gevolgen van de zwarte dood

De gevolgen van de pest

De grote pestepidemie die tussen 1347 en 1351 Europa in zijn greep hield, had enorme gevolgen. Talloze mensen stierven aan de ziekte, maar de gevolgen van de Zwarte Dood waren nog veel groter en zouden het beeld van Europa nog eeuwenlang bepalen.

Gedurende de drie eeuwen voorafgaand aan de grote pestepidemie was Europa tot een enorme bloei gekomen. Die bloei was zo groot en ongeremd dat er wel gesproken wordt van een middeleeuwse commerciële revolutie. Handelslieden reisden van de ene naar de andere jaarmarkt. Die jaarmarkten vonden vaak plaats in steden, die uit hun voegen barstten. Met die economische groei was de bevolking ook geëxplodeerd. Op sommige plekken was de bevolking meer dan verdubbeld. Die bloei had een keerzijde. De boeren konden maar ternauwernood genoeg voedsel verbouwen om iedereen van voedsel te voorzien. Een groot deel van de bevolking van Europa leefde continue op de rand van hongersnood en heeft nooit iets van die bloei gemerkt. Toen het middeleeuws klimaatoptimum aan het einde van de dertiende eeuw en het begin van veertiende eeuw ten einde kwam, mislukten oogsten massaal. De dreigende hongersnoden braken volop uit. Een deel van het enorme sterftecijfer van de pestepidemie wordt verklaard doordat de Zwarte Dood samenviel, volgde op of gevolgd werd door hongersnood. Tegelijkertijd woedde er ook een aantal grote oorlogen in Europa, die bijdroegen aan de enorme ontwrichting.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Gevolg op de korte termijn: de doden

Historici schatten op basis van overgebleven belastinggegevens dat 30 tot 60 procent van de Europese bevolking omkwam door de ziekte, maar precieze aantallen zijn niet te geven. Er zijn simpelweg niet genoeg nauwkeurige bronnen overgebleven die de bevolkingsaantallen weergeven. Wel is duidelijk dat de Zwarte Dood hield niet overal even zwaar huishield. In sommige gebieden wordt geschat dat er bijna driekwart van de bevolking omkwam, andere gebieden werden juist weer nauwelijks geraakt.

gevolgen zwarte doodWaar de pest kwam, trof die iedereen. Van de hoogste adel tot de laagste boeren, niemand was veilig. De Zwarte Dood kwam razendsnel. Wie besmet raakte, stierf meestal binnen een week, soms in minder dan een dag. Door die enorm snelle sterfte, was de Zwarte Dood soms maar een kort in een gebied. In Avignon zouden in drie maanden tijd meer dan 60.000 mensen zijn gestorven door de pest. Daarna was de ziekte een tijdje verdwenen. Mensen stierven zo snel uit, dat de ziekte niet meer overgedragen kon worden. Dat wil niet zeggen dat de epidemie daarmee voorbij was. Verschillende golven hielden huis. Zodra er genoeg besmette mensen terugkwamen, begon de ellende opnieuw in een tweede golf. Tot in de jaren 50 van de veertiende eeuw zouden er regelmatig terugkerende uitbraken van de pest zijn, en het zou nog eeuwen duren voordat de ziekte helemaal uit Europa verdween.

Wie stierven er?

Hoewel de Zwarte Dood geen onderscheid maakte tussen rijk en arm, waren het vooral armen die getroffen werden. Veel van hen leefden dicht op elkaar onder matige tot ronduit slechte hygiënische omstandigheden. Daardoor leefden zij dichtbij veel ongedierte, de bron van de meeste besmettingen. Een andere groep die zwaar getroffen werd door de epidemie was de geestelijkheid. In eerste instantie waren het immers de geestelijken die de zieken verzorgden en de doden op een zo waardig mogelijke manier te ruste legden, waardoor zij massaal in aanraking kwamen met de besmette lichamen. In de Duitse gebieden zou de sterfte onder geestelijken zo groot geweest zijn, dat er op sommige plekken nauwelijks genoeg mensen overbleven om nieuwe geestelijken op te leiden.

Hoewel hoge edelen, koningen en koninginnen minder dicht op de besmettingshaarden zaten, ontsprongen zij de dans evenmin. Op de lijsten met doden staan meerdere koningen, koninginnen, prinsen en prinsessen. Johanna van Bourgondië, koningin van Frankrijk overleed in 1349, evenals Thomas Brandiwine, aartsbisschop van Canterbury.

