Geen afbeelding beschikbaar

De geschiedenis van recreatie en het 'dagje uit' in Nederland

Donderdag 7 augustus 2014 maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek bekend dat de kosten voor een dagje uit de laatste vijf jaar flink zijn gestegen. Toegangskaartjes voor attractieparken werden bijvoorbeeld 20% duurder. Het fenomeen ‘dagje uit’ en allerlei commerciële vormen van recreatie die daarmee samenhangen, zijn vooral in de laatste honderd jaar tot bloei en ontwikkeling gekomen. 


Kortere werkweek


Hoewel vrijetijdsbesteding in het algemeen iets is van alle tijden, kwam er in de negentiende – en met name twintigste eeuw – meer ruimte voor nieuwe, (commerciële) vormen van vrijetijdsbesteding door de groeiende welvaart. Ook werd de werkweek korter. Waar men in 1870 gemiddeld 70 uur in de week werkte, was dit aantal in 1920 met 22 uren gedaald: in deze tijd werd er gemiddeld 48 uur per week gewerkt. De vrije zaterdag en een korte vakantieperiode kwamen rond het einde van de negentiende eeuw voorzichtig op en hadden daarmee invloed op de ontwikkeling van recreatie. Tot slot heeft de uitbreiding van het openbaar vervoer een grote bijdrage geleverd aan het fenomeen en de commercialisering van recreatie.


Pootjebaden & boswandelen


In de jaren tien en twintig begon men voorzichtig met uitstapjes maken naar het bos, het strand of het park. De eerste ANWB paddenstoel werd in 1919 langs een route geplant en Natuurmonumenten begon rond 1922 na te denken over hoe de recreërende burger betrokken kon worden bij natuurbescherming. In 1928 werden er twee parken geopend: het Kralingerhout in Rotterdam en het Amsterdamse bos. De stranden werden vooral voor de rijke bovenlaag een prachtige plek om zondagmiddag te flaneren. De automobiel werd gepakt en op het strand werden de anders zo kuis bedekte vrouwenbenen zichtbaar tijdens het pootjebaden.


Dierentuinen & musea


Al aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden de eerste – voor het publiek toegankelijke – dierentuinen. ’s Lands oudste dierentuin Artis, die in de negentiende eeuw vooral dienstdeed als wetenschappelijk centrum, werd in de twintigste eeuw opengesteld voor publiek en werd een populaire bestemming voor dagjes uit. Hetzelfde gold voor musea, die als negentiende-eeuwse kennisinstituten zich in de loop van de twintigste eeuw steeds meer gingen richten op een groot publiek. Diergaarde Blijdorp was eerst alleen toegankelijk voor de elite van de stad, maar werd in de twintigste eeuw uiteindelijk ook voor het grote publiek toegankelijk. Hoewel de oorlogsjaren voor een stagnatie in de ontwikkeling van recreatiemogelijkheden zorgde, bleven verschillende dierentuinen en musea open. Alleen een bepaalde rijke bovenlaag kon zich in deze tijd nog een dagje uit veroorloven.


Opgenomen in overheidsbeleid


In 1941 werd voor het eerst recreatie meegenomen in het overheidsbeleid. Sindsdien is recreatie niet meer uit het landelijk beleid weg te denken. Vanaf de wederopbouw kwam de commercialisering van de vrije tijd pas echt op gang. In 1959 werd al voor in totaal 2 miljard gulden uitgegeven aan recreatie, in 1978 zelfs 178 miljard.


Pretparken, muziekfestivals, cultuurhistorie & wellness


Het eerste, echte attractiepark begon in 1952 als het Sprookjesbos en groeide uit tot pretpark de Efteling in 1970. In 1981 werd in dit pretpark de toenmalig grootste achtbaan van Europa geopend, de Python. Een andere interessante ontwikkeling op recreatiegebied was de opkomst van muziekfestivals. In 1970 werd het eerste meerdaagse popfestival gehouden: Pinkpop werd een voorbeeld voor de vele festivals die zouden volgen. De laatste twintig jaren is er daarnaast steeds meer ruimte voor cultuurhistorie, oude forten worden omgebouwd tot musea en monumentale panden tot restaurants. Een laatste trend op recreatiegebied is de ontwikkeling van de wellness-tak. Drukke yuppenfamilies besteden hun spaarzame vrije tijd graag aan een dagje relaxen in stijl.


Digitale tijdperk


Door de jaren heen trad een steeds grotere vermarkting van het recreatiewezen op. Daarnaast is er met de intrede van het digitale tijdperk veel veranderd op recreatiegebied. Sociale media worden ingezet in musea, fietstochten met de mobiel uitgestippeld en toegangskaartjes via VakantieVeilingen.nl verkregen.


Het verlangen vermaakt te worden


Hoewel een beperkt overzicht van de recreatiegeschiedenis van Nederland is geschetst, komt uit dit korte overzicht de veranderlijkheid van de ‘dagje-uit-economie’ al sterk naar voren. Groot aanpassingsvermogen en onuitputtelijke creativiteit maken dat deze sector meegroeit met de behoeften van de maatschappij. Zelfs wanneer het dagje uit substantieel duurder blijkt dan een aantal jaar geleden, is er geen sprake van stagnerende bezoekersaantallen. In de zogenoemde belevingscultuur van tegenwoordig blijkt het verlangen vermaakt te worden sterker dan de traditionele Nederlandse zuinigheid.

Bronnen:


Kijktip: Op de website van het amateurfilmplatform wordt u aan de hand van vermakelijke fragmenten door de geschiedenis van het dagje uit in Nederland geleid.   Leestip: M. Woestenburg, Van bermtoerisme tot Dance Valley (2009)  

Landen: 

Tijdperken: 

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 1 september 23:59 u. een abonnement.

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 1 september 23:59 u. een abonnement.

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 1 september 23:59 u. een abonnement.

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!