Boeddhistische non uit Tibet steekt zichzelf in brand

Gisteren stak een boeddhistische non zichzelf in brand uit protest tegen de Chinese onderdrukking van Tibet. In de afgelopen eeuw is deze methode van protest regelmatig gebruikt om aandacht te vragen voor politieke vraagstukken, maar van oorsprong is zelfverbranding een cultureel fenomeen.

Met name in oosterse samenlevingen kent het fenomeen zelfverbranding al een eeuwenlange traditie. In sommige takken van het boeddhisme en hindoeïsme wordt deze manier van zelfdoding gezien als de ultieme vorm van boetedoening of religieuze opoffering.

Indiase tradities

De oudst bekende traditie van zelfverbranding stamt uit India en staat bekend als de Sati. Het ging hierbij om een begrafenisritueel waarbij de weduwe zichzelf met het lichaam van haar overleden man levend liet verbranden. Meestal was de deelname van de vrouw vrijwillig, maar er was ook sprake van grote sociale druk. Met de dood van de weduwe zouden namelijk ook de zonden van haar man kwijtgescholden worden. Daarnaast was het een schande voor een vrouw om een leven te begeren na de dood van haar echtgenoot.

Naast de Sati bestond er in de Indiase cultuur ook een mannelijke traditie van zelfdoding. Bij dit ritueel, de Tragu, pleegden krijgers rituele zelfmoord als zij gefaald hadden of anderen niet konden overtuigen van hun gelijk. Vermoedelijk was de traditie afkomstig van de legende van de hindoegodin Bahuchara Mata, die haar eigen borst afsneed nadat ze niet kon voorkomen dat haar karavaan overvallen werd.

Christendom

Hoewel het christendom geen traditie van zelfdoding kent zijn er wel voorbeelden uit de geschiedenis van christenen die zichzelf verbranden. Zo waren er in de zeventiende eeuw in Rusland hele dorpen die ritueel zelfmoord pleegden door middel van zelfverbranding. Ze noemden het hun ‘vuurdoop’ en deden dit uit protest tegen de hervormingen binnen de Russisch-orthodoxe Kerk.

Verder zijn er ook nog verscheidene geschreven bronnen uit diezelfde periode die melding maken van Jezuïeten die zichzelf in brand staken. In tegenstelling tot de rest pleegden zij echter geen zelfmoord, maar verbrandden zij slechts een specifiek gedeelte van hun eigen lichaam. De Jezuïeten beschouwden dit als boetedoening en wilden hiermee zelf de pijn ervaren die Jezus moest ondergaan tijdens zijn kruisiging.

Politiek protest

Het eerste bekende geval van zelfverbranding als politiek protest vond plaats in Zuid-Vietnam op 11 juni 1963. Toen stak de boeddhistische monnik Thich Quang Duc zich midden op straat in brand uit protest tegen de vervolging van boeddhisten door de Zuid-Vietnamese regering. Door de aanwezigheid van verscheidene journalisten verspreidde het verhaal van Thich zich over de gehele wereld en kwam er veel aandacht voor de situatie van de monniken in het land. Een foto van zijn verbranding werd later uitgeroepen tot World Press Photo of the Year.

Portret van BouaziziNa de dood van Thích volgden er honderden anderen die uit politiek protest kozen voor zelfverbranding. Zo waren er tussen 1965 en 1967 maar liefst vier Amerikanen die zichzelf in brand staken vanwege de oorlog in Vietnam. Ook de recente revolutie in Tunesië was het gevolg van een zelfverbranding. De opstand begon op 17 december 2010 nadat de 26-jarige Mohamed Bouazizi zichzelf verbrandde voor het lokale politiebureau. Gisteren stak een 20-jarige Tibetaanse non zichzelf eveneens in brand. Zij protesteerde hiermee tegen de Chinese onderdrukking van het boeddhisme en riep op tot meer religieuze vrijheid in de regio.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!