanse inlichtingendiensten er al voor de oorlog in Irak van op de hoogte waren dat Sadam Hoessein hoogstwaarschijnlijk niet beschikte over massavernietigingswapens. Zo blijkt onder meer uit de recente documentaire ‘The spies who fooled the world’ dat er hooguit bescheiden vermoedens waren dat Hoessein op zoek was naar uranium, maar dat er geen enkele reden was om aan te nemen dat er sprake was van een grootschalig kernprogramma. Blair, Bush jr. en diens vicepresident Dick Cheney ontketenden niettemin een propagandaoorlog, waarin de publieke opinie zo werd gestuurd dat Hoessein onder meer in relatie werd gebracht met de aanslagen van 11 september 2001. Zijn dreiging werd enorm uitvergroot: Hoessein was in staat tot grootschalige vernietiging en hij had het voorzien op de westerse wereld.

Invloed vicepresident Dick Cheney

Amerikaanse invasie in IrakIn de VS leek Dick Cheney de grote initiator voor het doorzetten van de oorlogsplannen te zijn. Volgens voormalig Amerika- en oorlogscorrespondent Twan Huys was hij de machtigste vicepresident in de geschiedenis van het Witte Huis. Mede vanwege zijn samenwerking met Bush sr. tijdens de Golfoorlog (1991) had hij veel meer kennis over Irak dan George W. Bush en bovendien was hij er mogelijk op gebrand dat karwei alsnog af te maken. Al vóór 11 september 2001 zouden hij en minister van Defensie Donald Rumsfeld het plan hebben opgevat om op wat voor manier dan ook Hoessein van zijn voetstuk te stoten. In 2003 werd de geringe aanleiding met beide handen aangegrepen. Er werd niet alleen doelbewust onjuiste informatie uitgelekt aan The New York Times, maar ook werd minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell overtuigd van de onvermijdelijkheid van de Irakoorlog.

Leugen van ‘Curveball’

Zo nam de betrouwbaar geachte Colin Powell veel twijfel en scepsis over de te voeren oorlog weg bij de VN Veiligheidsraad. Op een voor velen geloofwaardige wijze deed hij nog een schepje bovenop Blair’s versie en maakte hij van de ‘45 minuten’ slechts een kwartier. Hij vertelde bovendien het verhaal van de Iraakse spion ‘Curveball’, dat werd aangevoerd als het sluitende bewijs voor de dreigende praktijken die in Irak aan de gang waren:

“De spion was een ooggetuige. Een Iraakse chemicus die leiding gaf op één van deze fabrieken. Hij was zelf aanwezig tijdens de productie van de chemicaliën […] Hij was ook aanwezig toen er een ongeluk gebeurde in 1998: 12 technici overleden door blootstelling aan chemische stoffen”.

Dit bleek achteraf allemaal onjuiste informatie te zijn. In ‘The spies who fooled the world’ geeft de betreffende Iraakse informant bovendien glimlachend toe dat zijn leugen een directe aanleiding vormde voor de Irakoorlog. Hij was één van de vele Irakezen die hadden geleden onder het bewind van Hoessein en niets liever zagen dan dat Bush een oorlog startte.

Mislukte oorlog

De oorlog die vervolgens werd ontketend is achteraf door velen bestempeld als een mislukking. Hoewel Coalition of the Willing binnen anderhalve maand korte metten maakte met het regime van Saddam Hoessein, ontstond al snel de nodige ophef toen duidelijk werd dat Hoessein helemaal niet beschikte over massavernietigingswapens. Bovendien brak niet lang nadat Bush op 1 mei verklaarde dat de oorlog voorbij was een gewelddadige opstand uit. Een lange periode die werd gekenmerkt door zowel een bloedige burgeroorlog als een moeizaam proces van nation building volgde.

In december 2011 kwam hieraan pas een einde, met het terugtrekken van de laatste Amerikaanse troepen uit Irak. In plaats van vrede en democratie, bleek de invasie achteraf vooral te hebben geresulteerd in een toename van ‘sektarisch’ geweld, terreur en schrikwekkende martelpraktijken. In totaal vonden meer dan 4000 Amerikaanse militairen en ruim 100.000 Iraakse burgers de dood. Vandaag de dag zegt nog bijna de helft van de Irakezen slechter af te zijn dan vóór de invasie in 2003.

Bronnen

- De Wereld Draait Door, Documentaire The Spies Who (...), 19-3-2013

- BBC, Iraq: the spies who (...), 18-3-2013

- Nieuwsuur, De vuile oorlog van (...), 19-3-2013

- De Volkskrant, Analyse: 10 jaar na (...), 19-3-2013

 

Afbeelding

- Wikimedia, Marines in Saddams Palace, 2003

- Wikimedia, Dick Cheney at the (...), 2003

- Wikimedia, Saddam Hussein statue falling, 2003

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!