Foto van Bertha Pappenheim, de echte naam van Anna O.

Anna O., de patiënte op wie Freud zijn psychoanalyse baseerde

Sigmund Freud baseerde zijn revolutionaire psychoanalytische inzichten op de patiënte Anna O., die van de verschijnselen van hysterie zou zijn genezen. Alleen was zij geen patiënt van Freud, hij heeft haar zelfs nog nooit ontmoet. Ook werd ze door de aangeprezen behandeling nooit helemaal genezen. Toch werd Freuds psychoanalyse wereldwijd bekend en worden de methoden tegenwoordig nog steeds toegepast. Maar wie was Anna O.? En wat is er van haar geworden?

De wortels van de psychoanalytische theorie liggen in de publicatie ‘Studies on Hysteria’ van de artsen Josef Breuer en Sigmund Freud uit 1895. De Weense Josef Breuer deed eerder al onderzoek naar de reflex van de longen, die nu nog de Hering-Breuerreflex wordt genoemd. Indertijd was hij een goede vriend en collega van Sigmund Freud. De Oostenrijk-Hongaarse Freud was toen al zo’n tien jaar neuroloog en hij was zich aan het ontwikkelen in technieken van hypnose. Hypnose zou volgens hun gezamenlijke studie een uitkomst zijn voor patiënten die aan hysterie leden.

In de ‘Studies of Hysteria’ beschreef dr. Breuer onder meer het verhaal van juffrouw Anna O., die aan hysterische symptomen leed. Tijdens de zomer van 1882 had zij onder de extreme hitte erge dorst, maar ze was niet in staat geweest tot drinken. Telkens wanneer ze een glas water aan haar lippen zette, blokkeerde ze en duwde ze het glas weg. Dit duurde volgens Breuer zo’n zes weken.

Hypnose onthult de oorzaak

Op een dag had hij haar tijdens een therapiesessie onder hypnose gebracht en ze begon te praten over de gebeurtenis die ervoor had gezorgd dat ze niet meer kon drinken. Ze vertelde dat ze een keer de kamer van haar Engelse gouvernante binnenging en daar het ‘afschuwelijke’ hondje van de gouvernante water zag drinken uit een glas. Anna O. had er enorm van gewalgd, maar uit beleefdheid had ze dit niet geuit. Sindsdien had ze niet meer kunnen drinken. Echter, tijdens de hypnose van dr. Breuer vroeg ze om een glas water en dronk hier probleemloos van. Toen ze uit de hypnose ontwaakte, stond het glas nog aan haar lippen. Volgens Breuer had ze daarna geen moeite meer met drinken. Dit wekte bij Breuer en Freud de overtuiging op dat hysterische mensen voornamelijk lijden aan herinneringen. En dat deze traumatische herinneringen ‘eruit gepraat’ kunnen worden onder hypnose.

Wie was Anna O.?

Maar wie was deze Anna O. eigenlijk? Anna O. was een pseudoniem dat verzonnen werd door Breuer. De echte naam van deze patiënte was Bertha Pappenheim. Ze werd in 1859 geboren in een welvarend orthodox Joods gezin. Tijdens haar jeugd was ze er altijd van bewust dat hun ouders liever een zoon hadden gekregen. Ze had namelijk de opvatting dat de traditionele joden het vrouwelijk geslacht als ondergeschikt zagen. Bij de geboorte van een meisje was men teleurgesteld, volgens haar latere boek 'Only a girl'. Volgens de standaarden van die tijd werd Bertha Pappenheim opgevoed als keurige dame van de hogere klasse en ondertussen behoorde ze te wachten op de perfecte huwelijkskandidaat. Maar ze had moeite met de eentonige levenstijl. Door te dagdromen probeerde ze aan haar saaie leven te ontsnappen. Toen Bertha acht jaar was verloor ze haar oudste zus. In haar tienerjaren moest ze met haar school stoppen om thuis te helpen. Hierdoor was ze jaloers op haar jongere broer die wel naar de middelbare school mocht.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Hysterische verschijnselen

Bertha was erg hecht met haar vader, maar in 1880 werd hij plotseling ziek. Dit veroorzaakte bij Bertha zo veel onrust dat ze verschijnselen van hysterie ging vertonen. Toen ze eenentwintig was, ging ze hiervoor in behandeling bij dr. Josef Breuer. Ze leed onder meer aan zicht- en spraakstoornissen, verlammingen, hallucinaties en suïcidale impulsen. Toen Bertha’s vader uiteindelijk in 1881 stierf, verergerden haar klachten en ontwikkelde ze een gespleten persoonlijkheid.

Talking cure

Als vast onderdeel van de behandelingen bracht dr. Breuer Anna onder hypnose en hij moedigde haar aan om uit te leggen wanneer bepaalde symptomen waren ontstaan. Het opwekken van zulke herinneringen verlichtte haar klachten tijdelijk. Bertha en Breuer ontdekten zo samen een therapie, die Bertha ‘schoorsteenvegen’ of ‘praattherapie’ noemde. Sommige wetenschappers vinden dan ook dat Bertha de echte ontdekker van deze ‘catharsis-methode’ was.

Freuds psychoanalyse gebaseerd op Anna O.

Tijdens de behandeling van Anna O. besprak Breuer de situatie van zijn patiënte veelvuldig met zijn goede vriend Sigmund Freud. Anna O. was echter niet Freuds eigen patiënte, hij had haar zelfs nog nooit ontmoet. Toch baseerde Freud zijn revolutionaire psychoanalytische inzichten op haar behandeling. Zo legde hij de basis voor de opvatting dat bepaalde problemen, die we tegenwoordig psychologisch of psychosomatisch noemen, het gevolg zijn van traumatische gebeurtenissen in het verleden. Door de gebeurtenissen aan een therapeut te vertellen zouden deze trauma’s hun invloed op de persoon verliezen. Hoewel dit in de ogen van sommigen al door de protestanten werd gedaan door middel van belijdenis, werd de ‘medicalisering van belijdenis’ door Freud op de kaart gezet en is het nu een van de meest geaccepteerde begrippen in de psychoanalyse.

Publiek leven van Anna O.

Breuer en Freud hadden het beeld geschetst dat Anna O. door de behandelingen genezen was van haar hysterische klachten. Maar ze was ondanks alle voortgangen in de behandelingen niet geheel genezen. Sommige symptomen bleven hardnekking aanhouden en in 1892 werd ze opgenomen in een sanatorium, waar ze een aantal maanden verbleef om te herstellen. Ook daarna kreeg ze nog altijd regelmatig inzinkingen. Toch weerhield dit haar er niet van om een publiek leven te leiden, waarbij ze veel filantropische en politieke activiteiten ondernam. Zo werd Bertha Pappenheim een van de eerste moderne maatschappelijk werkers ter wereld en begon ze in 1902 een organisatie voor maatschappelijk werk: de Weibliche Fürsorge. Door het succes van haar organisatie stichtte ze in 1904 de Jüdischer Frauenbund, omdat ze geloofde dat het werk van vrouwen werd onderschat door organisaties die geleid werden door mannen. Ze hoopte hiermee gelijkheid en onafhankelijkheid van organisaties geleid door mannen te verwerven. Na haar dood in 1936 werd ze in 1954 voor haar maatschappelijk werk in West-Duitsland geëerd als een 'Helper van de Mensheid'.

Bronnen

M. Borch-Jacobsen. Remembering Anna O.: A Century of Mystification

Jstor: Hysteria, Psychoanalysis, and Feminism: The Case of Anna O.

Psychoanalytisch Woordenboek

Jewish Women's archive

Ook interessant: 

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!