Eerste jaren van dierentuin Artis

Artis is meer dan alleen een dierentuin. In de 19e eeuw is het een centrum voor cultuur en dierkunde. Kunst, wetenschap, dieren en planten vormen er een samenhangend geheel. In 2013 bestaat de oudste dierentuin van Nederland 175 jaar.

Gerardus Westerman, Johann Werlemann en Johannes Wijsmuller richtten in 1838 Het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra op. Dit betekent letterlijk ‘de natuur is de leermeesteres van de kunst’. De meeste dierentuinen waren in de 19e eeuw privébezit. Vanaf de oprichting wilden de oprichters dat Artis open stond voor publiek. Ze wilden echter niet dat iedereen toegang had tot het park en dus was de toegang alleen vrij voor leden van het genootschap. Het lidmaatschap was door de hoge contributie voorbehouden aan rijke burgers. Het lidmaatschap van Artis werd een soort statussymbool voor gegoede burgers die met giften, zowel in geld als in dieren en voorwerpen, bijdroegen aan de uitbreiding van de dierentuin. 

Aan het begin was de dierentuin niet de belangrijkste taak van het bestuur. Het genootschap had als doel 'het bevorderen van de kennis der natuurlijke historie op eene aangename en aanschouwelijke wijze' en daarom werden er ook tentoonstellingen, concerten en lezingen gehouden. In het begin waren er slechts enkele apen, papegaaien en herten in de dierentuin te aanschouwen. Verder was er een grote collectie dieren op sterk water en kon men skeletten bewonderen. Kort na de oprichting werd de collectie uitgebreid met een levende panter. In 1839 kreeg het genootschap de kans om de complete menagerie van kermisexploitant Cornelis van Aken over te nemen. Er was toen een uitbreiding van de dierentuin nodig om de olifant, leeuwen, panter, tijger, poema, hyena's, ijsberen, bruine beren, zebra, lama's, kangoeroe, gnoe, apen en een slang te huisvesten. 

Vanaf 1851 werden de regels langzaam aangepast en konden steeds meer mensen de dierentuin op speciale dagen in september bezoeken,  onder de voorwaarde dat ze als introducé meekwamen met een lid van het genootschap. Artis werd in de loop van de 19e eeuw steeds groter. Het genootschap kocht steeds meer stukken grond aan in de Amsterdamse buurt de Plantage, waaronder de houtwallen aan beide zijden van de Nieuwe Prinsengracht. Een nadeel was dat schippers die ’s nachts tussen de Amstel en de Entrepotdok voeren stiekem de dierentuin bezochten. In 1866 werd de gracht eigendom van Artis en omgebouwd naar drie vijvers, wat de oplossing vormde voor het probleem.

De uitbreiding ging door met onder andere een roofdierengebouw (1859) en een aquarium (1882). Artis vervulde ook een wetenschappelijke rol als onderzoekscentrum voor dierkunde. Toen deze rol eind 19e eeuw steeds meer door universiteiten werd overgenomen, was Artis genoodzaakt haar poorten te openen voor een groter publiek. Dit veranderde het culturele en wetenschappelijke karakter van Artis in de veelzijdige dierentuin die het tegenwoordig is.

 

Meer weten

Meer lezen over: 

Landen: 

Tijdperken: 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!