Gevolgen voor het dagelijks leven

Hoe gingen mensen om met deze realiteit, waarin talloze mensen razendsnel stierven? De angst en het verdriet moeten ongelofelijk zijn geweest. De schrijver Petrarca vraagt zich in een brief vertwijfeld af of men ooit zal geloven wat men in zijn tijd meemaakte, want het leed was voor hemzelf ongelofelijk. Petrarca beschreef ook hoe lichamen van gestorvenen bleven liggen, net als Boccaccio in zijn Decamerone. Dat lijkt logisch gezien de enorme aantallen doden, maar die opmerkingen van de schrijvers zijn minder representatief dan je zou denken. Het dagelijks leven zou volledig tot stilstand komen, zou je verwachten. Maar juist in deze tijd van totale ontwrichting deden mensen hun best het ‘gewone’ leven zo veel mogelijk voort te zetten. In Florence, waar zestig procent van de bevolking stierf aan de pest, bleven notarissen testamenten opmaken en werden begrafenissen zo goed en kwaad als het ging voortgezet. Niet zoals gewoonlijk, maar uit archeologische opgravingen naar massagraven uit de periode van de pest blijkt dat de slachtoffers alsnog met zo veel mogelijk waardigheid ter aarde werden besteld.

Gevolgen van de pest

Zoektocht naar de oorzaak: religie en antisemitisme

Door de enorme schaal van de epidemie en doordat men geen oorzaak kon aanwijzen, zag men in de plaag een straf van God. Velen zochten daarom hun heil in religie. Kerken stroomden vol en er verschenen groepen flagellanten. Geestelijken die van stad naar stad trokken om te preken, terwijl ze zichzelf in grote optochten geselden als boetedoening voor God. Maar de oorzaak werd ook buiten God om gezocht.

Antisemitisme bestond al lang en als gevolg daarvan woonden de Joodse gemeenschappen in veel steden al in redelijk geïsoleerde getto’s. Die geïsoleerde status leek eerst nog voordelig, de getto’s vormden een soort quarantainegebied waarin de ziekte slechts langzaam binnendrong. De uitgebreide reinigingsrituelen die in het joodse geloof worden voorgeschreven, hielpen om de ziekte buiten te houden, al was er niemand die op dat moment die link legde en het voorbeeld van de Joodse gemeenschappen volgde. In tegendeel. Op veel plekken maakte het relatief lage aantal ziektegevallen onder de joodse gemeenschap die gemeenschappen verdacht onder wanhopige en angstige stadsgenoten. Men zag er bewijs in voor een Joods complot, verhalen over door Joden vergiftigde bronnen verspreidden zich net zo snel als de ziekte over Europa en er braken gigantische pogroms uit, met name in het Duitse Rijnland, waarbij de Joodse gemeenschappen vrijwel volledig weggevaagd werden door woedende menigten. Hoewel de Paus een bul uitgaf waarin hij de pogroms veroordeelde, zouden meer dan tienduizend Joodse mensen die niet door de pest omkwamen, worden vermoord door hun stadsgenoten. Velen vluchtten richting Polen, waar de pest nog niet zwaar huishield en de pogroms minder heftig waren.

Een ander Europa

Hoe zag Europa eruit toen de epidemie uitdoofde? Hoeveel slachtoffers er vielen is dus onduidelijk, maar op veel plekken nam het aantal mensen met tientallen procenten af. Dat had ongekende effecten op het landschap van Europa. Boerenland bleef onbewerkt, waar eerst vrijwel alle grond die bewerkt kon worden, bewerkt werd, keerde veel natuur weer terug. Grote delen van steden stonden leeg, lokale politieke kopstukken waren verdwenen.

Als gevolg van die optelsom stortte de economie volledig in. Voedsel werd niet meer geproduceerd en gelijktijdig met de epidemie ontstonden nieuwe hongersnoden. Door die hongersnood en de steeds maar weer opflakkerende epidemie, zou het nog meer dan tweehonderd jaar duren voor er weer zo veel mensen in Europa woonden als op het moment dat de pestepidemie uitbrak.

Europa had in een periode van minder dan tien jaar een nieuwe demografische samenstelling gekregen. En op de lange termijn had dat een wellicht opmerkelijk gevolg: de levensstandaard steeg.

Hoewel de eerste periode kort na de pandemie een periode van hongersnood en ellende was, steeg de welvaart langzaam. Na een enorme inflatiegolf tijdens de pandemie, kwam juist een grote golf van deflatie: de prijzen daalden weer. Tegelijk bracht het tekort aan arbeidskrachten en het overschot aan land een andere grote sociale verandering op gang. De pandemie betekende in grote delen van Europa het einde van de lijfeigenschap en horigheid. Door de enorme sterftecijfers waren die systemen niet meer houdbaar. En doordat de horigheid en lijfeigenschap eindigden, groeide de sociale mobiliteit. Mensen die van verarmde gebieden naar een plek waren getrokken waar ze meer inkomsten hadden, kregen gaandeweg ook meer politieke invloed. Dat gold ook voor vrouwen. Waar mannen stierven, gebeurde het vaak dat vrouwen hun plaats innamen. Op die manier kwamen in alle lagen van de maatschappij vrouwen op posities waar ze enkele jaren eerder nooit hadden kunnen komen, terecht.

Dat was een proces van jaren, en een proces dat zeker niet zonder slag of stoot ging. Het laatste kwart van de toch al door veel oorlogen geteisterde veertiende eeuw stond bol van grote opstanden en burgeroorlogen die uitbraken als gevolg van de nieuwe sociale, economische en politieke verhoudingen. 

Bronnen:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeaus!

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ontdek Geschiedenis Magazine!