Geschiedenis depressie

De geschiedenis van depressiviteit : humores, aderlating en kwade goden

Het eerste depressiegala wordt gehouden te Amsterdam en tracht op die manier het taboe te doorbreken. Uit cijfers van het CBS blijkt dat vrouwen vaker depressief zijn dan mannen en dat veertigers en vijftigers het vaakst in de put zitten. Moderne behandelingen zijn therapie en antidepressiva, maar hoe werd dit vroeger aangepakt?

Depressies en melancholie zijn van alle tijden. Er zijn lichamen uit de tijd van de Oudheid gevonden waarbij er gaten in de schedels werden gevonden. Zo konden kwade geesten ontsnappen uit het hoofd.

Humores

De humorenleer is opgesteld door de oude Grieken rond 400 voor Christus. Hippocrates bedacht dat een menselijk lichaam bestond uit vier humores (slijm, bloed, zwarte gal en gele gal). Zo werd een teveel aan zwarte gal verbonden met neerslachtigheid, depressie en introversie. Mede daarom is de nog steeds gebruikte term ‘zwartgallig’ verbonden met mistroostigheid en verdriet. Een grote hoeveelheid aan bloed in het lichaam zou zorgen voor een energiek en vurig karakter. Mensen met veel slijm zouden vrij onverschillig en onemotioneel zijn, terwijl een teveel aan gele gal ervoor zou zorgen dat diegene snel kwaad wordt. Deze onbalans van humores werd geschaard onder vier temperamenten: sanguïnisch, cholerisch, melancholisch en flegmatici. Deze humorestheorie werd tot in de 18e eeuw gebruikt.

Demonen en kwade goden

Dat de humoresleer tot in de 18e eeuw bleef bestaan, wil niet zeggen dat er geen andere theorieën ontstonden. De Romeinse filosoof en staatsman Cicero had een andere theorie dan de humorenleer. Hij dacht dat melancholie veroorzaakt werd door angst, spijt en woede, waardoor hij in tegenstelling tot Hippocrates dacht aan een psychische verklaring. Een depressie werd vlak na de jaartelling door de Romeinen vaak in verband gebracht met demonen en kwade goden. Een medicijn was uithongering, het vastketenen of slaan van de melancholische persoon in kwestie. Rond 900 na Christus dachten Perzische artsen dat depressie in het brein zat. Behandelingen waren een warm bad en gedragstherapie waarbij mensen een beloning kregen bij goed gedrag.

Aderlating en exorcisme

Gedurende de Middeleeuwen werd het geloof betrokken bij depressies en zaken rondom melancholie. Zo waren depressieve mensen bezeten door de duivel of behekst. Exorcisme, verdrinking of verbranding zouden de oplossing bieden. In 1621 verscheen het boek ‘De anatomie van de melancholie’, geschreven door Robert Burton, wat depressie juist zag als iets psychologisch en sociaals. Hij raadde een dieet aan, genoeg beweging, reizen, laxeermiddelen, aderlaten en muziektherapie. Zelfs een huwelijk aangaan was een eventuele oplossing.

Artistieke depressiviteit: ‘A fearful gift’

De Engelse arts George Cheyne dacht tijdens de 18e eeuw dat melancholie veroorzaakt werd door het opkomende comfort en de luxe van die tijd. Hij raadde een vegetarisch dieet en een sportregime aan. Tijdens de 19e eeuw maakten kunstenaars, schrijvers en andere artistiekelingen juist gebruik van hun melancholie. Zij zagen depressiviteit als een manier om zichzelf te leren kennen en in de krochten van de ziel door te dringen, waaruit dan weer een grote hoeveelheid inspiratie kwam voor bijvoorbeeld een boek. Schrijver en dichter Lord Byron noemde zijn neerslachtige buien ‘a fearful gift’.  


Titel: Bitterzoete balsem - Geneeskunde, chirurgie en farmacie in de late Middeleeuwen
Auteur: Erwin Huizenga
ISBN: 906550835X
Uitgever: Verloren
Prijs: €10,-

   


Kraeplin: exogene –en interne storingen

Emil Kraeplin bedacht eind 19e eeuw dat geestesziekte een gevolg kon zijn van erfelijke factoren. Kraeplin dacht hierbij aan metabolische factoren. Hij verdeelde depressiviteit in twee factoren: de exogene -en interne storingen. Een patiënt met een exogene storing was goed te behandelen. Terwijl een patiënt die te maken had met interne storingen minder goed te genezen was. Het ging dan vaak om een hersenstoring, metabolische afwijkingen of neerslachtigheid door erfelijkheid.

Freud: onbewuste ervaringen

Sigmund Freud maakte een onderscheid binnen het menselijk brein: id, ego en superego. Id was een mechanisme dat seksuele energie opwekte (eros) en daarnaast woede opwekte (tanatos). Het ego houdt deze energieën in bedwang. Het superego is het ideaal beeld van de individu zelf. Freud had theorieën over dromen en seksualiteit die samenhingen met de ego’s en met de niveaus van bewustzijn (bewust, voorbewust en onbewust). Hij creëerde de psychoanalyse wat gebaseerd was op onbewuste kinderlijke ervaringen die in het latere leven tot uiting kwamen in psychische problemen. Freud ontwikkelde, met zijn theorieën over de psyche, meer inzicht in depressiviteit. Lees hier meer over Sigmund Freud.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!