Bloedige aanslag op markt in Sarajevo

Op zaterdag 5 februari 1994 schrikt de wereld op van een granaataanslag op de drukke Markale-markt in Sarajevo. Hierbij komen 68 mensen om en 200 raken gewond. In veel landen worden de schokkende beelden in de media getoond.

Aanloop van het conflict

Na de Tweede Wereldoorlog kwam Josip Broz Tito aan de macht in Joegoslavië. Hij regeerde het land op dictatoriale wijze en wist daarmee de verschillende bevolkingsgroepen in het land in toom te houden. Zijn dood in 1980 leidde tot grote onrust in het gebied. De Serviërs, Albanezen, Kroaten en Bosniërs, konden het machtsvacuüm dat was ontstaan niet op vreedzame wijze invullen. Het nationalisme in de verschillende deelstaten nam een grote vlucht.

Begin 1992 werd een referendum uitgeschreven waarin aan de bevolking werd gevraagd of Bosnië-Herzegovina onafhankelijk van Joegoslavië zou moeten worden. De meerderheid, de Bosnische Kroaten en Bosniakken stemde voor de onafhankelijkheid, de Bosnische Serviërs stemden tegen. Als reactie scheidden de Serviërs zich onder leiding van Slobodan Milošević af. De gebeurtenissen leidden tot het begin van een bloederige burgeroorlog waarin ook het bondgenootschap tussen de Kroaten en de Bosniakken al snel verdween.

Aanslag op Markale markt

Twee jaar na het begin van het gewapende conflict werd de grootste aanslag tot dat moment gepleegd op de Markale-markt in Sarajevo, de stad die gedurende de strijd vrijwel continu werd beschoten. Op dezelfde dag vergaderden de leiders van de drie groeperingen in Sarajevo over een mogelijke vreedzame toekomst. Een mortiergranaat veranderde de markt en het winkelend publiek in een groot bloedbad. De doden waren vooral aan de kant van de Serven en de Bosniakken te betreuren.

Gevolgen van de aanslag

De aanslag op de Markale-markt vormde voor de NAVO de aanleiding om zich in de strijd te mengen.  De Servische stellingen rondom de stad werden vanuit de lucht gebombardeerd. In november 1995 werden de onderhandelingen tussen strijdende partijen geopend in de Amerikaanse stad Dayton, nadat eerdere vredespogingen waren mislukt. De Servische president Slobodan Milošević, de Kroatische president Franjo Tuđman en de Bosnische president Alija Izetbegović sloten vrede en verdeelden het gebied in de Servische Republiek en de Federatie van Bosnië-Herzegovina.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!